Editie 17, 1906: Jan Frederik Niermeyer, Bos’ Schoolatlas der geheele aarde

De zeventiende editie van de Bosatlas en de tweede die door Jan Frederik Niermeyer geredigeerd werd, verscheen in 1906. Vergeleken met de vorige editie karakteriseert deze atlas zich door kaarten met wat zachtere tinten voor de hoogtevoorstelling.
De redacteur zegt in het voorwoord: ‘Voor de gebieden tusschen 200 en 500 M. werd de gele tint weer ingevoerd en het bruin daarboven niet meer roodachtig genomen. Ook is de Lithograaf erin geslaagd, door het aanbrengen eener slagschaduw tegen de ketenen, op alle kaarten die zich daartoe leenden, de gebergten veel meer reliëf te bezorgen dan vroeger.’ Staatkundige veranderingen ontstonden door de Russisch-Japanse oorlog: De voorheen door de Russen gepachte Chinese haven Port Arthur is nu Japans, evenals het zuiden van het eiland Sachalin. En verder is het de glorietijd van de aanleg van regionale stoomtrams in Nederland.

Kaartverschillen met de zestiende editie

[Kaart I]
Halfronden en Poolstreken: Op blad I zijn de hoogtelijnen en dieptelijnen van onder andere de arctische gebieden verbeterd.

[Kaart II]
Koloniën en wereldverkeer: De Stoomvaart Maatschappij Nederland en de Rotterdamse Lloyd doen in plaats van veertig nu nog maar 36 dagen over de reis van Nederland naar Batavia. In China is nu ook een spoorverbinding tussen Peking en Han-keoe (Wuhan) aangelegd. In West-Australië waren vanwege de goudvondsten Kalgoorlie in 1896 en Menzies in 1898 per spoor met Perth verbonden. Northampton en Geraldton (met rijke lood-, ijzer en kopermijnen), ook in West-Australië, hadden al in 1887 een spoorverbinding met Perth. Nannine, ook al een goudveld, kreeg in 1903 zijn spoorlijn. In India is er een railverbinding tussen Chittagong en Assam bijgekomen en in Rhodesia is Bulawayo nu verbonden met de havenstad Beira en met Kalomo (van 1902-1907 de hoofdstad van Noord-Rhodesië). De kust van de Soedan met Soeakin (Suakin) wordt voor het eerst niet meer als Turks, maar als Brits ingekleurd. In 1900 werd de Soedanese hoofdstad Khartoem bereikt bij de spooraanleg vanaf Wadi Halfa via Atbara; in 1906 was ook de lijn Atbara-Port-Sudan voltooid. In 1900 was men begonnen met de Hedjaz-spoorweg, van Damaskus naar Mekka. In 1908 werd Medina bereikt, verder is men niet gekomen. In Anatolië heeft de Bagdadbaan Adana bereikt en is Damaskus per trein met Homs verbonden. Vanuit Orenburg in de Oeral is de Trans-Aralspoorlijn door de steppen van het Aralmeer naar Tasjkent en Samarkand aangelegd. Een deel van de Samoa-eilanden is nu als Amerikaans aangegeven; in 1898 verdeelden de Verenigde Staten en Duitsland die archipel.

[Kaart III]
De nieuw getekende klimaatkaarten maken door het niet inkleuren van de zee een wat rustiger indruk. Ten behoeve van de interpretatie zijn de gebieden boven de 1.000 meter grijs ingekleurd; in de vorige edities waren alle landgebieden grijs. Het verschil tussen land en water wordt nu gemaakt door alleen de landgebieden met klimaatinformatie in te kleuren.

[Kaart IV]
Europa natuurkundig: Door het aanzetten van de schrapjes aan de schaduwzijde is het reliëf veel sprekender geworden.

[Kaart V]
Op Europa staatkundig is de treinverbinding tussen Wladikawkaz (Vladikafkas) en Bakoe (Baki) ingetekend. Noorwegen heeft al een aantal drukken een iets van Zweden verschillend kleurtje, maar pas in 1905 is het echt onafhankelijk geworden. De hoofdstad Christiania is in 1925 in Oslo omgedoopt.

[Kaart VII]
Op de kaart van Toscane op het blad Kustvormen zijn nu ook langs de kust duintjes ingetekend.

[Kaart X]
Op de kaart van de havenwerken van Amsterdam en Rotterdam staan in de havenbekkens nu voor het eerst een aantal dieptecijfers vermeld; de stedelijke bebouwing is geactualiseerd, en de route van de regionale stoomtrams is ingetekend. Op de kaart van de haven van IJmuiden is de bebouwing van IJmuiden uitgebreid.

[Kaart XI]
Op de kaart van de Zuidplaspolder is nu ook de aard van de gewassen aangegeven. De tekst van de verklaring – in de atlas te vinden onder de inhoudsopgave – is aangepast, en hier te zien in de bijlage (zie onder).

[Kaart XIII-XVI]
Provinciekaarten: Zelfs plaatsen met meer dan 20.000 inwoners hebben nu een aanduiding met een rode agglomeratie gekregen, omdat de daarvoor gebruikte plaatstip vaak kleiner was dan het bebouwde oppervlak. Daarnaast is er onderscheid gemaakt tussen enerzijds duinen en stuivende zanden en anderzijds vastgelegde zanden. Er is een trambaan van Kwadijk naar Volendam aangelegd, de tram van Den Haag naar ’s Gravezande is tot Hoek van Holland verlengd, er zijn nieuwe tramlijnen van Rotterdam naar Hillegersberg en Overschie, tramlijnen van Rotterdam naar Hellevoetsluis en naar Voorne en van Gouda naar Oudewater aangelegd. In Groningen is er een tramlijn van de stad naar Zuidlaren en Tynaarloo bijgekomen. In Twente is de tramlijn van Denekamp naar Oldenzaal verlengd naar Losser en Gronau. Van Almelo is een spoorweg naar Hardenberg en Coevorden aangelegd, en verder naar Nieuw Amsterdam, Emmen en Stadskanaal.
In de Betuwe is er een nieuwe trambaan van Tiel naar Culemborg, en in Noord-Brabant een tramlijn van Geldrop naar Helmond en Asten. Op Walcheren is Middelburg nu met Vlissingen en Domburg verbonden per tram. Naast de veerverbinding Numansdorp-Zijpe is er nu ook een veerverbinding tussen Numansdorp en Ooltgensplaat op Goeree-Overflakkee. In Limburg is van Maaseik een tramlijn naar Maastricht aangelegd. Van Aken zijn tramlijnen naar Vaals en Herzogenrath gebouwd en Heinsberg in Duitsland heeft een spoorverbinding gekregen. Over de grens zijn ook Kevelaar en Straelen met elkaar verbonden per tram.

[Kaart XVII]
In de Alpen zijn twee nieuwe passen opgenomen, de Albulapas, met de spoorverbinding door de Albulatunnel, en de pas van La Bocchetta, door de Ligurische Apennijnen, die gevolgd wordt door de spoorweg van Genua naar Milaan. Ook door de Colle di Tenda liep al vanaf 1898 een spoorverbinding van Turijn naar de Provence, die nu is opgenomen op de kaart.
De spoorlijn van Cuneo naar San Remo is ook ingetekend op de tweede Alpenkaart. Daar is ook de spoorlijn door het Rhônedal en de Simplontunnel naar Domodossola opgenomen, evenals de Albulabahn. Gratz en Botzen worden nog niet op de officiële manier (Graz en Bozen) gespeld.

[Kaart VIII]
Duitsland natuurkundig: Op de geologische bijkaart zijn nu ook ertsen en mineralen die gewonnen worden met letters (vette schreefloze kapitalen) aangegeven: ‘IJ’ = ijzer, ‘Z’ = zink, ‘L’ = lood, ‘K’ = koper, ‘Z’ = Zilver en ‘Zt’ = zout. Die lettersymbolen botsen een beetje met de initialen van plaatsen die voor de oriëntatie zijn opgenomen, in een cursieve schreef-hoofdletter. De namen van mijnsteden zijn voluit geschreven: bijvoorbeeld Hall, Saarbrücken, Kerkrade, Essen, Dortmund, Amberg, Erfurt, Chemnitz, Berchtesgaden enzovoort. Ook (oudere) bruinkoolvelden en steenkoolvelden zijn aangegeven, maar die vallen nauwelijks op.

[Kaart XX]
Op de kaart van Zwitserland is er een spoorverbinding ingetekend in de Valtellina, via Sondrio naar de plaats Tirano, samen met een lijn langs het Lago di Como naar Chiavenna. Ook bij Zürich is het spoorwegennet verdicht met lijnen van Schaffhausen naar Waldshut en via Zürich langs de noordoever van het Züricher meer naar Rapperswill en Mesen. Van Montreux aan het Lac Léman loopt nu ook een treinverbinding door de dalen van de Saane en Simmen naar Thun. Bij het Züricher meer, bij Rapperswill, is in 1878 een spoorbrug over het Züricher meer gebouwd, die nu pas wordt opgenomen op de kaart.

[Kaart XXII]
De kaart van Oostenrijk-Hongarije is nieuw getekend; volgens de redacteur is er daarbij ook veel zorg besteed aan de plaatsnamen. De plaatsnaam Hermannstadt is in ‘Hermanstad’, Kronstadt in ‘Kroonstad’ veranderd! Het is jammer dat Niermeyer zich nergens uit over de principes die hij voor de spelling der plaatsnamen aanhoudt, al is het duidelijk dat hij is afgestapt van het streven dat Bos in zijn laatste drukken volgde om de plaatselijk officiële spelling te volgen. De schaal van de hoofdkaart is vergroot van 1:3,7 miljoen naar 1:3,25 miljoen, waardoor de oosthelft van Roemenië er af gevallen is, ook uit de kaarttitel. In Dalmatië is de spoorlijn van Sibenico (Šibenik) en Spalato (Split) naar Knin in het binnenland aangegeven. De spoorlijn naar Metkovic in de Neretva-delta is doorgetrokken naar Ragusa (Dubrovnik), Castelnuovo (Herceg Novi) en Trebinje. Op het schiereiland Istrië is naast Pola (Pula) nu ook Rovigno (Rovinj) met het spoorwegnet verbonden. Er is nu ook via Hermannstadt een spoorverbinding over de Transsylvanische Alpen. Ook door de Woudkarpaten is een nieuwe spoorlijn gelegd, van Csap (Chop, nu in de Oekraïne gelegen) naar Lemberg (Lviv).
Er is een nieuwe, meer gedetailleerde etnografische bijkaart, waarbij is afgestapt van de eilandkartografie, waardoor ook de taalkundige samenstelling van de buurstaten kan worden afgelezen. De benaming ‘Serviërs’ is veranderd in Serven, Slovenen en Cechen in Slowenen, Slowaken en Tsjechen. Behalve de buitengrens van de Habsburgmonarchie, in het rood, is ook de interne grens tussen Oostenrijk en Hongarije aangegeven, met een zwarte streepjespijn.
Nieuw op deze kaart is de bijkaart van het Karstgebied, die in de plaats kwam van een bijkaart van de administratieve indeling van de Habsburgmonarchie. De namen in dit toch vooral door Slowenen bewoonde Karstgebied staan óf in hun Duitse óf in hun Italiaanse versie. De legenda ontbreekt, toch komen er nieuwe symbolen voor, namelijk de streepjeslijnen voor ondergrondse rivieren (zoals de Timavo en de Unz) en de grijze rivierlopen voor droge rivierdalen ofwel brede gruisbeddingen. Pas in de 25ste editie zullen deze signaturen worden verklaard. Bij Adelsberg (Postojna) en St. Canzian (Škocjan, waar de rivier de Reka onder de grond verdwijnt) zijn er grote onderaardse grottenstelsels, verder wordt het gebied gekenmerkt door dolines en periodiek droogstaande meren, zoals dat van Zirknitz (Cerknica). Bij Oberlaibach (Vrhnika) komt de rivier de Laibach (Ljublanica), wiens bovenloop onder andere gevormd wordt door de Unz (Unica) en de Poik (Pivka), weer aan de oppervlakte. De Oostenrijkse oorlogshaven Cattaro (Kotor) is nu ook per spoorweg verbonden met Metkovic in de Neretva-delta, en dus met Sarajewo en Wenen.

[Kaart XXIII]
In Rusland is een deels zichtbare spoorlijn van Orenburg in de Oeral langs de rivier de Ilek richting Tasjkent aangelegd (in 1906 gereedgekomen). In de Rokitno moerassen in het westen staat: ‘deels drooggelegd’. Desondanks blijven die moerassen een grote barrière.

[Kaart XXVII]
Op de kaart van Italië is eindelijk de bijkaart van de hoofdspoorwegen in Italië en de Alpen, die overbodig werd op het moment dat de spoorwegen ook op de hoofdkaart werden ingetekend, vervangen door een bijkaart van de Vesuvius. Een kaart van de baai van Napels met de Vesuvius stond tot en met de negende druk ook al in de atlas, en is dus nu weer terug, maar wel op een veel grotere schaal (1:150.000 in plaats van 1:500.000). Rond de vulkaan zijn nu spoorlijnen aangelegd, en naar de krater een weg of kabelspoor. De recente lavastromen zijn ingetekend (dertien sedert 1714) evenals de zes verschillende kraters die sedert 1794 uitbarstten. In het kaartje zijn dezelfde hoogtezones als op de hoofdkaart verwerkt. Bij Pompeji zijn de opgravingen (en het amfitheater) aangegeven. In de legenda staat een wat cryptische omschrijving van de betekenis der namen in een bepaald lettertype. Naast de 69 provincies is er een indeling in zestien regio’s (de compartimenti territoriali), namelijk Piemonte, Liguria, Lombardia, Emilia, Abbruzzi, Romagna, Lazio, Marche, Umbria, Toscane, Campania, Puglie, Basilicata, Calabria, Sicilia en Sardegna.
Op de hoofdkaart van Italië is op Sicilië een spoorlijn van Girgenti via Lucata en Modica naar Syrakuse opgenomen. Men is begonnen met het droogleggen van de Pontijnse moerassen, gezien de vele kleine kanaaltjes aangegeven in dit gebied, en de toevoeging aan de naam van ‘voormalige’. Het zou echter op niets uitlopen door politiek gekrakeel. Pas onder Mussolini, van 1929 tot 1939, zou men er in slagen het gebied te draineren.

[Kaart XXVIII]
In Griekenland is een spoorlijn van Athene via Marathon en Thebe naar Aulis en Cheroneia aangegeven, evenals een lijn van Messolonghi naar het binnenland.

[Kaart XXX]
Azië natuurkundig: Op de bijkaart van Klein-Azië is de Bagdad-spoorweg inmiddels de Cilicische passen door, en heeft Adana bereikt; de verder geplande route is op deze kaart met een dunne lijn aangegeven, met zijtakken naar Marasj (Kahramanmaraš), Mardin en Diabekr (Diyarbakir). Daarnaast is Smyrna nu ook per spoor met Adalia (Antalya) verbonden.
Op de bijkaart van Palestina loopt nu in Syrië een spoorlijn noordwaarts door de Bekavlakte naar Homs. De Hedzjazbaan, de spoorlijn die gepland was van Istanbul naar Mekka, loopt van Damascus via Mzerib en Deraa (behandeld in Lawrence’s Seven Pillars of Wisdom) tot bezuiden de Dode Zee en volgt daarbij de pelgrimsweg. Vanuit Deraa is een zijtak aangelegd naar Haifa, door de Jizreëlvallei. Damascus is ook met de havenstad Beiroet verbonden, en langs de kust loopt de spoorweg door naar Saida.

[Kaart XXXI]
Azië staatkundig: Langs de kust van Somalië is een mysterieuze gele bies verschenen. Wat daar aan de hand is wordt duidelijk op de staatkundige kaart van Afrika: het is het ‘gebied van de Moellah’, dat wil zeggen het rijkje van de Somalische vrijheidsstrijder Mohammed Abdullah Hasan, die van 1900 tot 1920 zijn onafhankelijkheid wist te bewaren tegen Britten, Italianen en Ethiopiërs. In tegenstelling tot de vorige editie, waar het gebied een Britse kleur had lijkt Hadramaut nu weer onafhankelijk. De Hedzjas-spoorweg is hier al als tot Mekka voltooid aangegeven; in werkelijkheid zal deze spoorlijn Mekka nooit bereiken, en pas in 1908 in Medina aankomen. Noordwaarts ontbreekt het gedeelte van de lijn tussen Homs en Adana nog.
De Britten hebben zich meester gemaakt van Dzjask aan de kust van de Perzische golf; dat was de plaats waar de onderzeese telegraafkabels uit Aden en Brits-Indië aan land kwamen op de route naar West-Europa.
De grens bij het Tonle Sap meer tussen Frans Cambodja en Thailand is weer gewijzigd. Hankou (Wuhan) in China is nu ook per spoor met Peking verbonden. Als gevolg van de door Japan gewonnen Russisch-Japanse oorlog is Port Arthur nu door Japan gepacht en Japan heeft ook de zuidelijke helft van Sachalin verworven.

[Kaart XXXII]
Op de kaart van Zuid-Azië is in Afrika een spoorverbinding tussen Assoean en Wadi Halfa getekend, die in werkelijkheid nooit is gerealiseerd. De grens tussen Egypte en de Anglo-Egyptische Soedan is nu gedemarceerd, zodanig dat Wadi Halfa nog net bij de Soedan hoort. Er is in 1905 een spoorweg gereed gekomen tussen Khartoem en Port Soedan aan de Rode Zee; voor de export van de Soedanese katoen is dat een veel kortere route dan via de Nijl naar Alexandrië.
De Trans-Aral-spoorweg tussen Orenburg en Tasjkent is ook op deze kaart opgenomen. Op Ceylon is een spoorweg van Kaap Dondra naar het noorden via Colombo en Kandy ingetekend. Hij zal later tot Jaffna lopen.
In China begint de spoorwegaanleg nu ook op grote schaal: de lijn zuidwaarts van Peking en Tientsin is nu aangesloten op Han-keoe (Wuhan, 1906). Hoewel op de kaart anders aangegeven zouden Nanking en Sjanghai pas in 1908 onderling verbonden worden, en pas in 1912 met Peking/Tientsin. De zijlijn van Kaifeng naar Hsi-Ngan (Xian) was pas in 1934 voltooid, deels met Nederlands kapitaal. Nan-king (Nanjing), Soe-tsjeoe (Suzhou) en een aantal steden langs de grens met Frans Indochina hebben inmiddels ook de status van verdragshavens gekregen. De hier al aangegeven spoorweg tussen Frans Indochina en Yunnan (Kunming) zou pas in 1911 gereed zijn. Kortom, Niermeyer is dus te gauw geneigd geplande spoorwegen als voltooid op de kaart op te nemen!
Japan heeft een spoorweg aangelegd in Korea, sedert 1905 een Japans protectoraat, van Foe-san (Busan) tot de Chinese grens. In Frans Indochina is Mytho aan de Mekongdelta nu via Cholon en Saigon verbonden met de meer noordelijk gelegen kuststeden Binh-thoean (Phan Tiet) en Binh-dinh (Quy Nhon); in Annam hebben Tourane (Da Nang) en Hué een spoorverbinding gekregen.
Het aantal witte plekken en dus onafhankelijke gebieden op Sumatra is gehalveerd. Op de kaart van Insulinde (XXXIII) lijken ze zelfs helemaal verdwenen – tenzij we heel goed kijken en een niet-verklaarde, afwijkende arcering ontdekken – en op de detailkaart van Sumatra (XXXVI) is alleen een klein gebied aan de bovenloop van de Batang Hari en de Kampar nog niet in ons koloniale rijk geïntegreerd. Op Malakka is Kwala Loempoer (Kuala Lumpur) met Butterworth, de haven op het vasteland tegenover Georgetown op Penang, verbonden. Op Borneo zijn spoorwegen aangelegd van Broenei Baai (Weston) naar Kimanis en Jesselton (1903, nu Kota Kinabalu) en Temon in het binnenland (1906). Hanoi in Frans Indochina is zuidwaarts verbonden met Vinh. Op het eiland Luzon is een spoorweg tussen Manilla en de noordelijke havenstad Lingayen ingetekend. Op Nieuw-Guinea is de rivier de Digoel gekarteerd en blijkt Frederik Hendrikeiland doorsneden door een zeestraat of rivier.

[Kaart XXXIV]
Op de staatkundige kaart van Java is de havenplaats Laboean (Labuan) aan Straat Soenda nu per spoor verbonden met de plaats Rangkas Bitoeng. Bandoeng (Bandung) is nu niet meer alleen per spoor vanuit Batavia via Buitenzorg (Bogor) maar ook via Krawang te bereiken. Op Midden-Java is de tramlijn van Yogyakarta naar Magelang doorgetrokken naar Parakan en Ambarawa, waar hij op de spoorlijn naar Semarang aansluit. Van Madioen uit is een tramlijn naar Ponorogo aangelegd.

[Kaart XXXV]
Op de plattegrond van Batavia is de spoorverbinding langs de zuidrand van de stad tussen Tanah Abang en Salemba opgenomen. Daarnaast is er door het grasland ten noorden van de stad een zijlijn naar Tandjong Priok opgenomen, aangelegd opdat de treinen uit de haven niet meer eerst langs het station in de benedenstad van Batavia hoefden te rijden, voor vervoer naar elders op Java.

[Kaart XXXVI]
Op de kaart van Sumatra vallen de staatkundige veranderingen op: de onafhankelijke Bataklanden zijn nu opgedeeld tussen de residenties Sumatra’s Oostkust en Tapanoeli. Meer zuidelijk is het onafhankelijke gebied aan de bovenloop van de Rokan in de residentie Sumatra’s Oostkust opgenomen. Djambi, voorheen onderafdeling van Palembang, is nu een aparte residentie geworden. Er zijn in het landschap Deli naast de spoorwegen nu ook tramwegen ingetekend, waardoor het nogal onoverzichtelijk wordt. De tram van Kota Radja in Atjeh naar Samalanga is doorgetrokken tot Edi. Er is nog één gebied als onafhankelijk aangegeven, het ligt ten oosten van Padang aan de bovenloop van de rivieren de Kampar en Batang Hari.
Op Malakka blijkt dat de spoorlijn van de havenplaats (Butterworth) tegenover Georgetown op het eiland Penang naar Kwala Loempoer (Kuala Lumpur) in feite doorloopt tot Port Dickson. De spoorlijn vandaar het binnenland in, gesuggereerd in de zestiende editie, heeft niet bestaan. Op Celebes is de residentie Menado vergroot ten koste van gebied van het gouvernement ‘Celebes en onderhorigheden’.

[Kaart XXVII]
De kaart van de Nijldelta is aangevuld met spoorwegen van Damanhoer naar Rosette en naar Sifteh.

[Kaart XXXVIII]
Op de kaart Afrika staatkundig is de Spaanse kolonie Rio Muni nu ingetekend, het gebied was in de vorige editie nog als Frans aangegeven. Hoofdstad ervan is Santa Isabel, op het naburige eiland Fernando Poo. Het Franse Tsaad Territorium (Tsjaad) is nu afgegrensd van het Oebangi-gebied als aparte kolonie. De grens tussen de Duitse kolonie Togo en de Britse Goudkust is gewijzigd. De grens tussen het Franse Ivoorkust en het onafhankelijke Liberia volgt niet langer de grensrivier de Cavally, maar dat wordt in de volgende druk weer teruggedraaid. Langs de bovenloop van de Niger is de term ‘Samory’s Rijk’ terecht niet meer opgenomen, hij stierf al in 1898. Hetzelfde geldt echter ook voor de term ‘Tieba’s Rijk’: het rijk van het Kenedougou-volk waarvan Tieba de vorst was, werd ook in 1898 door de Fransen veroverd. In West-Afrika zijn de grenzen tussen de verschillende Franse koloniën ingetekend: Ivoorkust, Frans Guinée, Senegal en Dahomey. De noordgrens van het Spaanse gebied Rio de Oro is nu gemarkeerd en blijkbaar claimt Frankrijk, gezien de blauwpaarse bies, ook het gebied ten zuiden van Marokko. In Algerije hebben de Fransen de spoorlijn naar Aïn Sefra verlengd tot Colomb Béchar, om de Marokkaanse oasestad Figuig heen. In Tunesië lijkt Sfax op de hoofdkaart met een spoorlijn met Sousse en Tunis verbonden, maar die lijn komt pas in 1911 tot stand. De spoorlijn van Sfax naar Gafsa, al in 1899 gebouwd, dient om de producten van de fosfaatmijnen bij Gafsa te kunnen vervoeren. Op de kaart loopt ook een tweede lijn van Tunis het Medjerda-dal in, al was die pas in 1912 klaar, en voorts zou men bouwen aan een verbinding tussen Sfax en Constantine in Algerije. Deze eveneens op de hoofdkaart gesuggereerde spoorverbinding tussen Tunis en Algerije dateren echter pas van veel later.
Zoals bij de kaart van Zuid-Azië in deze editie al vermeld is, bestaat er geen spoorlijn tussen Assoean en Wadi Halfa, al staat die ook op de kaart. Zoals ook bij vorige edities gemeld, was de spoorverbinding Djibouti-Addis Abeba pas in 1917 gereed. De grens tussen Ethiopië en de Britse kolonie Kenya is blijkbaar toch nog niet gedemarceerd. Op Madagaskar is de hoofdstad Antananarivo met de haven Andovoranto verbonden met een spoorweg. Aan het Nyassameer hebben de Duitsers de plaats Langenberg gebouwd.

[Kaart XXXIX]
In Zuid-Afrika heeft een grenswijziging plaats gehad tussen Transvaal en Natal: de rivier de Phongola wordt als nieuwe grens gekozen waardoor plaatsen als Vrijheid en Utrecht van Transvaal overgaan naar Natal.

[Kaart XLII]
De plattegrond van New York is geactualiseerd, waarbij veel aandacht is besteed aan de oude Nederlandse namen: ‘Gravesend’ (’s-Graveland), ‘New Utrecht’, ‘Dutch kills’, ‘Haarlem River’, ‘Spuyten Duyvil’, ‘New Dorp’, ‘Bergen’ en ‘Coney Island’. De bebouwing op Long Island, in Newark en Jersey City is sterk uitgebreid, evenals het spoorwegnetwerk. Bruggen en tunnels, al of niet in aanleg, worden nu onderscheiden.

[Kaart XLIII]
Op de kaart van de Verenigde Staten hebben de indianenreservaten een apart blauw raster gekregen. De plaats Vancouver is eindelijk ook op deze kaart opgenomen. New Mexico is als staat opgenomen in de Unie; bij het aanpassen van het schrift van de naam aan de nieuwe status zijn ze in deze editie het ‘New’ vergeten. Het wordt pas in de twintigste editie van 1912 verbeterd in ‘Nieuw Mexico’. In Zuid-Californië heeft men een tijd water afgetapt uit de benedenloop van de Colorado, voor irrigatie in de Colorado-woestijn, in de zogenaamde Imperial Valley. De irrigatiekanalen slibden echter dicht, en bij zware regenval in 1905 trad de Colorado buiten zijn oevers en overstroomde een deel van de woestijn, waarbij de Salton Sea ontstond.

[Kaart XLIV]
Zuid-Amerika: in Argentinië is de spoorlijn naar Bahia Blanca in de pampas doorgetrokken naar Neuquen. De aangegeven Transandine spoorlijn Santiago-Mendoza opende pas in 1910. De grens tussen Paraguay en Bolivia in de Chaco is iets gewijzigd. Colombia en Peru hebben beide het Amazonegebied van Ecuador gehalveerd en Brazilië heeft het Acre-gebied van Bolivia verworven. De grens tussen Chili en Peru is noordwaarts verschoven, waardoor de provincie Arica, waar Chili na de Salpeter-oorlog een bezettingsmacht mocht legeren, nu ook de jure Chileens is.
Op de bijkaart van Curaçao is de ‘Faikbaai’ eindelijk verbeterd in ‘Fuikbaai’. Het stond er vanaf de zesde druk fout in. Na tien drukken hebben de redacteuren ook ontdekt dat de schaalaanduiding van de kaart van Curaçao fout was: er stond 1:100.000 en het moest 1:1 miljoen zijn. Dat is nu verbeterd.

[Kaart XLV]
Op de kaart van de Guyana’s lijken alle claims van de baan: Venezuela noch Brazilië claimt nog gebied van Guyana, en er worden ook geen Nederlandse claims aangegeven. Ze zullen later weer opduiken.
Op de kaart van Suriname is het zuidwesten van het land verder verkend, en met Brazilië is de grens in het Tumuc Humacgebergte langs de waterscheiding gedemarceerd. De bovenloop van de Tapanahony en het verloop van de Wilhelminaketen zijn verbeterd.
Op de kaart van Middel-Amerika en West-Indië is op Cuba een spoorlijn naar Santiago de Cuba aangelegd. In Honduras is ook een transcontinentale spoorweg aangelegd, de vijfde in dit gebied, van Puerto Cortes naar La Brea. De transcontinentale lijn van Salina Cruz naar Coatzacoalcos door de Istmus van Tehuantepec is nu met de Caribische haven Vera Cruz verbonden. Ook Florida blijkt op deze kaart al uitgebreid van spoorwegen voorzien te zijn. Het is de eerste maal dat we de plaats Miami in de atlas tegenkomen, inclusief de spoorlijn uit het noorden er naartoe. Blijkbaar hebben de Amerikanen de zon ontdekt! De grens tussen Haïti en Santo Domingo blijft in beweging. In Colombia zijn Cartagena en Santa Maria nu per spoor met elkaar verbonden. Op de Bahama’s is voor het eerst de hoofdstad, Nassau op het eiland New Providence aangegeven.

[Kaart XLVI]
Op de kaart van Zuidoost-Australië is in Queensland de plaats Cunamulla verbonden per spoor met Charlesville; deze lijn dateert al van 1899. Moree in New South Wales was al sinds 1897 via een spoorlijn verbonden met Newcastle. De spoorlijn van Sydney naar Bathurst en Bourke heeft nu vertakkingen naar Cobar, en Brewarrina; Cobar had een belangrijke kopermijn. Brewarrina was het laatste punt dat rivierstoomboten konden bereiken, bovendien was er een brug over de Darling.
Op Nederlands Nieuw-Guinea is nu ook de plaats Merauke opgenomen. In Zuidoost-Nieuw-Guinea is bij de naam Brits Nieuw-Guinea nu voor het eerst toegevoegd dat het gebied van ‘C.o.A.’ is: Commonwealth of Australia. Daarvóór was het een kolonie van de Australische staat Queensland. Er is nu op de kaart aangegeven van welke Britse bestuurlijke eenheid de verschillende eilanden zijn: Lord Howe is van New South Wales, evenals Norfolk, Macquarie Island van Tasmanië.

Inhoud van de zeventiende editie volgens de index

I              Halfronden, Zuidpoolgebied, Noordpoolgebied, Regen- en sneeuwval

II             Koloniën en wereldverkeer

                - Menschenrassen op aarde , zeestromingen

                - Dichtheid van de bevolking op aarde

III            Isothermen januari

                - Isothermen juli

                - Isothermen voor het jaar

                - Isoamplituden

                - Isobaren en windrichtingen januari

                - Isobaren en windrichtingen juli

IV            Europa natuurkundig 1:15 miljoen

V             Europa Staatkundig 1:15 miljoen

VI            Middel-, West- en Zuid-Europa 1:10 miljoen, Ruhrgebied, Birmingham, Londen

VII           Kustvormen van Europa 1:1,5 miljoen

VIII          Europa Volksstammen 1:15 miljoen

               - Europa Dichtheid van bevolking

IX            Nederland Grondsoorten 1:800.000

X             Havenwerken Rotterdam en Amsterdam 1:32.500, Neder-Rijn , IJmuiden

XI            Zuidplaspolder 1:50.000

               - Nederland hoogtekaart 1:1,15 miljoen

XII           Nederland Overzicht en verkeerswegen 1:800.000

XIII          Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht 1:400.000

XIV          Groningen, Friesland, Drenthe, Overijsel 1:400.000

XV           Gelderland en Noord-Brabant 1:400.000

XVI          Zeeland en Limburg 1:400.000

XVII         Alpenkaart 1:3 miljoen hoogtekaart, Alpenkaart staatkundig, Geologische kaart van de Alpen

XVIII        Duitsland natuurkundig 1:3,15 miljoen en geologische kaart Zuid-Duitsland

XIX          Duitsland staatkundig 1:3,15 miljoen en Thüringen

XX           Zwitserland 1:1 miljoen

               - België 1:1 miljoen

XXI          Frankrijk 1:3 miljoen

XXII        Oostenrijk-Hongarije en Roemenië 1:3,25 miljoen met Karst en volksstammen Oostenrijk-Hongarije

XXIII       Rusland 1:10 miljoen

XXIV       Scandinavië 1:5 miljoen

              - Denemarken 1:3 miljoen

XXV       Groot-Brittannië en Ierland 1:3,1 miljoen

XXVI       Spanje en Portugal 1:3 miljoen

XXVII      Italië 1:3 miljoen met de Vesuvius

XXVIII     Balkan Schiereiland 1:3,7 miljoen

XXIX       Balkan schiereiland staatkundig, volkenkundig Constantinopel

XXX        Azië natuurkundig 1:30 miljoen; Klein-Azië 1:12,5 miljoen, Palestina 1:2,5 miljoen

XXXI       Azië staatkundig 1:30 miljoen; Bevolkingsdichtheid

XXXII      Zuid-Azië 1:20 miljoen met bijkaart Japan 1:10 miljoen

XXXIII     Insulinde 1:12,5 miljoen; Molukken 1:5 miljoen, Kleine Soenda-eilanden 1:5 miljoen (?)

XXXIV     Java 1:2,75 miljoen geologisch, natuurkundig en staatkundig; straat Soenda

XXXV      Batavia, Weltevreden, Soerabaja, Smeroetop

XXXVI     Sumatra, Borneo, Celebes 1:6 miljoen, Padangse Beneden- en Bovenlanden 1:2,5 miljoen, Palembang

XXXVII    Afrika natuurkundig 1:25 miljoen en Nijldelta 1:2,5 miljoen

XXXVIII   Afrika staatkundig 1:25 miljoen met Algerije en Tunesië 1:10 miljoen

XXXIX     Verkeerswegen in Afrika, Nijldal beneden Sioet, Zuid-Afrika 1:10 miljoen

XL          Noord-Amerika natuurkundig 1:25 miljoen met Mississippidelta

XLI         Noord-Amerika staatkundig 1:25 miljoen met Noordoosten van de Verenigde Staten 1:8 miljoen

XLII        New York, verkeerswegen Noord-Amerika, groei Chicago, Kust N. van Portland, Belangrijkste landbouwproducten, Kust N. Carolina

XLIII       Verenigde Staten en Mexico 1:12 miljoen

XLIV       Zuid-Amerika 1:25 miljoen met Curaçao 1:1 miljoen en landbouwkaartje Zuid-Amerika

XLV        Suriname 1:3 miljoen, Guyana 1:12 miljoen, Midden-Amerika en West-Indië 1:12 miljoen

XLVI       Australië 1:30 miljoen met Zuidoost-Australië 1:12,5 miljoen, en 4 riffenkaarten

Totaal 43,5 spreads.

Bijlage: Zuidplaspolder

‘Bijlage 1: Verklaring Zuidplaspolder

*) De Zuidplaspolder (4355 HA.) was de eerste droogmakerij, bij welker drooglegging stoombemaling werd toegepast, hoewel nog met windbemaling vereenigd. Het gunstig resultaat, met de eerste verkregen, heeft er sterk toe meegewerkt, dat bij de droogmaking van den Haarlemmermeer de stoom, en nu uitsluitend, in gebruik werd gesteld.
De bedijking ten behoeve der uitmaling van den Zuidplas begon in 1828; van 1830 tot 1835 werden de werken gestaakt, om staatkundige redenen; in 1836 begonnen de windmolens het werk, in 1837 de stoomgemalen; in 1839 had de eerste bezaaiing plaats.
De Ringvaart werd ten Westen, Zuiden en Oosten om den ringdijk gegraven. Men was voor haar aan het peil gebonden dat de plas zelve bazat (1,53 miljoen. – AP.). omdat eenige molens van andere polders, die op den plas uitsloegen,thans op de Ringvaart moesten kunnen uitslaan.
De drooglegging en drooghouding geschiedden door 30 windmolens en 2 stoomgemalen, die op de kaart zijn voorgesteld. Het zomerpeil werd bepaald op 5,61 M. –AP. In ’t geheel moest het water 6,64 M. hoog worden opgebracht, en het was dus noodig de opvoering te splitsen, voor de windmolens in vieren, voor de stoomgemalen in tweeën.
Vier molens te Waddingsveen en vier aan den Kortenoord brachten het water ter hoogte van 1,94 M. op in twee afzonderlijke benedenboezems, dis van 5,61 tot 3,67 M. –AP.
Vijf molens te Waddingsveen en vijf aan den Kortenoord brachten het water uit de benedcnboezems in den gemeenschappelijken boezem, gevormd door de Ringvaart, welker peil is 1,53 M. AP. (in 1859 is een dezer vijf molens te Waddingsveen verplaatst als benedenmolen onder Nieuwerkerk a/d IJsel).
Zeven molens brachten het water uit de Ringvaart op een lagen bovenboezein, l,28 boven 't peil der Ringvaart, dus van l,53 op 0,25 M. -AP.
Vijf molens brachten het water van 0,25 – AP. Tot 1,03 M. + AP. in den hoogen boezem, van waar het door eene uitwateringsluis op den IJsel kwam. Deze hooge bovenboezem was noodig om onafhankelijk te blijven van de zeer afwisselende waterstanden in den IJsel.
Al deze 12 molens stonden nabij Kortenoord.
De beide stoomgemalen werkten geheel afgescheiden van de molenboezems en brachten tezamen het water uit den polder in den hoogen bovenboezem. Helt benedenstoomgemaal brengt het (nog) van 5,81 tot 2,61 M. -AP. in een kleine tusschenboezem, waaruit het door het bovenstoomgemaal wordt opgemalen tot in den hoogen bovenboezem. Deze tusschenboezem heeft door een duiker onder de Ringvaarlt door gemeenschap met het bovenstoomgemaal. De reden, dat deze stoomgemalen van de Ringvaart afgescheiden zijn gehouden, is, dat ze moeten kunnen werken, wanneer de Ringvaart reeds door de windmolens was volgemalen.
De stoomgemalen waren vijzelmolens van 30 PK. In 1871 werden ze omgebouwd tot scheprad molens van 90 PK. Deze sloegen zooveel meer water uit, dat tien windmolens konden worden afgebroken. In 1876 ondergingen de overige hetzelfde lot. Toen werd nl. te Waddingsveen gebouwd een stoomgemaal met centrifugaalmachine van l28 PK., voor de loozing van het polderwater in den Ringvaart en een daaraan gelijk gemaal te Kortenoord voor de opbrenging uit den Ringvaart in den IJsel. De molenboezems konden nu worden drooggelegd, de tusschenboezems vervielen vanzelve, maar ook de hooge boezem kon men missen, daar zulk een waterberging bij stoombemaling overbodig is, alleen een klein gedeelte daarvan bleef bestaan als molenkolk der stoomgemalen.
De kaartjes geven den toestand dadelijk na de drooglegging aan, met bijvoeging van de spoorlijn en de nieuwe werken; de plassen bij Nieuwerkerk zijn drooggelegd (ze behooren tot den Prins Alexanderpolder) en evenzoo de Voorofsche plas bij Waddingsveen.
De landen in den Zuidplaspolder liggen niet alle even hoog; in 't algemeen liggen de Noordelijke hooger (gem. 4,80 -AP.) dan de Zuidelijke (gem. 5 M.- -AP). Vandaar dat aanvankelijk het plan bestond een scheiding in den polder te maken en twee zomerpeilen te gebruiken, 5,61 en 5,81 – AP.). Dit plan is opgegeven, omdat de hoogere en lagere gronden ten deele dooreen liggen. Thans helpt men zich door water in te laten voor de hoogere gronden, die meest voor bouwland in gebruik zijn, en door kleine windmolens voor de laagst gelegene.’

Sort order: 
17