Editie 15, 1902: Pieter Roelf Bos, Bos’ Schoolatlas der geheele aarde

De vijftiende editie van de Bosatlas, gepubliceerd in 1902, zou redacteur Pieter Roelf Bos’ laatste worden. Hij kwam datzelfde jaar in Groningen te overlijden. De volgende edities zouden geredigeerd worden door de latere Utrechtse hoogleraar aardrijkskunde Jan Frederik Niermeyer (1856-1923).
De vijftiende editie heeft weer een hele waslijst aan veranderingen. De belangrijkste zijn de nieuwe uitslaande kaart van Zuid-Azië, de economische kaart van West-Europa en de kaart van de havenwerken van Rotterdam en Amsterdam. Wat het reliëf betreft blijft Bos overtuigd van de grotere duidelijkheid van zijn omgedraaide dieptetinten, en hij voegt hoogte- en dieptecijfers aan de kaarten toe – iets waar in besprekingen om gevraagd was. De dieptelijnen worden niet meer getekend – ze zijn alleen nog als tintverschillen waarneembaar, wat het kaartbeeld rustiger maakt.

Kaartverschillen met de veertiende editie

[Kaart I]
Op de Zuidpoolkaart is het witte en dus onbekende gebied vergeleken met de veertiende editie kleiner; de kust van Alexanderland op Antarctica is verkend, en de punten die Cook in 1774 en Weddel in 1823 bereikt zouden hebben zijn aangemerkt. Het Termination Eiland, zo genoemd door Wilkes, wordt nu als een periodiek aan de grond gelopen afkalvend stuk van de Denman gletsjer beschouwd. Door de Russen is het Pobeda-eiland gedoopt.

[Kaart IV]
Op de kaart Europa Natuurkundig is de naam Kastiliaans Scheidingsgebergte weer ingevoerd, welke in de veertiende editie verdwenen was. Het valt nauwelijks op in de legenda, maar er zijn op de continentkaarten van Europa en Noord-Amerika nu ankertjes aan de rivieren toegevoegd om de plaats te markeren waar hun bevaarbaarheid begint. Die ankertjes zijn aan de Stieler-atlassen ontleend, maar wat Stieler als criterium voor bevaarbaarheid gebruikte heb ik niet kunnen vinden. Cursieve cijfers zijn dieptecijfers, staande zijn hoogtecijfers. De staande cijfers in de meren in het Armenisch Hoogland betekenen dus hoe hoog de meerspiegel boven zeeniveau ligt, en geven niet hun diepte aan. Er is ook een indicatie van de vegetatie: toendra’s, woestijnen en moerassen zijn aan de legenda toegevoegd.

[Kaart VI]
Middel-, West- en Zuid-Europa: Deze economische kaart heeft twee klassen van spoorwegen, veel informatie over de visvangst, aan de hand van arceringen langs de kusten en onderstreping van de voornaamste havens. Voor de industrie zijn steenkool- en bruinkoolbekkens weergegeven, vergelijkbaar met de steenkoolkaart van de Verenigde Staten [Kaart XXXIX]. Daarnaast geeft de kaart informatie over de vegetatie: men onderscheidt steppen, woestijnsteppen en woestijnen, maar die komen vooral voor in de marge van Europa: Anatolië, de Hongaarse Laagvlakte, Oekraïne, het Ebrodal, de Mancha en Zuidoost-Spanje hebben een steppevegetatie; in Afrika zien we woestijnsteppen en woestijnen.

De plattegrond van Londen, die na de zevende editie verviel, is weer terug. Vergelijken we de plattegronden uit de zevende en vijftiende uitgave, dan zien we een enorme toename van de aaneengesloten bebouwing van Londen. Dankzij de grotere schaal kan er meer detail over de binnenstad worden getoond. De verwijzingscijfertjes kloppen niet helemaal: de Tower is niet op de kaart gemarkeerd, het cijfer ‘4’ naast het Parlement verwijst naar de Westminster Abbey, en het cijfer ‘4’ stroomopwaarts noordelijk van de Theems verwijst nergens naar. Omdat de bestemmingen van de spoorlijnen aangegeven zijn, is mooi te zien hoe Londen als een spin in zijn web ligt; de lijnen zijn tot in het centrum van Londen doorgetrokken.
Ook de kaart van de Midlands is een herhaling, die kwam tot en met de vijfde druk voor, maar is nu uitgebreid richting Birmingham. Het is jammer dat slecht te zien is waar de Pennines liggen, maar verder laat de ontsluiting door spoorwegen en kanalen dit industrielandschap – met de Potteries in het centrum – goed zien. Op dezelfde schaal staat naast deze hoofdkaart ook het Ruhrgebied, waar de vroegere industriële ontwikkelingen langs de Wupper (Barmen, Elberfeld, Solingen) nu worden ingehaald door die langs de Ruhr: van Duisburg tot Dortmund.
Een gekleurde band langs de kust laat het type visserij zien: gestreept zwart is ongedifferentieerd, ononderbroken rood voor kabeljauw; ononderbroken zwart of beige voor respectievelijk makreel en tonijn, gestreept rood geeft sardines of ansjovis aan, terwijl rode stippen en y-grecs sponzen en koraal symboliseren; de donkerblauwige zeetint geeft haringvangst aan. De steenkoolvelden komen in Engeland goed uit, in Frankrijk en Duitsland veel minder. Uit de ankertjes naast de rivieren blijkt dat de Rijn bevaarbaar is tot Bazel, de Donau tot Regensburg, de Taag tot aan de Spaanse grens, de Weichsel tot voorbij Krakau, en de Dnjepr tot in de buurt van Minsk.

[Kaart X]
Nieuw is de kaart van de haven van IJmuiden, met de vissershaven buitengaats van de sluis, de ijsfabriek voor het conserveren van de vis, twee sluizencomplexen, vuurtorens en spoorwegemplacementen. Juweeltjes zijn de twee plattegronden van Rotterdam en Amsterdam op de schaal 1:32.500, zonder legenda. Zowel in Amsterdam als Rotterdam liggen de centrale stations aan de rand van de stad. De functies dan wel de eigenaars van de haveninstallaties en spoorwegen worden met tekst verduidelijkt. Dat geldt ook voor petroleumopslag, scheepsbouw, droogdokken, kranen en kolenbergen, gasfabrieken, zweminrichtingen, waterleidingsbedrijven en geprojecteerde havens en bebouwing. In Amsterdam worden de sluizen nog met nummers benoemd. Op de kaart van beide havens worden de routes van de veerboten met een zwarte streepjeslijn aangegeven.

[Kaart XII]
Nederland: Op de overzichtskaart zijn alle vaste scheepvaartlijnen en ook het stoombootveer van Enkhuizen naar Stavoren opgenomen.

[Kaart XIII-XVI]
Op de provinciekaarten breiden de grote steden zich verder uit; Utrecht langs de Vecht en richting Merwedekanaal, Rotterdam langs de Maas en Den Haag richting Loosduinen en Voorschoten. Maar ook in Groningen is te zien hoe de wijk Helpman zich uitbreidt. Er is dus met enorm veel zorg op deze kleine schaal nog geactualiseerd. Berkenbosch bij Roermond is weer teruggebracht naar ‘Herkenbosch’. Het hebben van stadsrechten wordt niet langer aangegeven. Er is een tramlijn Veghel-St. Oedenrode-Eindhoven, Eersel naar Turnhout en verder aangelegd, en ook van St. Oedenrode via Schijndel en Michielsgestel naar Vucht en Den Bosch, aansluitend op een nieuwe lijn naar Waalwijk. In Zeeland is er nu een tram die op Schouwen-Duivenland van Brouwershaven naar Bruinisse, en via St. Filipsland naar Steenbergen en Halsteren loopt. In België zijn Lillo en Zandvliet direct met de tram met Antwerpen verbonden. Rozendaal heeft een tramlijn naar Etten; in de Hoekse Waard zijn Numansdorp en Strijensas nu via de tram met Rotterdam verbonden. Vanaf Den Bosch is er een afwateringskanaal gegraven langs de nu voormalige Baardwijkse overlaat. In Friesland is er een tramverbinding van Lemmer met Joure gekomen, er lopen nu zowel een nieuwe trambaan als een spoorweg van Leeuwarden naar St .Jacobsparochie, en van Stiens ook een trein naar Dokkum. Coevorden is nu met een trambaan verbonden met Nieuw-Amsterdam, evenals Coevorden met Dedemsvaart. Op de kaart van Overijssel staat het nog gestippeld aangegeven, maar in 1902 was ook het Duitse deel van het kanaal Almelo-Nordhorn gereed gekomen. Aan de heuvels zijn hoogtecijfers toegevoegd, nog niet aan polders of droogmakerijen. Van Maastricht loopt nu een trambaan door België naar Maaseijk en Bree.
Er wordt een begin gemaakt in de atlas met het aangeven van veerverbindingen: het eerste veer is de verbinding tussen Numansdorp in de Hoekse Waard en Zijpe op Schouwen-Duiveland. Het wordt aangegeven met een zwarte stippellijn.

[Kaart XVII]
Op de reliëfkaart van de Alpen zijn de reliëfschrapjes met een te lichte kleur afgedrukt.

[Kaart XVIII]
Duitsland natuurkundig: Op deze kaart is het in 1899 gereed gekomen Dortmund-Eemskanaal voor het eerst ingetekend. Het kanaal was gebouwd om de Duitse kolen concurrerender te maken met de Britse kolen, vanwege de te realiseren lagere transportkosten over het water. Ook zou het voor de hoogovens in het Ruhrgebied nodige ijzererts goedkoper in te voeren zijn.

[Kaart XX]
Zwitserland: Behalve de toegevoegde hoogtecijfers voor bergtoppen en steden en representatieve landschappen zijn ook hoogtecijfers toegevoegd aan de meren om aan te geven hoe hoog ze boven zeeniveau liggen.

[Kaart XXI]
Frankrijk: Naast het toen traditionele exoniem ‘Nizza’ wordt nu ook ‘Nice’ op de kaart gezet; ‘Mentone’ is in ‘Menton’ veranderd. Dat het Bos meteen ernst was met zijn voornemen hoogtecijfers op te nemen blijkt hier wel: er staan er zestig op de kaart! De kaart heeft nu ook een op inwonertallen gebaseerde plaatsnamenlegenda, en datzelfde geldt ook voor de kaart van Oostenrijk-Hongarije [XXII].

[Kaart XXII]
Galacz (Galaţi) is nu ook met Rusland verbonden per spoor.

[Kaart XXIII]
Rusland: De Trans-Kaspische spoorweg heeft een nieuw beginpunt gekregen: de Kaspische zeehaven Krasnowodsk in plaats van Oesoen Ada. De spoorlijnen in Anatolië lopen naar Angora (Ankara), Konia (Konya) en Tsjivril (Çivril). Bakoe (Baki) is behalve met Tiflis (Tbilisi) en Poti nu ook langs de kust van de Kaspische Zee met het Russische spoorwegnet verbonden. Jekaterinenburg in de Oeral is via een dwarsverbinding direct gelieerd met Tsjeljabinsk. Van Perm loopt nu ook een lijn naar het westen, die in Veliki Oestjoeg aan de Noordelijke Dwina (Ustjug) eindigt. In het Kola-schiereiland is de Katharinahaven gesticht; eigenlijk heet de stad Alexandrovsk, gelegen aan de baai Katherinahaven. In 1931 wordt die havenstad omgedoopt in Poljarny. In de Kaspische Zee staat met horizontale cijfers ‘-28’ en met cursieve cijfers ‘270’: het meer is dus 270 meter diep en de waterspiegel ligt op 28 meter beneden zeeniveau.

[Kaart XXV]
Groot-Brittannië en Ierland: In plaats van het bijkaartje van de taalminderheden is er nu een kaart van de administratieve indeling (nog steeds ook met de kolenbekkens); daardoor hoeven op de hoofdkaart de county-hoofdsteden en de county-namen niet meer opgenomen te worden, wat de kaart een stuk leesbaarder maakt. Ook komt dat doordat een aantal plaatsnamen in de omgeving van Manchester, Birmingham en Londen is afgekort, en naast de legenda verklaard wordt. Door gebruik van de beter leesbare spoorwegsignatuur is nu ook het spoorwegnetwerk beter te zien. In Schotland is Oban aan de westkust met een spoorlijn met Stirling verbonden, Stranraer (veerboot naar Belfast) en Dumfries met Glasgow en Gretna Green op de grens met Engeland. In het zuiden lopen de spoorlijnen door tot Penzance aan het westeinde van Cornwall. Zuid- en Noord-Voorland zijn weer veranderd in ‘Sth. Foreland’ en ‘Nth. Foreland’, maar de Giants Causeway werd weer gewijzigd in ‘Reuzendam’. Het Nederlandse Bevesier heeft het definitief moeten afleggen tegen ‘Beachy Head’. In Ierland zijn de bestaande spoorlijnen naar Waterford, Wexford, Tralee/Valentia, Sligo en Londonderry op de kaart aangegeven. In Ulster is het mogelijk van uit Belfast een rondje te maken met de trein. De naam Slieve League is helaas verdwenen.

[Kaart XXVI]
Spanje en Portugal: Het detailkaartje van de Straat van Gibraltar is vervangen door een neerslagkaart van Spanje. De nieuw getekende hoofdkaart heeft nu ook de schaal 1:3 miljoen net als de andere van West-Europa; het spoorwegnet is uitgebreid en heeft een veel duidelijker signatuur. Het Iberisch Bronnenland is qua naam veranderd in het ‘Iberisch Randgebergte’. De grens van Spanje met Portugal is zuidelijk van de Taag op drie plaatsen gestreept; men heeft dus een geschil over het verloop ervan.

[Kaart XXVII]
Italië: De spoorverbinding op Corsica tussen Ajaccio en Bastia is voltooid; de al langer bestaande spoorlijn van Tunis zuidwaarts is nu op de kaart ingetekend.

[Kaart XXVIII]
Balkan schiereiland : In Oost-Roemelië is de stad Philippopel (Plovdiv) nu ook met de havenstad Boergas (Burgas) verbonden. Door Thracië loopt nu een spoorweg van Dede Agatsj (Alexandroupoli) naar Thessaloniki. Op de Peloponnesos is Argos nu per spoor ook met Tripolis verbonden. In 1894 werd de spoorlijn Thesssaloniki-Bitola (Grieks: Monastir) geopend. De stad was de hoofdstad van Turks Macedonië. In Klein-Azië is een spoorlijn aangelegd tussen Alasjehir en Izmid, via Afioen Karahissar (Afyonkarahisar) en Kioetahia (Kütahya), waardoor een directe railverbinding ontstaat tussen Constantinopel en de steden aan de westkust van Klein-Azië.

[Kaart XXIX]
Azië natuurkundig: Op de kaart van Anatolië is de lijn van Afyonkarahisar naar Alasjer in aanbouw. Op de kaart van Palestina hebben de Dode Zee en het Meer van Tiberias nu ook een niveaucijfer. Ook zijn overal op deze kaart hoogtecijfers opgenomen. De Mount Everest ontbreekt! De Grote Arabische Woestijn is blijkbaar geen zandwoestijn meer, zoals in vorige edities werd getoond. Het aantal hoogtecijfers op deze kaart is nog heel klein. De naam ‘Nordenskjöld zee’ is nieuw, aan de noordkust van Siberië. De moderne naam is Laptev zee.

[Kaart XXX]
Azië staatkundig: Naast Bahrein is nu ook Qatar roze gekleurd, maar het viel in feite nog onder Oman of de Ottomanen. De aangegeven spoorlijn tussen Merv en Herat kwam feitelijk nooit verder dan de Afghaanse grens. Hetzelfde gold voor de aangegeven spoorlijn naar Kandahar. In Birma heeft de spoorlijn Bhamo bereikt. In Russisch Centraal-Azië is het Generaal-Gouvernement der Steppen opgedeeld onder drie nieuwe provincies: Akmolinsk, Semipalatinsk en Semirjetsj. Het Generaal-Gouvernement Turkestan is opgedeeld onder de provincies Syr-Darja en Fergana.

[Kaart XXXI]
In plaats van de thematische kaarten van Azië is er nu een uitslaande kaart van Zuid-Azië, waarop de Grote Arabische Woestijn weer een zandwoestijn is. Let op de uitgebreide weergave van de vegetatie, die gedifferentieerd is in zandwoestijn, woestijnsteppe en steppe. Daarnaast zijn, behalve de spoorwegen, ook karavaan- en andere handelswegen op de kaart gezet. Ook op deze kaart is de bevaarbaarheid van rivieren met ankertjes aangegeven. Behalve de Gaurisangkar staat op deze kaart nu ook weer de Mount Everest vermeld, die na de negende druk uit de atlas verdween. Het hoogtecijfer 8.848 dat bij de Mount Everest hoort, staat echter bij de Gaurisangkar. De namen van twee van de grootste provincies waarin de Britten hun India verdeeld hebben zijn nu ook opgenomen: Bombay en Madras.
Aan de rand van de Syrische woestijn is Tadmor (Palmyra) aangegeven, een belangrijk karavaan- en handelscentrum uit de Romeinse tijd. Het vergrote Ethiopië is erop te zien, de Trans-Kaspische spoorweg heeft ook een vertakking gekregen naar Andisjan, en in China zijn de door de Russen, Duitsers, Britten en Fransen gepachte gebieden aangegeven. Duitsland eiste en kreeg in 1897 de baai van Jiaozhou, ofwel Kiau-tsjou aan de zuidzijde van het Sjantoeng-schiereiland met de stad Tsingtao – daar komt nu nog het Chinese Tsingtao bier vandaan. Onmiddellijk daarna maakte Rusland zich meester van Port Arthur op de punt van het Liaotoeng schiereiland. Frankrijk nam daarop de baai van Kwang-Tsjou in, ten zuiden van Kanton, en Groot-Brittannië de haven Weihaiwei aan de noordkust van het schiereiland Sjantoeng, en tegelijkertijd het schiereiland Kowloon bij Hongkong. Officieel waren het allemaal pachtgebieden. Als gevolg van de Boxer-opstand (1899-1901) werd Mantsjoerije door Russische troepen bezet. Alle koloniale machten sleepten concessies binnen voor de aanleg van spoorwegen en de ontginning van kolenvelden. In Zuid-China zien we de nieuwe spoorlijn van Bac-ninh en Tonkin naar Loeng-tsjeoe (Paoning). In Korea is het aantal verdragshavens vermeerderd tot zeven. Het Japanse spoorwegnet is verder uitgebreid. De hoofdplaatsen van de Russische provincies en gouvernementen in Siberië zijn onderstreept. In het zuiden van China kan men een aantal witte plekken zien, bij Kwei-jang en Kwei-ling en ten westen van Soe-tsjeoe: dat zijn de woongebieden van Chinese minderheden zoals de Miao en de Yi of Lolo met een onafhankelijke status.
Op deze kaart staat ook een nieuwe bijkaart van Japan op de schaal 1:10 miljoen. Op deze kaart is ten westen van Nagoya de rivier Kizo (Kiso) te zien, die in de Owari-baai uitstroomt. De Nederlandse waterbouwkundige Johannis de Rijke heeft daar rond 1880 werken aangelegd om in de benedenloop overstromingen te voorkomen. Voor de kust van Tokio liggen de Zeven Eilanden, die ook al op oude Nederlandse zeekaarten uit de 18de eeuw staan.

[Kaart XXXII]
Insulinde: Op Borneo is de grens tussen Nederlands en Brits gebied aan de oostkust over het eiland Sebatik nu goed ingetekend. Op de Filippijnen blijkt de naam ‘Camiguin (Eil. en Vulk.)’ tweemaal voor te komen, eenmaal aan de noordkust van Mindanao en eenmaal aan de noordkust van Luzon. Het door de Fransen in 1898 in China gepachte gebied noordelijk van Hainan is al aangegeven. Timor heeft eindelijk de juiste vorm gekregen, een beetje ingesnoerd in het midden. De Timorzee is weer terug naar zijn oorspronkelijke betekenis: het water tussen Timor en Australië. Het water tussen Timor en Soemba kreeg zijn eigen naam: Sawoezee.

[Kaart XXXIII]
Java staatkundig: Hierover merkt Bos in de inleiding het volgende op: ‘De kaart van Java geeft de nieuwe staatkundige verdeeling; door hier het steeds aangroeiend aantal tramwegen weg te laten, meenden wij de duidelijkheid te bevorderen, die in de laatste uitgaven reeds iets te wenschen overliet.’ De residentie Krawang is bij die van Batavia gevoegd, de residentie Tegal is bij Pekalongan gevoegd, en Bagelen bij Kedoe, de residentie Djepara (Japara) is in die van Semarang opgegaan, en Probolinggo is gecombineerd met de residentie Pasoeroean (Pasuruan). De stad Probolinggo is met Djember (Jember) verbonden per spoor en met Banjoewangi (Banyuwangi). Malang heeft nu een spoorverbinding met Blitar. Het zwarte kruisje bij Ambarawa op Midden-Java geeft waarschijnlijk de plaats van het fort Willem I aan.

[Kaart XXXIV]
Hierop staat nu de plattegrond van Palembang; deze is al eerder opgenomen geweest: van de elfde tot en met de veertiende druk stond exact dezelfde kaart op het blad thematische kaarten van Azië. Op Sumatra zijn de onafhankelijke landen aan de Rokan rivier gereduceerd. Zowel op de kaart van Sumatra als op die van het Padangse is de spoorlijn doorgetrokken tot Emmahaven. De spoorlijn van Padang naar Fort de Kock (Bukittingi) is doorgetrokken tot Paja Koembo (Payakumbuh). Zowel op Sumatra, daar waar de Bovenlanden aan zee raken, als op Malakka ten oosten van de stad Malaka komt een ‘Ophirberg’ voor.

[Kaart XXXV]
De kaart van Afrika natuurkundig heeft ook een vegetatie-invulling gekregen: van een nieuwe bron, want het patroon van de zandwoestijnen is sterk veranderd. De weergave van steppen en woestijnsteppen is aan de kaart toegevoegd, en ook overgenomen op de staatkundige kaart. Er zijn hier nog geen ankertjes toegevoegd aan de rivieren. Corsico is weer verbeterd in ‘Corisco’.

[Kaart XXXVI]
Op de kaart Afrika Staatkundig is de grens tussen de Franse en Britse invloedssferen in de Soedan nu afgebakend. Darfoer en de Koefra-oases zijn nu in de Britse invloedssfeer terecht gekomen. Ook de grens tussen Ethiopië en de onder Britse controle staande Soedan is vastgelegd. Het hier nog zowel Brits als Ethiopisch aangegeven gebied in Brits Oost-Afrika zal later nog tussen beide staten worden opgedeeld. In de Soedan is Wadi Halfa nu per spoor verbonden met Berber en Hannik aan de Nijl, om de cataracten of watervallen te omzeilen. De stad Mozambique staat nog als hoofdstad van de gelijknamige kolonie aangegeven, maar in 1898 was die rol al door Lourenço Marquez overgenomen. In Kameroen is de plaats ‘Gouvernementskazerne’ aangegeven; dat moet een vergissing zijn, in de volgende editie heet het Douala. Het onzijdige gebied tussen Goudkust en Togo is tussen beide gebieden opgedeeld.

[Kaart XXXVII]
Ook op de detailkaart van Zuid-Afrika staan Transvaal en Oranje Vrijstaat nog als onafhankelijke gebieden aangegeven; in feite waren ze in mei 1902 al een Britse kolonie geworden door het verliezen van de Tweede Boerenoorlog. De grens tussen het protectoraat Beetsjuanaland en Rhodesia is gewijzigd. ‘Barklay-West’ is een foute spelling van Barkly-West, de plaats waar in 1870 de eerste diamanten gevonden werden. ‘Vanschijnsdorp’ moet zijn Vanrhijnsdorp. Calvinia is naar Johannes Calvijn genoemd. Wesselstroom, genoemd naar de president van de Zuid-Afrikaanse republiek Marthinus Wessel, is omgedoopt in ‘Wakkerstroom’. In Natal heten North Barrow en Verulam bij Durban nu ‘Alexandra’ en ‘Victoria’.

[Kaart XXXVIII]
Noord-Amerika natuurkundig bevat een nieuwe kaart van de Mississippidelta, van een kleiner gebied. Deze kaart is wel geactualiseerd, met spoorlijnen en een uitbreiding van New Orleans ten zuiden van de rivier, maar mist de indicatie van alluvium en moerassen. Het is ook de eerste keer sedert de tiende editie dat er weer een kaart van de steenkoolvelden in de Verenigde Staten in de atlas staat opgenomen Maar het huidige kaartje laat goed zien hoeveel volwassener de kartografie in de atlas inmiddels geworden is: een keurige steunkleur, de grenzen van de Verenigde Staten zijn netjes aangegeven, een aantal plaatsen is opgenomen ten behoeve van de oriëntatie en er is een iets minder dominante tint voor de steenkoolvelden gekozen. Op de hoofdkaart is Mt. Fairweather weer omgedoopt in de ‘Mooiweer Berg’, en aan de Mackenzie River ligt ‘Fort Goede Hoop’. Terwijl het in de vorige twee edities juist gelokaliseerd was, ongeveer waar de Mackenzie rivier en de poolcirkel elkaar kruisen, is het nu op de plaats van Fort Norman terecht gekomen. De naam ‘Duivelskop’ is de vertaling van Devil’s Head, dichtbij Calgary in het Canadese Rotsgebergte.

[Kaart XXXIX]
Noord-Amerika staatkundig: Cuba en Porto Rico staat hierop nog als Amerikaans bezit aangegeven. Cuba zou nog in 1902 zijn onafhankelijkheid verkrijgen. Het Noordoostelijk Territorium van de vorige editie heet nu Ungava; dit district zou tot 1912 een apart bestaan leiden, daarna in Quebec worden geïncorporeerd. De arctische eilanden van Canada hebben nu de roze kleur van het Britse wereldrijk, voor zover ze niet door ijs bedekt zijn. De contouren van Melville land benoorden Groenland zijn verder verfijnd. Om bij de goudvelden bij de Klondyke te komen waren Skagway en Dyea de favoriete landingsplaatsen, van daar moest men over de bergen via de White Pass of de Chilkoot Pass zien te komen, en dan een vlot bouwen en de rivier afzakken tot Dawson. Men kon ook de rivier de Yukon – in plaats van Joekon in de vorige druk, dus ook hier is de voorkeur gegeven aan de juiste spelling boven de juiste uitspraak – vanaf zijn monding opvaren tot Circle City, en van daar uit over land naar de verschillende mijnbouwcentra in de omgeving reizen. Van de in 1898 begonnen goldrush bij Nome in Alaska is nog niets te zien in deze editie. Het Russische verleden van de stad Sitka is nu eindelijk van de kaart: de alternatieve naam Nieuw Archangelsk is nu weggelaten. De schaal van deze kaarten van Noord-Amerika is veel kleiner dan de vorige die volgens de legenda ook 1:25 miljoen was. De staten van Midden-Amerika hebben nu allemaal hun eigen kleur. De Mosquito coast is nu blijkbaar geïntegreerd in Nicaragua. De grenzen van Costa Rica met Colombia en die van Haïti met Santo Domingo (Dominicaanse republiek) zijn gewijzigd.
Het pas in deze editie opgenomen Oil Springs (gesticht in 1858, niet Oil City) en Petrolia (gesticht in 1866) waren de eerste commerciële oliebronnen in Noord-Amerika. In Alberta komen de plaatsen Banff en Calgary nu voor het eerst op de kaart terecht. Meer westelijk vindt men nu Rossland (goldrush van 1897) en Nelson (zilvermijnen), weer bewijzen voor Bos’ preoccupatie met spectaculaire mineraalvondsten. Wat Bos bezield heeft om het in de twee vorige edities juist geplaatste Fort Good Hope nu op de plaats van Fort Norman als ‘Fort Goede Hoop’ weer te geven zal wel nooit duidelijk worden. Pas veel later, met zekerheid na de 24ste druk, wordt dat ontdekt! In het Canadese middenwesten zijn de plaatsen Regina en Prince Albert met het Canadese spoorwegnet verbonden. Op de zuidpunt van Groenland is nu voor het eerst de oude Nederlandse naam Statenhoek (voor Kaap Farvell) verdwenen. Straat Florida blijkt uit een aantal kanalen te bestaan: ‘Nicolaas kanaal’, ‘Oude Bahama kanaal’ en ‘Santarem kanaal’.

[Kaart XLI]
Bij het astronomisch observatorium op Mt. Hamilton bij San Francisco is nu de naam gezet: ‘Licks Observ[atory]’.

[Kaart XLII]
Op de kaart van Zuid-Amerika is de grens tussen Bolivia en Paraguay iets gekanteld. In Brazilië zijn alle hoofdsteden van de federale staten vermeld en onderstreept. In Chili is de havenstad Valparaiso nu op de kaart per spoor met de noordelijke havenstad Antofagasta verbonden. Die verbinding is inderdaad ooit gerealiseerd, maar pas veel later. In de zeventiende druk is aangegeven dat er enkele delen gereed waren. Op deze kaart wordt voor het eerst de New River (bovenloop van de Corantijn) als grensrivier met Brits Guyana geclaimd. De grens tussen Peru, Ecuador en Colombia in het Amazonegebied is weer eens gewijzigd; het lijkt erop of Bos per ongeluk een oudere editie als voorbeeld heeft genomen.
Op blad XLIII blijkt dat Frankrijk een nog veel groter deel van Brazilië claimt tot aan de Rio Negro en de Rio Branco. De Venezolaanse claim op de westelijke helft van Brits Guyana blijkt vervallen.

[Kaart XLIV]
Australië: De spoorlijn tussen Deniliquin en Hay, ingetekend op de veertiende druk, is nu weer verwijderd.
Het eiland Pleasant in de Pacific is nu herdoopt in ‘Nauru’; Palau, de Carolinen en Marianen zijn nu als Duits en niet meer als Spaans aangegeven, Spanje had ze verkocht. Ook de Samoa eilanden zijn nu als Duits aangegeven; in 1899 werden ze verdeeld tussen Duitsland en de Verenigde Staten. Tonga lijkt nog onafhankelijk, maar het werd in 1900 een Brits protectoraat.

Inhoud van de vijftiende editie volgens de index

I            Halfronden, Zuidpoolgebied, Noordpoolgebied, Klimaatprovinciën

II           Koloniën en wereldverkeer

             - Menschenrassen op aarde , zeestromingen

             - Dichtheid van de bevolking op aarde

III          Isothermen januari

             - Isothermen juli

             - Isothermen voor het jaar

             - Isoamplituden

             - Isobaren en windrichtingen januari

             - Isobaren en windrichtingen juli

IV          Europa natuurkundig 1:15 miljoen

V           Europa Staatkundig 1:15 miljoen met Steden der Noordduitse vlakte

VI          Middel-, West- en Zuid-Europa, 1:10 miljoen, Ruhrgebied, Birmingham, Londen

VII         Kustvormen van Europa heel blad 1:1,5 miljoen

VII         Europa Volksstammen 1:15 miljoen

             - Europa Dichtheid van bevolking

IX          Nederland Grondsoorten 1:800.000

X           Havenwerken Amsterdam1:32.500, Neder-Rijn , IJmuiden

XI          Zuidplaspolder 1:50.000

             - Nederland hoogtekaart 1:1,15 miljoen

XII         Nederland Overzicht en verkeerswegen 1:800.000

XIII        Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht 1:400.000

XIV        Groningen, Friesland, Drenthe, Overijsel 1:400.000

XV         Gelderland en Noord-Brabant 1:400.000

XVI        Zeeland en Limburg 1:400.000

XVII       Alpenkaart 1:3 miljoen, schetskaart der Alpen, Geologische kaart van de Alpen

XVIII      Duitsland natuurkundig 1:3,15 miljoen en geologische kaart Zuid-Duitsland

XIX        Duitsland staatkundig 1:3,15 miljoen en Thüringen

XX         Zwitserland 1:1 miljoen

             - België 1:1 miljoen

XXI        Frankrijk 1:3 miljoen

XXII       Oostenrijk-Hongarije 1:3,7 miljoen

XXIII      Rusland 1:10 miljoen

XXIV      Scandinavië 1:5 miljoen

             - Denemarken 1:3 miljoen

XXV       Groot-Brittannië en Ierland 1:3,1 miljoen

XXVI      Spanje en Portugal 1:3 miljoen

XXVII     Italië 1:3 miljoen

XXVIII    Balkan Schiereiland 1:3,7 miljoen

XXIX      Azië natuurkundig 1:30 miljoen; Klein-Azië 1:12,5 miljoen, Palestina 1:2,5 miljoen

XXX       Azië staatkundig 1:30 miljoen; Bevolkingsdichtheid

XXXI      Zuid-Azië 1:20 miljoen met bijkaart Japan 1:10 miljoen

XXXII     Nederlandsch Oost-Indië 1:12,5 miljoen; Molukken 1:5 miljoen, Kleine Soenda-eilanden 1:5 miljoen(?)

XXXIII    Java 1:2,75miljoen, geologisch, natuurkundig en staatkundig; straat Soenda

XXXIV    Sumatra, Borneo, Celebes 1:6 miljoen, Padangse Beneden-en Bovenlanden 1:2,5 miljoen, Palembang

XXXV     Afrika natuurkundig 1:25 miljoen en Nijldelta 1:2,5 miljoen

XXXVI    Afrika staatkundig 1:25 miljoen met Algerije en Tunesië 1:10 miljoen

XXXVII   Verkeerswegen in Afrika, Nijldal beneden Sioet, Zuid-Afrika 1:10 miljoen

XXXVIII  Noord-Amerika natuurkundig 1:25 miljoen met Mississippidelta

XXXIX    Noord-Amerika staatkundig 1:25 miljoen met Noordoosten van de Verenigde Staten 1:8 miljoen

XL         New York, verkeerswegen Noord-Amerika, groei Chicago, Kust N. van Portland, Belangrijkste landbouwproducten, Kust N. Carolina

XLI        Verenigde Staten en Mexico 1:12 miljoen

XLII       Zuid-Amerika 1:25 miljoen met Curaçao 1:1 miljoen en landbouwkaartje Zuid-Amerika

XLIII      Suriname 1:3 miljoen, Guyana 1:12 miljoen, Midden-Amerika en West-Indië 1:12 miljoen

XLIV      Australië 1:30 miljoen met Zuidoost-Australië 1:12,5 miljoen, en 4 riffenkaarten

In totaal 42,5 spreads.

Bijlage: voorbericht bij de vijftiende druk

‘Bericht voor den vijftienden druk.

Hoewel het aantal bladen onveranderd is gebleven, mag toch feitelijk de vijftiende uitgave van dezen Atlas vermeerderd heeten. Het halfblad voor Azië (voortbrengselen uit het plantenrijk in China enz.) en het blad China, Voor- en Achter-Indië zijn uit deze druk verdwenen en hebben plaats gemaakt voor een uitslaand blad, getiteld Zuid-Azië, dat op de schaal van 1:20 000 000 de geheele groote zuidhelft van Azië omvat, alzoo Voor-Azië, Zuid- en Achter-Azië, met inbegrip van Japan, welk laatste tegenwoordig zoo belangrijke land bovendien als carton op dubbel zoo groote schaal is opgenomen. Naar het Noorden komt de Siberische spoorweg op dit blad nog in zijn geheel voor. Verder is in deze uitgave nieuw ingevoerd een blad op 1:10.000 000, getiteld Middel- West- en Zuid-Europa, aangevende de staatkundige verdeeling, de voornaamste kolenbeddingen, de visscherijen, de grenzen van eenige planten en de steppen; daarbij zijn als cartons opgenomen op grootere schaal: Londen en de omgeving, de Industriestreek van Middel-Engeland en de Ruhr- Wüpper-Industriestreek. – Op het blad Soematra, Borneo en Celebes heeft een kaartje van de stad Palembang een plaatsje gevonden, als type van eene grootere Indische “stad”. De kaart van Java geeft de nieuwe staatkundige verdeeling; door hier het steeds aangroeiend aantal tramwegen weg te laten, meenden wij de duidelijkheid te bevorderen, die in de laatste uitgaven reeds iets te wenschen overliet. – Verder werden voor deze uitgave nog nieuw gegraveerd de kaarten van Groot-Brittannië en Ierland, Spanje en Portugal, beide op de schaal van 1:3 000 000, dus op dezelfde schaal als waarop Frankrijk en Italië reeds in de veertiende uitgave voorkwamen. Nieuw gegraveerd zijn ook voor deze editie de beide kaarten van Noord-Amerika. Het blad voor Nederland, bevattende een brok van den Rijn op de schaal van onze Rivierkaarten, werd voorzien van duidelijke kaartjes van de Havenwerken van Amsterdam en van Rotterdam en van de haven van IJmuiden met de sluizen etc. Wie verder enigszins nauwkeurig toeziet, zal nog bemerken, dat vele kleinere veranderingen , die wij meenden verbeteringen te zijn, werden aangebracht. Zoo zijn op de provinciekaarten van Nederland de grenzen door eene doorloopende kleur aangegeven, zonder deze bij den rivieren te doen ophouden, zoals tot dusverre geschiedde. Zonder dat de loop der rivieren minder duidelijk is geworden, springen nu de provinciegrenzen beter in het oog, iets wat ons nog altijd voorkomt zeer wenschelijk te zijn. Terwijl bij het opnemen van dorpen op de provinciekaarten tot dusverre alleen zooveel mogelijk de betrekkelijke belangrijkheid daarvan had beslist, is nu een meer vast stelsel gevolgd, door de zetels der gemeentebesturen op te nemen. Bij het steeds groeiend getal locaalsporen en tramwegen is het onmogelijk den atlas in alle opzichten op het oogenblik van zijn verschijnen bij te doen zijn; zoo had b.v. nu reeds weer de Friesche locaalspoorweg moeten worden doorgetrokken tot Metslawier en een tramweg Zuidlaren-station Vries-Zuidlaren worden geteekend. – Wij gaven verder gehoor aan een reeds dikwijls vernomen verzoek, om hoogtecijfers op te nemen, niet alleen bij bergtoppen, maar ook bij verschillende punten langs de rivieren etc. Ook werden in de zee enkele dieptecijfers geplaatst; daarentegen werden de isobathen weggelaten, omdat de kaarten toch immers ook geen isohypsen vertoonen. De kaarten hebben door het weglaten van de gestippelde isobathen een rustiger voorkomen gekregen. Natuurlijk zijn de verschillende tinten voor de hoogte en de diepte behouden. Van de wenschelijkheid om de tinten voor de zeediepten weer om te keeren zijn wij nog niet overtuigd: de keus van die tinten is eenvoudigweg conventioneel en heeft geene diepere beteekenis. Van eene vaststaande usantie kan in deze nog niet worden gesproken, en waar nu het in den veertienden en ook weer in den vijftienden druk gevolgde stelsel bepaald in duidelijkheid staat boven het andere, zagen wij nog geen voldoende reden om het onze te laten varen. – Eene verandering van ondergeschikt belang, maar toch van eenige beteekenis, omdat de kaarten er zich netter door voordoen, is het inkrimpen van de titels en verklaringen tot een meer bescheiden omvang. Verder spreekt het vanzelf, dat alle bladen zoo nauwkeurig mogelijk zijn nagezien. Voor de fouten, die onze aandacht ontsnapten, vragen wij verschooning. Hinderlijk zouden bij het binden kunnen zijn een paar vergissingen in de volgnommers der kaarten; wij deelen ze daarom hier mede. Skandinavië, als XXII genommerd, had het cijfer XXIV moeten dragen, en Noord-Amerika natuurkundig had niet het volgnommer XXXIX, maar XXXVIII moeten hebben.
Wij betuigen onzen dank aan hen, die ons enkele opmerkingen deden toekomen en verder aan den Uitgever en den Lithograaf-Drukker, die ons altijd krachtig medewerkten om deze uitgave boven den vorigen druk te doen staan.

Groningen, October 1901

P.R.Bos’

Sort order: 
15