Editie 11, 1893: Pieter Roelf Bos, Bos’ Schoolatlas der geheele aarde

In de elfde editie uit 1893 blijft Bos onverbiddelijk vernieuwen en uitbreiden. Zo neemt hij in deze editie voorbeeldlandschappen op, onderling vergelijkbaar qua schaal. In de vorige editie was daar al een eerste aanzet toe gegeven met de kaart van de atollen en de Krakatau, maar hier gebeurt dat meer systematisch, en is er ook naar gestreefd de overzichtskaarten leesbaarder te maken door ze van bijkaartjes te ontdoen. De atlas heeft nu veertig kaartbladen.
Door het invoegen van een aantal bladen is de logische structuur van de atlas iets aangetast. Tussen de natuurkundige en staatkundige kaarten van Duitsland in staan nu twee Alpenkaarten. Op het halve blad met Aziatische onderwerpen staat ook de plattegrond van Palembang, behorend tot het pas later komende Indonesië. En verder blijft Bos blijft hannesen met de plaatsnamen. Hij blijft spellingen veranderen zodat het niet duidelijk wordt wat nu zijn uitgangspunt is.

Kritiek

In zijn bespreking in het Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap van 1893, p. 1121-1123, geeft Timmerman over de elfde editie de volgende kritiek:
‘[…] ook blijkt bijna nergens iets omtrent de diepte der zeeën, noch bij de kusten, noch in het midden der oceanen; er is geen kaart van het noord-poolgebied (behalve een klein karton van de landen om de Barents-zee); in het land zouden hier en daar wat hoogte-cijfers niet misplaatst zijn geweest en, eindelijk, waarom wordt toch de meridiaan van Ferro en niet die van Greenwich als nul-meridiaan aangenomen? en dan nog niet eens op alle kaarten, zoodat bijv. op de physische kaarten en die van Azië de nul-meridiaan over Greenwich en bij Nederland over Amsterdam gaat. De cijfers der lengte van Greenwich zijn wel is waar in den rand gezet naast die van Ferro, maar dat schijnt ons, vooral voor een schoolatlas, niet praktisch; dan nog liever het omgekeerde.’

Kaartverschillen met de tiende editie

[Kaart III]
Zeestromen: Op deze kaart doet de plaats Vancouver als eindpunt van de transcontinentale spoorweg in Canada voor het eerst zijn entree.

[Kaart X] en [XIV]
Op de kaart van Europa natuurkundig en staatkundig zijn aan de Golf van Gabes in Tunesië en Libië de rivieren als permanente stromen in plaats van als wadi’s aangegeven.
De grens van Europees Turkije met Bosnië is door middel van een streepjeslijn 'hard' geworden.

[Kaart Xa]
De nieuwe kaart van de Europese kustvormen is het eerste volwaardige voorbeeld van een typenkaart, hier opgenomen ten behoeve van het onderwijs in de geomorfologie. In eerdere edities kwamen we al typenkaarten tegen van delta’s (Nijldelta en Mississippidelta), atollen, polders en vulkanisme (Vesuvius). Op dezelfde schaal worden op blad X elf typen kustvormen vergeleken. Wat precies het verschil is tussen de in de legenda onderscheiden ‘Marschen’ en ‘Moerassen’ is niet duidelijk. Volgens een definitie uit 1858 is ‘marsch’ laag, moerassig land, en het verschil met moeras zal dan waarschijnlijk zijn dat het laatste nog wat natter is. De dieptelijnen, die natuurlijk heel belangrijk zijn in een kaart van kustvormen, worden niet in de legenda verklaard. In de kaart staan ze bij 6, 20, 50, 100, 200, 500 en 1.000 meter. Op het kaartje van de Podelta is te zien dat de plaatsen Adria, waar de Adriatische Zee naar genoemd is, en Ravenna in de Romeinse tijd nog dichtbij zee lagen. Op de kaart van de Haffen ziet men ‘Pr[eussisch] Holland’ liggen, een naar Hollandse kolonisten die daar rond 1300 heen verhuisden genoemde plaats, nu Pasłęk. Er zijn inmiddels veel taalkundige veranderingen geweest sedert het voor het eerst tekenen van deze kaart: op de Dalmatische kust staan de plaatsnamen in 2016 in het Kroatisch, op de Finse scherenkust in het Fins, in een deel van de Sleeswijkse Föhrdenkust nu Deens, bij de Haffenkust nu Pools en Russisch en bij de Zuid-Russische Limankust nu Oekraïens. De naam van het landschap ‘Werder’ op de Haffenkaart, gelegen tussen Danzig (Gdansk) en Elbing (Elblag) geeft aan dat het een door rivieren omgeven gebied is; het begrip is verwant met ons ‘waard’ zoals in de naam Alblasserwaard. De Grandes Landes op de kaart van de kust van Gascogne liggen eigenlijk meer oostelijk dan de kaartuitsnede toont. Op de kaart van Dalmatië zien we dat Knin, Sebenico (Šibenik) en Spalato (Split) vanuit het binnenland per spoor bereikbaar zijn.

[Kaart XVa]
Blad XVa brengt een aantal typische Nederlandse landschappen: duinenlandschap, essenlandschap en een deel van het rivierenlandschap. Daarnaast is ook een historische kaart opgenomen van de ontwikkeling van de Haarlemmermeer. De uitsnede van Exloo is zo gekozen dat alle voor de bedrijfsvoering nodige elementen erop staan: de heidevelden waar de schapen geweid werden wier mest men opving om de bouwlanden (essen) te bemesten, nodig in dit weinig vruchtbare zandgebied, en de groengronden langs de beek (Exloosche diep) waar de koeien werden geweid. Oostelijk daarvan ziet men voormalig veengebied, ontwaterd door veenkanalen (hoofdvaart en wijken) waar men na afvoer van de turf de bovenste veenlaag door de ondergrond mengde, met de redelijk vruchtbare dalgrond als resultaat.


De kaart van de duinen (1:50.000) is moeilijk te lezen samen met de legenda, omdat de leesrichting daarvan haaks op de kaart staat. Men kan mooi zien dat de oorsprong van alle plaatsen in het duingebied vanaf de vroege Middeleeuwen (Ruïne Teylingen) lag op de hoger gelegen zandruggen (oude duinen). In Warmond lag het eerste Rooms-Katholieke seminarie in de Noordelijke Nederlanden, uit 1799. In het naburige Voorhout kwam in 1847 een vooropleiding daarvan.
Het kaartfragment van de Nederrijn laat de verschillende aspecten van het rivierbeheer zien: met kribben en strekdammen wordt de rivier bevaarbaar gehouden, de verschillende soorten dijken moeten het achterland in de winter en de uiterwaarden in de zomer beschermen. In de uiterwaarden staan steenfabrieken, een veerhuis, veerpont en een spoorbrug en zelfs een drijvende badinrichting in de rivier.

[Kaart XVIII]
Op de verkeerskaart is de veerdienst van Hoek van Holland naar Londen via Harwich te zien, geopend in 1893.

[Kaart XIX-XXI]
Op de provinciekaarten is er een spoorlijn bijgekomen tussen Groningen en Roodeschool. Ook van het Belgische Eeklo loopt nu een tram naar Breskens. Vanuit Antwerpen is een tramlijn naar Breda aangelegd. Het belangrijkste vaderlandse nieuws is het gereedkomen van het Merwedekanaal.

[Kaart XXII]
De natuurkundige kaart van Duitsland is nieuw getekend, op een grotere schaal dan het blad Middel-Europa in de vorige editie. De Moravische Poort is waar de Oder door de Sudeten breekt. ‘Oderbroekl[and]’ is de vertaling van de naam Oderbruch die in de vorige editie opdook. De schaal van de geologische bijkaart is ongeveer 1:6 miljoen.

[Kaart XXIV]
Van de geologische kaart van Middel-Europa op de schaal 1:5,5 miljoen uit de vorige editie is een groot stuk afgehakt. Wat overbleef is een geologisch kaartje van de Alpen. Daardoor is ruimte geschapen voor een Schetskaart van de Alpen, waarop met een grijze streepjeslijn onderdelen van die Alpen onderscheiden worden. Doordat de schrapjes ontbreken en alleen gebergtekammen worden aangegeven is de kaart iets duidelijker dan de fysische kaart van de Alpen (nr. XXIII). Maar wat precies de nadere bedoeling van de schetskaart is, blijft onduidelijk. De schetskaart zal drie edities lang in de atlas blijven staan.

[Kaart XXVII]
Frankrijk heeft nu ook de schaal 1:3 miljoen, en dat betekent dat er nu ook plaats is voor spoorwegen op de hoofdkaart. Orange is op de nieuwe kaart als ‘Oranje’ gespeld. Het Moorengebergte heet nu Les Maures. De ‘Wouden van Orléans’ zijn van de kaart verdwenen, de Sikkelbergen heten weer Monts Faucilles. Kortom, net zoals toen de nieuwe kaart van Groot-Brittannië verscheen, zijn er meer endoniemen gebruikt. En waar exoniemen gebruikt worden staan ze tussen haken achter de endoniemen: Lille of Rijsel, Cambrai of Kamerijk heten nu Lille (Rijsel) en Cambrai (Kamerijk). Dat is op zich prima, maar dat Kortrijk in België ‘Courtray (Kortrijk)’ geworden is, berust op een akelig misverstand. Hoewel er wel een hiërarchie in de plaatssymbolen zit, wordt die niet verklaard in de legenda.

[Kaart XXIX]
Op de op dezelfde schaal nieuw getekende kaart van Oostenrijk-Hongarije heeft men de Hongaarse namen waar men dat nodig achtte omgespeld of getranscribeerd. Op die manier kunnen ze goed uitgesproken worden: Debretzin (Debreczin), Moenkatsj (Munkacz), Maros Wasjarhely (Maros Vasarhely), Siget (Sziget), Mohatsj (Mohacz), Segedin (Szegedin), Tsjaba (Czaba) en Ketsjkemet (Kecskemet). Maar bij als Duits of Italiaans ervaren namen gaat men terug naar de officiële spelling: Sjemnitz wordt Schemnitz, Kasjau wordt Kaschau, Skoetari wordt Scutari. In de andere naamsveranderingen is geen systeem gevonden: in Servië wordt Kragojewatz nu Kragoejevats en Kroesjewats nu Kroesjovats. In Turkije wordt Nowibazar nu Novipazar, Prisjtina nu als Pristina gespeld. Westwaarts van Kaschau is nu ook een spoorlijn langs de rivieren Bernad en Waag opgenomen. In plaats van de kaart van het stroomgebied van de Donau is er nu een bijkaartje van de staatkundige indeling van de Habsburg-monarchie. Bosnië maakt daar formeel geen deel van uit, maar is nog een Oostenrijks protectoraat.

[Kaart XXXV]
Op de nieuwe kaart van Italië op de schaal 1:3 miljoen zijn de spoorlijnen ook geïntegreerd. De vermelding van het drooggelegde ‘L. Fucino’ is van de kaart verdwenen; in de veertiende editie zal die vermelding weer worden opgenomen. Siracuse is Syrakuse (Siracusa) geworden. De bijkaart van de Vesuvius is verdwenen, de spoorwegenbijkaart is er nog wel, hoewel die nu niet meer nodig is.

[Kaart XXXVI]
Voor de kaart van het Balkanschiereiland heeft Bos nu een liggende in plaats van een staande uitsnede genomen. Troje is eindelijk goed gelokaliseerd bij de mond van de Dardanellen. Turkije begint nu ook in Klein-Azië met spoorwegaanleg: de lijn van Scutari naar Ismid is verlengd naar het zuiden, van Magnesia gaat een lijn noordwaarts, en Broessa is door middel van een spoorlijn met de Zee van Marmara verbonden. Op de zuidkust van de Dardanellen is het fort Kale Sultanie gebouwd. Op de Peloponnesos is de spoorlijn van Athene naar Patras doorgetrokken tot Pyrgos, terwijl Athene nu ook per spoor verbonden is met Laurion. In Roemenië is Dzjoerdzjewo weer terug-omgespeld in Giurgewo (Giurgiu), en Köstendsje is omgespeld in Kustendsje (Constanţa).

[Kaart XXXVIII]
Op de staatkundige kaart van Azië kunnen we zien dat in de Oeral de spoorlijn van Orenburg nu verder loopt naar Orsk, en dat een spoorweg van Samara het bij de vorige editie vermelde Slatoust (Zlatoust) nu ook op de kaart bereikt heeft. Op de kaart van Rusland [Kaart XXX] waren die spoorverbindingen nog niet getoond.
Het moet geen plezierig idee zijn geweest voor de emir van Afghanistan om Britse en Russische spoorweghoofden aan zijn grenzen te hebben: Britse in Pesjawar en in Quetta in het ook door de Britten gecontroleerde Baloetsjistan, en Russische in Merv en Samarkand.

[Kaart XXXVIIIa]
Op de ingevoegde halve atlaspagina met thematische kaarten van Azië is de landbouwkaart van China niet eenvoudig te lezen: suikerriet komt voor ten zuiden van de Jangtse, zijde, thee, rijst en (door insecten afgescheiden) lak hebben als noordgrens de benedenloop van de Hoang Ho. Gierst en katoen kunnen beter tegen de kou; hun verbouw reikt tot waar de neerslaggrens alleen steppen mogelijk maakt. De geologische kaart van China toont alle eolische afzettingen (löss) die de noordenwind vanuit de Gobiwoestijn deponeert. De Hoang Ho veranderde bij overstromingen vaak zijn bedding, de laatste keer was dat in 1855, daarvoor stroomde hij uit ten zuiden van het schiereiland Sjantoeng; vanaf 1855 volgt hij de huidige bedding. De steenkoollagen langs de Jangtse werden nog tot voor kort op grote schaal geëxploiteerd, zoals ik in 2001 – toen de rivierdammen nog niet operationeel waren – al varend heb kunnen zien. De klimaatkaart laat de toestand voor juli zien, als in Indonesië de droge moesson of zuidoost-moesson waait.
De plattegrond van Palembang – hier ‘Pelembang’; op de hoofdkaart staat de stad wel als Palembang aangegeven – is ontleend aan de Atlas van de Nederlandsche bezittingen in Oost-Indië, door J. W. Stemfoort en J. J. ten Siethoff, ‘kapiteins van den Generalen Staf van het N. I. leger’ (1885) en niet aan het Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap waar in 1876 ook een plattegrond van deze stad bijgevoegd zat. Met alle rakits, een soort woonboten, in de rivier wordt het karakter van de stad goed weergegeven.

[Kaart XXXIX]
Op de kaart China, Voor- en Achter-Indië is het gebied van Kafiristan, Dardistan en het hoogland van Pamir, dat op de staatkundige kaart van Azië [Kaart XXXVIII] al als Afghaans was afgebeeld nog onafhankelijk wit gelaten.

[Kaart XLI] en [XLII]
Op het blad met kaarten van Java dient de verklaring van termen, in de vorige editie al opgenomen, nog vermelding: in de kaart zelf betekenen ‘Tji’ en ‘K (kali)’ rivier. Een ‘Bengawan’ is een grote rivier: Bengawan Solo of Bengawan Madioen. ‘K. Bengawan’ is onzin. ‘Noesa’ betekent ook eiland.

[Kaart XLVI]
Op de kaart Afrika natuurkundig is in het huidige Ethiopië het Samboeroe-meer nu herdoopt in Rudolfmeer (Turkanameer), naar de Oostenrijkse kroonprins. Ook het eveneens door de Oostenrijks-Hongaarse ontdekkingsreiziger Graaf Teleki ontdekte Stefaniemeer, genoemd naar Rudolfs vrouw, is op de kaart gezet. In het merengebied ten westen van het Victoriameer is opruiming gehouden: het Mivoetanmeer of Albert Nianza staat nu als Albertmeer op de kaart, het Moeta Nzige als Edwardmeer, en het Alexandra Nianza is bijna van de kaart verdwenen, de rivier de Alexandra, die van dat veronderstelde meer richting Victoriameer loopt en de langste bronrivier van de Nijl vormt, heet nu de Kagera en staat als Nijl op de kaart. Een deel van het voormalige veronderstelde grote Edwardmeer figureert nu als Osomeer (Kivumeer). De naam Leopoldmeer ten oosten van het Tanganyikameer moet een vergissing zijn; er is al een Leopoldmeer in de beneden-Kongo. Vanaf de dertiende editie staat het als Rikwameer op de kaart, het tegenwoordige Rukwa.
De rivieren in het zuidoosten van Ethiopië hebben een andere loop gekregen; ze wateren af op het Turkanameer in plaats van op de Dzjoeb (Jubba). Ten westen van het Tanganyikameer kreeg ook het Moero meer (Mwerumeer) een andere kustlijn. Het Konggebergte, dat tot en met de zevende druk van Sierra Leone tot de Niger boven Opper-Guinee uittorende en daarna tot een kleiner gebergte was teruggebracht, is in de elfde druk helemaal van de kaart vervallen. Alleen de plaatsnaam Kong herinnert er nog aan.

[Kaart XLVII]
De kaart Afrika staatkundig toont dat Ethiopië zijn gebied zuidwaarts heeft uitgebreid ten koste van de Galla- en Oromostammen. De namen ‘Duits Oost-Afrika’ en ‘Brits Oost-Afrika’ zijn toegevoegd; bij het laatste hoort ook het protectoraat over Oeganda. Swaziland is iets uitgebreid richting de Drakensbergen. De claim van de Portugezen op het Kongo-gebied is deels gehonoreerd, doordat het rijk van Moeata Jamvo nu bij hun territorium gevoegd is.

[Kaart XLVIIa]
Het nieuwe aan Afrika gewijde halve blad XLVIIa bevat weer een type-landschap: het Nijldal beneden Sioet (Asyut). De schaal ervan is 1:275.000 en het toont de irrigatiekanalen, die bij overstroming door de Nijl gevuld worden. De kaart van de verkeerswegen in Afrika toont bevaarbare rivieren, (ontworpen) spoor-, karavaan- en andere wegen en gebieden waar bepaalde betaalmiddelen gebruikelijk zijn. De kaart laat zien dat men bezig is de Senegal- en Niger-rivieren met een spoorweg te verbinden, tevens het plan om Vivi aan de monding van de Kongo met Léopoldville te verbinden om de stroomversnellingen aan de benedenloop van de Kongo te omzeilen. Bovendien geeft de kaart plannen weer om de spoorlijn van Kaapstad naar Kimberley – op de vorige detailkaart uit 1885 liep die nog pas tot Beaufort-West – tot aan de Zambezi te verlengen. Ook de spoorlijn van het niet aan zee gelegen Transvaal naar de zeehaven Lourenço Marquez (Maputo) is aangegeven, maar die zou pas in 1895 gereed zijn. In Algerije is het spoorwegnet westwaarts uitgebreid tot Tlemcen, zuidwaarts tot Aïn Sefra (zuidelijk van Oran); het lijkt op de kaart of Constantine niet met de lijn naar Tunis verbonden is, maar dat was in werkelijkheid wél het geval. In Egypte zijn de spoorlijnen van Sues naar Kaïro, Alexandrië en Sioet (Asyut) aangegeven; de laatste staat nog niet op de kaart van het Nijldal.


De kaart van Zuid-Afrika op de schaal 1:10 miljoen was nodig geworden vanwege de toenemende spanningen tussen Groot-Brittannië en de Zuid-Afrikaanse republieken waarmee Nederland zich verbonden voelde. Sedert de zevende editie van 1885 had er geen detailkaart van Zuid-Afrika in de atlas gestaan. De nieuwe plaats Johannesburg staat hier voor het eerst vermeld. Van ‘d’Urban’ (Durban) is een spoorlijn over de ‘Drakensberge’ naar de Oranje Vrijstaat aangelegd (Harrismith) en een vertakking naar Newcastle (dichtbij Utrecht); naast Kaapstad zijn nu ook East London, Port Elizabeth en Port Alfred door middel van spoorlijnen met het binnenland verbonden, tot aan Pretoria. De ‘Zand P. Bergen’ in het noordwesten van Transvaal moeten de Zoutpanbergen zijn.

[Kaart XLIXa]
Het nieuwe blad XLIXa met thematische kaarten van Noord-Amerika toont onder andere de verkeerswegen, met een aantal spoorlijnen die tot nu toe niet op de kaart van de Verenigde Staten stonden: de spoorlijn langs de westkust van Los Angeles naar Olympia – hij liep ook door naar Seattle, dat nu voor het eerst op de kaart prijkt – de lijnen van Chicago naar het zuiden en naar Toronto/Ottawa, de verbinding van Quebec met Halifax; de lijn van Denver naar het zuiden loopt nu door tot Mexico City via El Paso.
De kaart van de kust bij Portland past bij die van de kustvormen van Europa; alleen is de schaal 1:250.000 in plaats van 1:1,5 miljoen. De dieptelijnen met een waarde van 10 en 40 zijn waarschijnlijk uitgedrukt in vademen. Het gebied van Kaap Hatteras is ongeveer zo groot als Nederland, en zou er gespiegeld en een kwart slag gedraaid ook qua vorm mee overeenkomen. De schaal is ongeveer 1:1 miljoen. Het kaartje daaronder brengt de ‘Cotton Belt’ in beeld, bedoeld zal zijn het percentage van de totale agrarische inkomsten per county dat met de katoen wordt verdiend.
Ook de kaart van New York heeft de schaal 1:250.000. Brooklyn is nog een aparte stad, Morrisania is het begin van de bebouwing van wat later de Bronx zou worden. Er lijkt al een tunnel onder de East River te lopen. Zuidelijk van Coney Island lijkt het ondiep (minder dan vijf vadem), zodat daar mogelijk baggerwerkzaamheden nodig zijn geweest. Het riviertje Arthur’s Kyll dat Staten Island van de kust scheidt heeft een Nederlandse soortnaam (vergelijk Dordtse Kil). Tenslotte is er de kaart van de groei van Chicago, waar de verschillende tinten de bouwperiode aangeven. Helaas kan men niet in één oogopslag zien wat de meest recente delen zijn, daarvoor hadden de tinten van donker naar licht moeten oplopen.

[Kaart L]
De kaart van de Verenigde Staten – de term ‘Republiek Amerika’ heeft Bos nu laten vallen – is op een grotere schaal getekend: 1:12 miljoen in plaats van 1:14 miljoen. Op deze kaart zijn de namen van de territoria die nog niet als staat tot de unie zijn toegetreden nu in een mager lettertype geschreven. Canada en het noorden van Mexico worden inmiddels op dezelfde manier behandeld als de Verenigde Staten zelf en er is dus geen sprake meer van eilandkartografie. Alleen de spoorlijn van Mexico naar Guadalajara en San Blas aan de Pacific is niet meegenomen van de staatkundige kaart van Noord-Amerika. Bos heeft nog steeds moeite met het op elkaar afstemmen van de inhoud van kaarten van hetzelfde gebied op verschillende bladen. In Oklahoma is een steeds kleiner gebied voor de Indianen gereserveerd. De Grote Zoutmeerstad is op de kaart omgedoopt in Great Salt Lake City. De naam ‘Mauvaises Terres’ van de natuurkundige overzichtskaart van Noord-Amerika is nu veranderd in ‘Badlands’. De plaatsnaam St. Anthony is veranderd in Minneapolis. Mexico, Ottawa en Washington zijn dubbel onderstreept om ze van provincie- en staatshoofdsteden te onderscheiden. Ook de Florida Keys met Key West (in plaats van West Cay) staan nu op de kaart, maar het Eriekanaal is door de vooruitgang van de kaart verdwenen. In het Noordwesten is de term ‘Groote Vlakte van de Columbia Rivier’ voor het eerst opgenomen, het latere Columbiaplateau. Aan de bovenloop van de Yellowstone rivier wordt de Bozemanpas aangegeven, waardoor de Northern Pacific Railway liep. Het noordelijkste puntje van de Verenigde Staten, een stuk land aan de noordoever van het Lake of the Woods, is nu ook aangegeven. Het is voor het eerst in de atlas dat de naam Grand Canyon wordt vermeld.

[Kaart LIa]
Op het nieuwe blad Thematische kaarten van Zuid-Amerika staat eerst een kaartje van de Cassiquiare, het eigenaardige door Von Humboldt beschreven fenomeen van een rivier, de Orinoco, die zich ten westen van Esmeralda splitst en twee kanten op stroomt: naar de Orinoco en naar de in de Amazone uitstromende Rio Negro, en dus een verbinding vormt tussen deze twee riviersystemen. De schaal is 1:5 miljoen. De Pongo de Manseriche is de kloof waardoor de bovenloop van de Amazone, de Marañon, zich worstelt voordat hij in het Amazonebekken uitstroomt. De schaal ervan is 1:6,2 miljoen. Blijkbaar had de rivier stroomafwaarts van de kloof in rustiger water een boel goud afgezet. De twee regen- en plantengroeikaarten van Zuid-Amerika tonen aan hoe droog het grootste deel van Chili en Argentinië is. De baai van Rio de Janeiro past in de serie kaarten van kustvormen; eigenlijk had het suikerbrood (Pao de Azucar) hier moeten worden vermeld. De stad heeft zich nog niet uitgestrekt tot de beroemde stranden zoals Copacabana. Aan de overkant van de baai beginnen de spoorwegen naar Petropolis (vanaf N.S. de Guia) en Campos (vanuit Niteroi). De regenkaart van Australië laat zien hoe droog dat continent in vergelijking met Zuid-Amerika is.
Aan dit blad zijn een viertal voorbeeldkaartjes van typen riffen toegevoegd, alle op de schaal 1:300.000: Totoya, Taiara (Taiaro), het fout gespelde ‘Noekoetefau’ (Nukufetau) en Honolulu. Pearl Harbor, de latere Amerikaanse vlootbasis, ligt ten westen van Kariki (Kalihi). Sandwich Eilanden is de oude Europese naam voor de Hawaii eilanden.

Inhoud van de elfde editie volgens de index

I             Halfronden, Zuidpoolgebied

II            Hoeveelheid regen en Regentijden

III           Zeestromingen en wereldverkeer

IV           Isobaren en windrichtingen winterhalfjaar

V            Isobaren en windrichtingen zomerhalfjaar

VI           Isothermen januari

VII          Isothermen juli

VIIa        Isothermen voor het jaar

VIIb        Isoamplituden

VIII         Plantengroei op aarde

IX           Mensenrassen op aarde

X            Europa natuurkundig 1:15 miljoen

Xa          Kustvormen van Europa heel blad

XI           Europa dichtheid van bevolking

XII          Europa Volksstammen 1:15 miljoen

XIII         Europa Regen- en Isothermenkaart

XIV         Europa Staatkundig 1:15 miljoen met ontdekkingen Barentszzee

XV          Nederland Grondsoorten 1:800.000

XVa        Duinstreek, Exloo, Haarlemmermeer, Neder-Rijn

XVI         Zuidplaspolder 1:50.000

XVII        Nederland hoogtekaart 1:1,15 miljoen

XVIII       Nederland Overzicht en verkeerswegen 1:800.000

XIX         Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht 1:500.000 met Amsterdam en omgeving 1:325.000

XX          Groningen, Friesland, Drenthe, Overijsel en Gelderland 1:500.000

XXI         Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, 1:500.000, Vlissingen, Grote rivieren in Brabant en Zuid-Holland

XXII        Duitsland natuurkundig 1:3,15 miljoen en geologische kaart Zuid-Duitsland

XXIII       Alpenkaart 1:3 miljoen

XXIV       Geologische kaart van Middel-Europa

XXV        Duitsland 1:3,7 miljoen

XXVI       Zwitserland 1:1,2 miljoen

XXVII      België 1:1,11 miljoen

XXVIII     Frankrijk 1:3,4 miljoen

XXIX       Oostenrijk-Hongarije 1:3,7 miljoen

XXX        Rusland 1:10 miljoen

XXXI       Skandinavië 1:5 miljoen

XXXII      Denemarken 1:3 miljoen

XXXIII     Groot-Brittannië en Ierland 1:3,1 miljoen

XXXIV     Spanje en Portugal 1:3,2 miljoen

XXXV      Italië 1:3 miljoen

XXXVI     Staten van het Balkan Schiereiland 1:3,7 miljoen

XXXVII    Azië natuurkundig 1:30 miljoen; Klein-Azië 1:12,5 miljoen, Palestina 1:2,5 miljoen

XXXVIII   Azië staatkundig 1:30 miljoen; Bevolkingsdichtheid

XXXVIIIa    

             China landbouw, mijnbouw, spoorwegen India, Isobaren juli, Palembang

XXXIX    China, Voor- en Achter-Indië 1:20 miljoen

XL          Oost-Indische Archipel 1:20 miljoen en Japan 1:15 miljoen

XLI+XLII Java 2x 1:2,75 miljoen Natuurlijke gesteldheid en staatkundige toestand; 2x 1:5,5 miljoen Taal-, landb.kaart, straat Soenda

XLIII, XLIV en XLV

             Sumatra, Borneo, Celebes 1:6 miljoen. Padangse Beneden- en Bovenlanden 1:2,5 miljoen

XLVI      Afrika natuurkundig 1:25 miljoen

XLVII     Afrika staatkundig 1:25 miljoen met Nijldelta 1:500.000

XLVIIa   Verkeerswegen in Afrika, Nijldal beneden Sioet, Zuid-Afrika 1:10 miljoen

XLVIII    Noord-Amerika natuurkundig 1:27,75 miljoen

XLIX      Noord-Amerika staatkundig 1:27,75 miljoen en Midden-Amerika 1:14 miljoen

XLIXa    New York, verkeerswegen Noord-Amerika, groei Chicago, Kust N.van Portland, Katoenopbrengst, Kust N.Carolina

L           Verenigde Staten 1:12 miljoen

LI          Zuid-Amerika 1:25 miljoen met Suriname 1:3 miljoen en Curaçao 1:1 miljoen

LIa        Cassiquiare, Pongo de Manseriche, Rio, Noekoetefau, Riffen, regen Australië, Zuid-Amerika, vegetatie Zuid-Amerika

LII         Australië 1:56 miljoen

LIII        Zuidoost-Australië, Nieuw-Zeeland 1:10 miljoen, Hawaii 1:5 miljoen

In totaal 40 spreads; de atlas kostte destijds ƒ 4,00.

Sort order: 
11