Editie 14, 1899: Pieter Roelf Bos, Bos’ Schoolatlas der geheele aarde

In de veertiende editie van de Bosatlas uit 1899 blijft redacteur Bos experimenteren met de hoogte- en dieptetinten. Zo draait hij de volgorde van de dieptekleuren om, om een beter contrast tussen land en zee te verkrijgen. Dat werkt inderdaad goed (zie afbeelding). De atlas munt uit door warme vriendelijke kleuren voor de hoogtezones. Daarnaast zitten we nu zo’n beetje op het toppunt van het kolonialisme, en dat wordt gevisualiseerd op een nieuwe uitslaande wereldkaart van de koloniën. De Mahdi is verslagen, en na het oplossen van het daarop volgende Fashoda-incident tussen Groot-Brittannië en Frankrijk is heel Afrika praktisch opgedeeld. De spoorwegaanleg heeft de speciale aandacht van Bos in deze editie.

Kaartverschillen met de dertiende editie

[Kaart I]
Meteen op de kaart van de halfronden worden we geconfronteerd met een omkering van de dieptetinten. Op de Noordpoolkaart is aangetekend dat Nansen in 1895 het op dat moment noordelijkste punt bereikte: 86° 14’ noorderbreedte; de coördinaten van dat punt staan pas in de volgende editie; nu lijkt het net of hij al op de Noordpool was. Op de Zuidpoolkaart is het witte, dus nog onbekende gebied opeens veel groter, vergeleken met de vorige editie.

[Kaart II]
De zeestromenkaart is veranderd in een Kaart van de Koloniën en het Wereldverkeer, de zeestromen zijn verplaatst naar de kaart van de bevolkingsdichtheid en, voor de moessons, naar een apart kaartje van Zuid-Azië. Het verschil tussen warme en koude zeestromen is daar helaas niet meer met rode en blauwe pijlen maar door volle en gestreepte pijlen aangegeven. Wel is nu duidelijk dat hoe sterker de stroming, hoe dichter de pijlen getekend zijn, iets wat in voorgaande drukken niet was geïmplementeerd. Nieuw is de naam ‘Centraal Polynesische Sporaden’ (Palmyra, Washington, Malden, Starbuck, etcetera), die we tegenwoordig de ‘Line eilanden’ noemen.
Aan de rand van het blad zijn de belangrijkste Nederlandse scheepvaartmaatschappijen met vaste lijndiensten aangegeven, en tevens de belangrijkste buitenlandse rederijen die ook Rotterdam en Amsterdam aandoen. De haven van Rotterdam heeft nu blijkbaar een gelijkberechtigde status met die van Amsterdam gekregen. De Rotterdamse Lloyd en de Stoomvaart Maatschappij Nederland voeren volgens dat overzicht beide met hun passagiersschepen in veertig dagen naar Batavia. Op deze wereldkaart is te zien dat in Colombia een (niet bestaande) spoorlijn van de hoofdstad naar de havens aan de Caribische zee is aangelegd, en dat in Zuid-Afrika de spoorlijn van Kaapstad naar het noorden tot Bulawayo is gekomen (het ideaal van Cecil Rhodes was de Kaap naar Caïro spoorweg!). In Turkije is de Anatolische spoorbaan te zien, met Duits kapitaal aangelegd tussen 1892 en 1896; in 1892 was Ankara al bereikt vanuit Constantinopel. In Rusland blijkt de Trans-Siberische spoorweg een geweldig bouwtempo te hebben: Irkoetsk is al bereikt, terwijl men in de vorige editie van de atlas nog niet veel verder dan Slatoust in de Oeral was gekomen. Ook hebben de Russen de haven van Archangel inmiddels aan het Russische spoorwegnet aangesloten. In Brits-Indië zijn er spoorlijnen naar Assam en in Birma naar de grens met China aangelegd. Japan blijkt een spoorwegnet te hebben dat we tot nu toe niet hebben gezien in de atlas, en hetzelfde geldt voor West-Australië.


Wat de scheepvaart betreft zijn de Nederlandse scheepvaartverbindingen, in het rood, duidelijk afgetekend tegen de zwarte buitenlandse lijnen. De Nederlandse lijnen zijn vooral op de eigen koloniën gericht en daarnaast op havens in de Verenigde Staten (New York en Texas). Zolang het Panamakanaal nog niet geopend is, duurt de kortste zeereis om de aarde nog 84 dagen.
Afrika is nu geheel opgedeeld onder de koloniale machten; alleen Marokko, Ethiopië, de Boerenrepublieken en Liberia zijn nog onafhankelijk. Fasjoda – waar de Fransen probeerden een doorsteek van de Franse Soedan naar Djibouti te forceren – is nog gemarkeerd op de kaart in de nu Anglo-Egyptische Soedan: vanwege de geboden Britse hulp bij het bestrijden van de Mahdi wordt diens rijk een gemeenschappelijke kolonie van Egypte en Groot-Brittannië. De Italiaanse invloed in Oost-Afrika is teruggebracht tot de kuststroken na de verloren slag bij Adoea. Amerika is ook als koloniale macht aangegeven, ook al druist dat in tegen de Amerikaanse constitutie. Nadat Hawaii al een Amerikaans territorium werd, kregen de Verenigde Staten door de oorlog met Spanje in 1898 Cuba, Puerto Rico, Guam en de Filippijnen in handen. In 1902 zou Amerika Cuba onafhankelijkheid verlenen, waarbij het een eeuwigdurende pachtovereenkomst voor de baai van Guantanamo sloot. De meeste eilanden in de Pacific hebben de roze onderstreping van Groot-Brittannië; Fiji is daarbij vergeten, het werd al in 1874 een Britse kolonie.
De arctische eilanden hebben niet langer een aparte kleur en zijn aan Canada en Denemarken toebedeeld.

[Kaart IV]
Europa natuurkundig: Het donkerblauw van de ondiepe zeeën contrasteert inderdaad goed met het bleke groen van het Europese laagland. In de Kaspische Zee vinden we voor het eerst de mededeling dat het niveau van deze zee twintig meter beneden dat van de oceaan ligt. Bij de Dode Zee staat hier zelfs -400 meter. De benamingen van veel fysische landschappen zijn veranderd; de Finse Rots- en Meervlakte is vereenvoudigd tot Finse Meervlakte. Het Skandinavisch gebergte is tot Scandinavisch Hoogland geworden en de term Zweeds Terrasland is ingevoerd. Het Hoogland van Auvergne werd het Centraal Frans Bergland. De Westelijke en Noordelijke Middelgebergten werden respectievelijk Franse en Duitse Middelgebergtes. De Walachijse laagvlakte werd de Beneden Donauvlakte. Binnen de overkoepelende Karstgebergten, die van Istrië tot de Peloponnesus reiken, is nu ook het Pindusgebergte in Griekenland genoemd. Het komt in de plaats van de Bora Dagh: de Turkse namen op de Balkan gaan geleidelijk door Griekse en Slavische vervangen worden. In Zweden zijn de streeknamen Småland en Skåne (Schonen) ingevoerd. In dat laatste begint de reis van Nils Holgersson, een in 1906 door Selma Lagerlöf geschreven aardrijkskundeleerboek voor Zweden.

1897    1899

[Kaart V]
Europa Staatkundig: Er is een veel duidelijker spoorwegsymbool gebruikt, en de vestingsymbolen zijn althans op deze kaart gelukkig afgeschaft. Er is goed gegeneraliseerd zodat het weer een duidelijke kaart geworden is. De wadi’s in Libië zijn nu niet meer als permanente rivieren aangeduid, en de grens van Tunesië is naar het zuiden verlegd. Afgezien van de Trans-Siberische spoorweg zijn er geen spoorwegen op het Aziatische deel van deze kaart opgenomen. De bijkaart met de steden in de Noord-Duitse laagvlakte is voorgoed verdwenen. De plaatsen Gjedser en Warnemünde zijn ingetekend, om de spoorverbinding via de veerboot tussen Duitsland en Scandinavië aan te geven.

[Kaart X]
Hoogtekaart van Nederland: De schaduwschrapjes, die niet zo goed overeenkwamen met de hoogtelijnen, zijn nu weggelaten en dit werkt verhelderend. De hoogtelijnen zelf zijn minder globaal, en in meer detail getekend, wat vooral in de Kempen en de Peel goed zichtbaar is.

[Kaart XII-XV]
Provinciekaarten: De tramlijn van Castricum naar Beverwijk is verdwenen, van Rotterdam loopt er nu een tram naar Numansdorp en Zuid-Beijerland. De nu opgenomen Slaperdijk in de Gelderse Vallei moet voorkomen dat bij een dijkdoorbraak van de Grebbedijk bij Rhenen het Utrechtse deel van de Gelderse Vallei en Amersfoort zouden overstromen. Die dijk werd trouwens al in de 17de eeuw aangelegd. In Noord-Brabant zijn de tramroutes Kruisland-Roosendaal-Oud Gastel en Roosendaal-Etten vervallen, en is er een tramroute van Veghel, St. Oedenrode, Eindhoven naar Eersel, Bladel en Reusel (en niet Ransel zoals op de vorige editie) toegevoegd. In Groningen loopt er nu een tram tussen Winsum en Ulrum.

[Kaart XVI]
Omdat de bestaande Alpenkaart onleesbaar was door de combinatie van schrapjes en donkerbruine hoogtezones, is die reliëfvoorstelling nu gesplitst: de reliëfschrapjes staan op de ene kaart en de hoogtezones op de andere. Op beide kan men nu tenminste het verloop van de spoorwegen door de Alpendalen zien.

[Kaart XVII]
Op de kaart Duitsland natuurkundig doet voor het eerst, naast het exoniem Warschau, ook de Poolse naam Warzawa (Warszawa) zijn intree. Gjedesby op het Deense eilandje Falster is de gemeente waar het Deense startpunt van de veerverbinding Gedser-Warnemunde ligt.

[Kaart XVIII]
Waarom Bos op de kaart van Duitsland staatkundig het dorp Petit-Croix bij Belfort in Frankrijk op de kaart zette, was aanvankelijk onduidelijk, maar het blijkt dat hij bij alle grote spoorweg-grensovergangen tussen Duitsland enerzijds en Rusland of Frankrijk anderzijds, de grensstations aan beide zijden ook heeft aangegeven. Het geldt eveneens voor Nederland: ook de grensstations Oldenzaal en Bentheim, Elten en Zevenaar, Eijsden en Visé staan tegenover elkaar op de kaart opgenomen.

[Kaart XIX]
Ook de kaart van Zwitserland is een stuk leesbaarder, hij is nieuw getekend en het bruin van de hooggebergte is lichter en warmer. Er loopt nu ook een spoorlijn van Ragatz naar Platz in Graubünden, en van Luzern naar Brienz en Meiringen; in Oostenrijk is de lijn van Feldkirch naar Innsbruck door de Arlbergtunnel eindelijk ingetekend, en het Italiaanse Domodossola is per spoor bereikbaar geworden. In Frankrijk is de spoorweg langs de zuidoever van het Lac Léman – nu niet meer als Meer van Genève betiteld, dat is alleen het deel vlak bij die stad – opgenomen, aansluitend op de Zwitserse spoorweg naar St. Maurice en Martigny. Langs de kust van het Lac Léman is nu ook Château Chillon opgenomen, een bekende inspiratiebron voor dichters en schrijvers onder wie Jean-Jacques Rousseau, Victor Hugo, Alexandre Dumas, Gustave Flaubert en Lord Byron. In het midden van het land heeft nu ook Interlaken een spoorwegstation, en daardoor is ook de toeristenplaats Lauterbrunnen opgenomen, met uitzicht op de Mönch, Eiger en Jungfrau. De kaarten van België en Zwitserland hebben nu ook een plaatsstippenlegenda. Waarom in Vlaanderen Franse plaatsnamen tussen haken toegevoegd zijn (zelfs bij Brugge, Gent en Antwerpen!) blijft onduidelijk. In Wallonië zijn nu voor het eerst de Franse namen eerst genoemd, en de Nederlandse tussen haken toegevoegd. De krans van stedelijke gemeenten rond Brussel is opgenomen. Nu de spoorwegen een blokjessignatuur hebben is het op deze kaart een stuk makkelijker de loop der kanalen te volgen. Het hoogste punt van België, de Baraque Michel met 675 meter, is nu ook aangegeven in het gebied dat nu nog Hohe(s) Venn genoemd wordt.

[Kaart XXI]
Op het blad Oostenrijk-Hongarije is een spoorlijn vanaf Agram (Zagreb) door Slavonië naar Belgrado aangelegd. Salzburg heeft nu ook een spoorverbinding met Wenen binnen Oostenrijk. In de Dobroedsja wordt voor Küstendsje eindelijk de Roemeense naam Constantsa (Constanţa) gebruikt. De plaatsnamen zijn weer overhoop gehaald: in Bulgarije nu Russe (Ruščuk) in plaats van Roestsjoek, Svištov in plaats van Sjistova; in Roemenië Jasi in plaats van Jassy, Plojesjti in plaats van Ploesci, Cernavoda in plaats van Tsjernawoda, Giurgew (Georgiu) in plaats van Giurgewo, Focsani in plaats van Foksjani. Ook in Hongarije zijn de plaatselijk officiële schrijfwijzen gevolgd: Szegedin in plaats van Segedin, Hódmezö-Vásárhely in plaats van Hodmesjö Wasjarhely, Czaba in plaats van Tsjaba, Munkács in plaats van Moenkatsj (maar achter Semlin is nu de Servische naam Zimony gevoegd (Zemun)), dus het principe van transcriptie om een juiste uitspraak mogelijk te maken is weer overboord gezet. In plaats daarvan probeert Bos dus bij de officiële spelling aan te sluiten. Ook in Servië en Montenegro is dat het geval, achter het Nederlandse exoniem Belgrado komt nu de Servische naam Beograd. Kaliesj en Lodzj in Polen werden Kalisch en Lods. In Galicië worden Tsjernowits en Prsjemysl tot Cernowitz en Przemysl, Wjelitska en Kieltse worden Wieliczka en Kjelzy. Daarmee volgt men de officiële spelling in Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Achter de naam Krakau is tussen haken de naam Podgorze geplaatst; Bos wekt de indruk dat het om een Slavisch synoniem gaat, maar het is de naam van een voorstad van Krakau gelegen aan de zuidkant van de Weichsel of Wisła.

[Kaart XXII]
Op de kaart van Rusland valt de spoorlijn van Vologda naar Archangel op. Ook er is een nieuwe verbinding tussen Lemberg (Lviv) en Rusland (via Brody en Rowno). Saratov is nu ook met Oeralsk (Oral) verbonden, en Kamysjin (Kamyshin) met Tambov. In de Baltische staten heerst wat de plaatsnamen betreft een Russificatieprogramma: de plaatsnamen hebben Russische toevoegingen gekregen: Reval (Kolyvan), Dorpat (Joerjew), Narwa (Iwangorod), Pernau (Pernowy), Peipameer (Tsjoedskoje Meer), Dunaburg (Dwinsk), Mitau (Mitava), Libau (Libawa) en Windau (Windawa).

[Kaart XXIII]
Op de kaart van Scandinavië loopt er nu een spoorweg langs de Zweedse kust van Helsingborg naar Göteborg.

[Kaart XXVI]
Italië: Sardinië heeft nu ook een spoorwegennet gekregen. Op Corsica blijkt een spoorverbinding tussen Ajaccio en Bastia in aanbouw. Ten oosten van Rome bij Avezzano wordt het drooggelegde ‘L. Fucino’ weer aangegeven, waarschijnlijk omdat het zo’n mooi voorbeeld was van een door drooglegging gecreëerd uitstekend landbouwgebied.

[Kaart XXVII]
Balkan-schiereiland: Ook de min of meer officiële Griekse namen worden nu gebruikt, ten koste van voormalige Italiaanse namen, vooral voor de eilanden. In 1896 is de spoorlijn tussen Thessaloniki en Istanbul gereedgekomen, maar die wordt pas in de volgende editie van de atlas ingetekend. In Klein-Azië is ook de al bestaande spoorweg naar Ankara nog steeds niet opgenomen. In Griekenland is in Boeotië het meer van Kopais gedraineerd. Vanwege de in 1896 door Baron De Coubertin in Athene georganiseerde eerste Olympische spelen zijn de plaatsen Marathon en Olympia opgenomen.

[Kaart XXIX]
Azië staatkundig: Bos excuseert zich in het voorwoord voor het feit dat de Filippijnen nog als Spaans staan aangegeven, terwijl ze inmiddels in Amerikaanse handen over zijn gegaan. Het betreffende kaartblad was namelijk al gedrukt toen de oorlog nog aan de gang was. Van de Trans-Siberische spoorweg is nu ook het traject Irkoetsk-Nertsjinsk (vlakbij Mantsjoerije) aangelegd, en het geplande eindpunt, Vladivostok, is al met Chabarovsk verbonden. Wel is het zo dat men van Irkoetsk eerst nog het Baikalmeer met een veerboot moet oversteken. Voor het eerst wordt hier de administratieve indeling van Siberië aangegeven, met een aantal tegen elkaar afgegrensde generaal-gouvernementen en provincies. De naam van de provincie Poergai moet zijn Toergai, genoemd naar de gelijknamige rivier en stad.

[Kaart XXXI]
De administratieve indeling van Siberië is ook te zien op de kaart China, Voor- en Achter-Indië. Daar blijkt, in Birma, ook de aanleg van een spoorlijn van Rangoon naar Mandalay en Myitkyina. Sedert de vorige editie is er in Japan een compleet spoorlijnennet gecreëerd, van Aomori in het noorden van Honsjoe tot Nagasaki op Kioesjoe. Aan de andere kant van de kaart is Tasjkent nu (1898) met Samarkand verbonden per spoor. Het precieze aantal verdragshavens in China wordt niet meer vermeld, ooit zullen het er tachtig worden. Vóór deze editie zijn Woe-tsjou, op het Japanse Formosa en in Korea Foe-san (Busan) erbij gekomen.

[Kaart XXXII]
De twee kaarten van Nederlands-Indië zijn vervangen door één kaart op dezelfde schaal 1:12,5 miljoen maar met een grotere uitsnede, getiteld Insulinde (‘Eilandenwereld’) omdat ook de Filippijnen erop staan. De kaart toont nog de onafhankelijke gebieden (in het wit) op Sumatra. Het is de eerste kaart die ons hele Oost-Aziatische rijk toont op deze schaal, inclusief Nieuw-Guinea, al weten we daar nog weinig van: ‘Onbekend Binnenland’. Aan de kust worden nu naast de zendingspost Doreh ook de bestuurscentra Manokwari en Fak Fak getoond. Helaas is als alternatief voor de naam Floreszee ook het verwarrende begrip Soendazee weer ingevoerd.


De Filippijnen zijn nu als Amerikaanse bezitting aangegeven. De Zuid-Chinese Zee is nog weinig gekarteerd: ‘Vele Banken en Klippen’ staat er aangegeven. In Zuid-China zien we naast het Portugese Macao en het Britse Hongkong nu ook het Franse Kwang-Tsjou-Wan (de Baai van Kwang-Tsjou). In Vietnam zien we het bergmassief van Moeder en Kind, een vertaling van de Franse naam La Mère et l’Enfant, dicht bij Nha Trang. Behalve de spoorlijn van Rangoon naar Mandalay langs de rivier de Sittoung is in Birma nu ook de spoorlijn noordwaarts langs de Irawaddi tot Thayet-nyo aangegeven. ‘Cleopatra’s needle’ op Palawan is een berg met een obeliskachtige top. In Noord-Borneo is de hoofdstad Elopoera herdoopt in Sandakan. De Berg Marapoe – de afkorting ‘Bg’ wordt gebruikt voor ‘Berg’ – heet thans Lumaku. Op Java is Bandoeng nu prominent genoeg om Buitenzorg overvleugeld te hebben.
De bijkaartjes van de Kleine Soenda-eilanden en de Molukken hebben in tegenstelling tot de hoofdkaart voor de plaatsstippen een administratieve hiërarchie, die niet op inwonertallen is gebaseerd. Pas door deze bijkaart realiseren we ons dat Boeroe (Buru) in de Molukken veel groter is dan Bali. Op Bali zien we een indeling in de dan nog deels onafhankelijke rijkjes: Boeleleng met de hoofdplaats Singaradja en Djembrana met de hoofdplaats Negara zijn respectievelijk sinds 1849 en 1853 onder Nederlands gezag. Karang Asem hoort onder de Balinese vorst van Lombok (Mataram), en verder staan de rijken Badoeng (hoofdplaats DenPasar), Bangli, Tabanan, Gianjar en Kloengkoeng vermeld.

[Kaart XXIII]
De administratieve kaart van Java laat zien dat er langs de noordkust van Cheribon/Tjirebon naar Semarang ook een stoomtram aangelegd is, door de ‘Semarang-Cheribon Stoomtrammaat-schappij’, terwijl de ‘Serajoedal Stoomtrammaatschappij’ een lijn van Banjoemas naar Wonosobo bouwde; de ‘Samarang-Joana stoomtram maatschappij’ heeft zijn net uitgebreid. Ook in Oost-Java zijn particuliere maatschappijen actief, bij Malang, Kediri, Probolinggo en Modjokerto.
Er is een nieuwe kaart van de geologie van Java toegevoegd, ten koste van de kaartjes van de landbouw en de talen op Java. Er waren theorieën ontwikkeld dat de vulkanen op breuklijnen zouden liggen, vandaar de lijnen over deze geologische kaart. Tot een beter begrip van de plaatsnamen is nog een lijstje Maleise woorden toegevoegd.

[Kaart XXXIV]
Op de kaart van de Padangse Boven- en Benedenlanden is nu Sawahloento (Sawahlunto) ingetekend, de plaats waar de Ombilien kolenmijn lag. De Bataklanden worden blijkbaar geleidelijk onder Nederlands bestuur gebracht, een deel ervan is al bij de residentie Oost-Sumatra of het Gouvernement Sumatra’s Westkust gevoegd. Nu Malakka ook wordt gekarteerd, blijkt dat er daar al een viertal spoorlijnen van de kust naar het binnenland lopen. Op Borneo is de grens met Noord-Borneo nu goed gedemarceerd. In het centrum van Celebes zijn de grenzen tussen het Gouvernement Celebes en de twee residenties gewijzigd.

[Kaart XXXVI]
Op Afrika staatkundig is de spoorlijn van Kaapstad noordwaarts tot Bulawayo in Rhodesië gekomen. In 1899 werd een spoorlijn geopend die de haven Beira in Mocambique verbond met Massi Kessi in Rhodesia, in het gebied van de Manica-goudvelden, in 1891 verworven door Groot-Brittannië.
Ethiopië heeft zich in de nasleep van Adoea enorm uitgebreid ten koste van de Galla’s en van het in de vorige editie nog als Italiaans ingekleurde gebied. In Egypte is de spoorlijn zuidwaarts langs de Nijl tot Assoean gekomen. Het onzijdige gebied tussen Dahomey en de Goudkust is nu geheel ingekapseld.

[Kaart XXXVIII]
De grens tussen Brits Beetsjuanaland en het Beetsjuanaland protectoraat is veranderd. De spoorlijn naar Mafeking is noordwaarts verder aangelegd richting Bulawayo, en waar eerst Matabeleland stond staat nu Rhodesia. Johannesburg groeit uit zijn krachten en heeft een groter plaatssymbool gekregen. In Natal is Isipingo omgedoopt in North Barrow.
Op de verkeerswegenkaart van Afrika is de lijn van Kimberley noordwaarts tot Bulawayo gereedgekomen. In de Kongo is de geplande spoorlijn tussen Vivi en Léopoldville gereed. In Kenya is een deel van de van Mombasa landinwaarts geplande spoorlijn nu gerealiseerd.

[Kaart XXXVIII]
Op de kaart Amerika natuurkundig komen in de prairies de Buffelvlakte en de Muizenvlakte voor. Op de kaart van de Verenigde Staten [Kaart XLI] staan ze als Buffalo Plain en als Great Souris Plain benoemd.

[Kaart XXXIX]
Amerika staatkundig: Cuba en Porto Rico zijn hier nog als Spaans aangegeven, daar heeft Bos zich al in het voorwoord voor geëxcuseerd. In Mexico zijn de spoorlijnen van Mexico-City naar El Paso del Norte en Texas nu ook aangegeven. In Canada zijn de Hudsonbaai-landen nu veranderd in de Noordwest Territoriën en het Keewatin district. Daarnaast wordt bij Ontario nog het Noordelijke territorium en bij Quebec het Noordoostelijke territorium onderscheiden. In de Noordwest Territorien staat Dawson nu op de kaart, waar de Yukon en de Klondyke samenkomen, de plaats van de goldrush tussen 1896 en 1903.
De close-up van het noordoosten van de Verenigde Staten is weer terug, nu op de schaal 1:5 miljoen, van Virginia tot Maine. De staat Vermont wordt nu in elk geval apart onderscheiden. Deze uitsnede zat tot en met de tiende druk ook al in de atlas, zij het op de grotere schaal 1:3,7 miljoen. De uitsnede toont spoorwegen, kanalen en ook reliëfschrapjes, zodat de invloed van het reliëf op de infrastructuur kan worden nagegaan. In dit gebied vormt alleen de Mohawk en de Susquehanna dalen door de Appalachen (het heet per abuis de ‘Allagheny Mts.’), waardoor onder andere het Eriekanaal kon worden aangelegd. Ook langs de Potomac en de Delaware lopen kanalen. In het Eriemeer staat vermeld dat het 170 meter boven het zeeoppervlak ligt, en in het Ontariomeer zeventig meter: de Niagarawatervallen moeten dus een hoogteverschil van honderd meter overbruggen. Men houdt van kleuren: we onderscheiden zowel de Green Mountains, de White Mountains en twee Blue Ridges!

[Kaart XLI]
Mexico is nu geheel op deze kaart opgenomen. De spoorlijn tussen Guadalajara en S. Blas schijnt niet meer te bestaan, nieuwe lijnen naar Tampico en Monterey zijn wèl opgenomen. Op deze kaart doet eindelijk ook de stad Vancouver zijn intrede; de kantlijn moest ervoor wijken. Er is ook een nieuwe spoorlijn van Spokane naar Seattle en Vancouver ingetekend. In Arizona aan de Colorado is nu de plaats Yuma opgenomen, foutief gespeld als ‘Yama’. Arizona, New Mexico en Oklahoma zijn nog steeds geen staten van de Verenigde Staten maar territoria, evenals Hawaii en Alaska.

[Kaart XLII]
Bij Zuid-Amerika is er in plaats van de kaart van Suriname – die naar het volgende blad is verhuisd – nu een landbouwkaartje van Zuid-Amerika opgenomen dat aansluit op een soortgelijk kaartje van de Verenigde Staten op blad XL. De donkerbruine kleur op dit kaartje ontstaat bij combinatie van de signaturen voor koffie en tabak. Met tekst is de verbreiding van de wijnstok, maté, kinabomen, maniok en ‘caoutchoucbomen’ (rubber) aangegeven. Op de kaart van Noord-Amerika staatkundig heet de hoofdplaats van Trinidad Porte d’Espana, op de kaart Zuid-Amerika heet het Port of Spain.

[Kaart XLIII]
De kaart van Suriname is op iets grotere schaal, 1:3 miljoen in plaats van 1:3,7 miljoen getekend, dus weer vergelijkbaar gemaakt met die van de deelkaarten van Europa. ‘Aan het getal bladen werd verder toegevoegd een geheel nieuw blad voor Suriname, de Guyana’s, Middel-Amerika en West-Indië, waardoor ik heb getracht een verzuim tegenover onze kolonie Suriname en hare omgeving eenigermate te herstellen,’zegt Bos in het voorwoord. Alleen is er bar weinig informatie over Suriname om op te nemen: de kaart wordt bijna voor de helft gevuld met de namen van de bewoners (bosnegers, indianen) en de beschrijvingen van de vegetatie. Het hele land is nu weergegeven, tot aan de waterscheiding met de Amazone, die de grens met Brazilië vormt. Voor het eerst worden we ook gewaar dat er betwiste gebieden zijn, met Brits en Frans Guyana, vanwege onzekerheid welke van de bronrivieren van Corantijn respectievelijk Marowijne nu de grootste is en dus als grens aangemerkt moet worden. Langs de kust worden de reguliere scheepvaartroutes aangegeven van de Franse Mail, Koninklijke West-Indische Mail, de Royal Mail en van gouvernementsvaartuigen.
Met de kaart van Midden-Amerika en West-Indië wordt een traditie hervat; zo’n kaart stond tot en met de zevende editie ook in deze atlas. Er blijken nu vier transcontinentale spoorlijnen in Midden-Amerika te zijn: bij de Istmus van Tehuantepec in Mexico, in Guatemala tussen Puerto Barrios en San José, in Costa Rica tussen Puerto Limón en Punta Arenas en in Panama tussen Colon en Panama. In Colombia en Venezuela zijn de namen van de provincies vet aangegeven. Cuba is nu onafhankelijk, Puerto Rico is een territorium van de Verenigde Staten geworden. Op Cuba is al een wijdvertakt spoorwegnetwerk tussen Pinar del Rio en Santa Clara gebouwd. De zeestraten, die Trinidad van het vasteland van Zuid-Amerika scheiden, leiden tot nu toe een avontuurlijk bestaan: ze beginnen als ‘Boca del Drago’ en ‘Boca del Serpente’, later ‘Can. D. Serpente’; in de elfde editie worden ze vertaald in ‘Draken Str.’ en ‘Slangen Kan.’, in de veertiende druk weer vertaald in het Engels: ‘Dragons mouths’ en ‘Serpents mouths’ (de eind-‘s’ is overbodig); later zullen ze weer terugkeren naar een Spaanse versie. Sedert de zevende editie van 1885 die de Aves eilanden bij Curaçao nog als Nederlands aangaf zijn ze van nationaliteit gewisseld: op deze kaart zijn ze als Venezolaans aangegeven. In 1895 werd het formeel door Venezuela in bezit genomen, nadat het in 1865 al aan Venezuela was toegewezen door de Spaanse koningin die om arbitrage was gevraagd.
De kaart van de Guyana’s laat zien dat niet alleen Nederland gebieden claimde: Frankrijk claimde delen van Brazilië – zowel Frankrijk als Nederland hadden vroeger bezittingen of forten bij de Amazonemonding – en Venezuela claimt een deel van Brits Guyana. Ook Brazilië claimt een (iets kleiner) deel van Brits Guyana. Het fenomeen van bifurcatie, waarbij een rivier zich splitst in twee verschillende richtingen uitgaande stromen, komt op deze kaart tweemaal voor: eenmaal bij het reeds eerder gemelde Casiquiare en eenmaal bij de Baria/Cauabury. Het door die zich vertakkende rivieren omstroomde eiland is door de Brazilianen naar hun keizer, Pedro II genoemd. Het gebergte waarin de Orinoco ontspringt is de Sierra Parima; de top die het dichtste bij de Orinoco-bron lag, is indertijd naar de initiator van het Suezkanaal, Ferdinand de Lesseps, genoemd.

[Kaart XLIV]
Oceanië: De Hawaii-eilanden zijn nu als bezit van de Verenigde Staten aangegeven. De Carolinen, Marianen en Guam, staan nu nog als Spaans bezit op de kaart maar zijn inmiddels (met uitzondering van Guam dat naar de Amerikanen ging) door Spanje aan Duitsland verkocht.
In Australië wordt nu duidelijkheid gegeven over de status van Noordelijk territorium/Alexandra land: er staat nu op de kaart: ‘Noordelijk territorium van Zuid-Australië’. In West-Australië is de plaats Coolgardie opgenomen; deze stad en Kalgoorlie waren in 1892 en 1893 het toneel van gold rushes, die een jaar of tien aanhielden voordat het goud uitgeput was.

Inhoud van de veertiende editie volgens de index

I             Halfronden, Zuidpoolgebied, Noordpoolgebied, Klimaatprovinciën

II            Koloniën en wereldverkeer (uitslaand)

              - Menschenrassen op aarde , zeestromingen

              - Dichtheid van de bevolking op aarde

III           Isothermen januari

              - Isothermen juli

              - Isothermen voor het jaar

              - Isoamplituden

              - Isobaren en windrichtingen januari

              - Isobaren en windrichtingen juli

IV           Europa natuurkundig 1:15 miljoen

V            Europa Staatkundig 1:15 miljoen met Steden der Noordduitse vlakte

VI           Kustvormen van Europa 1:1,5 miljoen

VII          Europa Volksstammen 1:15 miljoen

              - Europa Dichtheid van bevolking

VIII         Nederland Grondsoorten 1:800.000

IX           Duinstreek, Exloo, Haarlemmermeer, Neder-Rijn heel blad

X            Zuidplaspolder 1:50.000

              - Nederland hoogtekaart 1:1,15 miljoen

XI           Nederland Overzicht en verkeerswegen 1:800.000

XII          Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht 1:400.000

XIII         Groningen, Friesland, Drenthe, Overijsel 1:400.000

XIV         Gelderland en Noord-Brabant 1:400.000

XV          Zeeland en Limburg 1:400.000

XVI         Alpenkaart 1:3 miljoen, schetskaart der Alpen, Geologische kaart van de Alpen

XVII        Duitsland natuurkundig 1:3,15 miljoen en geologische kaart Zuid-Duitsland

XVIII       Duitsland staatkundig 1:3,15 miljoen en Thüringen

XIX         Zwitserland 1:1 miljoen

              - België 1:1 miljoen

XX          Frankrijk 1:3 miljoen

XXI         Oostenrijk-Hongarije 1:3,7 miljoen

XXII        Rusland 1:10 miljoen

XXIII       Scandinavië 1:5 miljoen

              - Denemarken 1:3 miljoen

XXIV      Groot-Brittannië en Ierland 1:3,1 miljoen

XXV       Spanje en Portugal 1:3,2 miljoen

XXVI      Italië 1:3 miljoen

XXVII     Staten van het Balkan Schiereiland 1:3,7 miljoen

XXVIII    Azië natuurkundig 1:30 miljoen; Klein-Azië 1:12,5 miljoen, Palestina 1:2,5 miljoen

XXIX      Azië staatkundig 1:30 miljoen; Bevolkingsdichtheid

XXX       China landbouw, mijnbouw, spoorwegen, India Isobaren juli, Palembang

XXXI      China, Voor- en Achter-Indië 1:20 miljoen

             - Oost-Indische Archipel lijnen KPM 1:20 miljoen, Japan 1:15 miljoen

XXXII     Nederlandsch Oost-Indië 1:12,5 miljoen; Molukken 1:5 miljoen, Kleine Soenda-eilanden 1:5 miljoen(?)

XXXIII    Java geologisch,natuurkundig en staatkundig; straat Soenda

XXXIV    Sumatra, Borneo, Celebes 1:6 miljoen, Padangse Beneden- en Bovenlanden 1:2,5 miljoen

XXXV     Afrika natuurkundig 1:25 miljoen en Nijldelta 1:2,5 miljoen

XXXVI    Afrika staatkundig 1:25 miljoen met Algerije en Tunesië 1:10 miljoen

XXXVII   Verkeerswegen in Afrika, Nijldal beneden Sioet, Zuid-Afrika 1:10 miljoen

XXXVIII  Noord-Amerika natuurkundig 1:25 miljoen met Mississippi delta

XXXIX    Noord-Amerika staatkundig 1:25 miljoen met Noordoosten van de Verenigde Staten 1:8 miljoen

XL         New York, verkeerswegen Noord-Amerika, groei Chicago, Kust N. van Portland, Belangrijkste landbouwproducten, Kust N. Carolina

XLI        Verenigde Staten en Mexico 1:12 miljoen

XLII       Zuid-Amerika 1:25 miljoen met Curaçao 1:1 miljoen en landbouwkaartje Zuid-Amerika

XLIII      Suriname 1:3 miljoen, Guyana 1:12 miljoen, Midden-Amerika en West-Indië 1:12 miljoen

XLIV      Australië 1:30 miljoen met Zuidoost-Australië 1:12,5 miljoen, en 4 riffenkaarten

In totaal 42,5 spreads.

Bijlage: voorbericht bij de veertiende druk

‘Bericht voor den veertienden druk.

De veranderingen, die deze veertiende uitgave heeft ondergaan, zijn niet gering. Ik hoop, dat ze als verbeteringen zullen worden beschouwd. Aan de klacht, dat, vooral bij lamplicht de grens tussschen land en zee niet altijd duidelijk in het oog sprong, heb ik trachten te gemoet te komen door de volgorde der tinten voor de diepte der zee om te keeren. Men zal bemerken, dat ook bij lamplicht de tinten voor het laagland en de vlakzee langs de kust nu zich duidelijk van elkander onderscheiden. Daarbij zijn de kleuren voor de hoogte en voor de bergteekening warmer genomen dan vroeger het geval was, waardoor het dubbele voordeel is bereikt, dat het zwart van de rivieren en de namen duidelijker uitkomt en de kaarten een meer vriendelijk en levendig voorkomen hebben verkregen.
Van de verdere verbeteringen zij hier slechts het volgende vermeld. Nieuw gegraveerd voor deze uitgave werd het tweede blad, waarvoor, om de koloniën der Europesche landen in andere werelddelen voldoende duidelijk te kunnen doen uitkomen, een uitslaand blad werd genomen. Ik heb gemeend thans ook de Verenigde Staten van Amerika onder de koloniale mogendheden te moeten doen rangschikken. Verder zijn geheel nieuw de beide bladen voor Europa, de Alpenkaart, de kaarten van Zwitserland en België en de Oostindische Archipel, terwijl een nieuw carton voor de Nooroostelijke Staten der V.S. werd bijgevoegd en het blad Vereenigde Staten tot een voor de Vereenigde Staten en Mejico werd gemaakt. Aan het getal bladen werd verder toegevoegd een geheel nieuw blad voor Suriname, de Guyana’s, Middel-Amerika en West-Indië, waardoor ik heb getracht een verzuim tegenover onze kolonie Suriname en hare omgeving eenigermate te herstellen. Alle andere kaarten werden, sommige zelfs zeer aanzienlijk, gewijzigd. In het bijzonder geldt dit ook van de belangrijkste spoorwegen in de V.St. en op andere bladen. Dat op sommige bladen Cuba, Portorico en de Philippijnen nog als aan Spanje behoorende staan geteekend, is daaraan toe te schrijven, dat een werk als dit nu eenmaal niet in enkele weken of zelfs maanden gereed gemaakt kan worden. Zoo kon ook b.v. nog slechts op het blad “Koloniën en Wereldverkeer” gebruik worden gemaakt, wat Afrika betreft, van het Fransch-Engelsche verdrag van 21 Maart 1899 [=Fashoda-incident].
Het is mij eene aangename taak hier mijn hartelijken dank te betuigen aan hen, die mij hoogst welwillend hunnen opmerkingen deden geworden en hunne hulp verleenden. In het bijzonder gevoel ik mij in dit opzicht verplicht aan de Heeren Dr. H.D.Benjamins, Inspecteur van het onderwijs in Suriname, tijdelijk in Den Haag, en F.H. Delachaux, leeraar aan de Hoogereburgerschool te Alkmaar. De eerste was mij met de meeste bereidwilligheid behulpzaam in het verkrijgen van gegevens voor de kaart van Suriname, ter aanvulling van de bekende kaart van den heer W.L. Loth. Door zijne hulpvaardigheid heeft het mij o.m. mogen gelukken voor het eerst gebruik te kunnen maken van eene toen nog onuitgegeven kaart van een gedeelte der Boven-Nickerie, vervaardigd door den heer C. van Drimmelen en berustende bij het Departement van Koloniën. De tweede had de welwillendheid mij zeer juiste en bruikbare opmerkingen mede te deelen omtrent verschillende kaarten in dezen atlas. Van de hulp en de opmerkingen van genoemde Heeren en van anderen is dankbaar gebruik gemaakt. Dit laatste geldt o.a. ook van de welwillend verstrekte opgaven der Firma De Vries & Co., Agenten van de Stoomvaartmaatschappij “Nederland” op Nederlandsch-Indië, de “Union Steamship Compamy” op Zuid-Afrika en verschillende andere groote lijnen, te Amsterdam. Eindelijk mag ik hier niet onvermeld laten de voortdurende hulp en de krachtige medewerking van de firma’s J.B. Wolters en Van de Weyer, uitgever en lithograaf-drukker.
Bij voortduring wordt deze schoolatlas in de belangstellende aandacht van Leeraren en Onderwijzers aanbevolen, niet het minst in dien zin, dat de auteur beleefd verzoekt hem hunne op- en aanmerkingen tijdig te doen geworden.

Mei 1899, P.R.Bos’

Sort order: 
14