Uit de schatkamer
Wereldsteden van de 16de eeuw: Braun & Hogenbergs Civitates orbis terrarum

In de 16de eeuw werd veel gereisd. Met uitzondering van de hoeveelheid pelgrims was het aantal reizigers groter dan ooit. Handelaren, studenten, ‘toeristen’ en andere avonturiers begaven zich in steeds grotere getale van de ene naar de andere plaats. Het meest aangedaan werden de steden, destijds de centra van de handel en het maatschappelijk leven. De interesse in steden was minstens zo groot als de interesse in landen en regio's. Het is dan ook geen verrassing dat er – twee jaar na het verschijnen van de eerste moderne wereldatlas in 1570, het Theatrum orbis terrarum van Abraham Ortelius – een boekwerk op de markt kwam dat alle steden in de wereld poogde te beschrijven en af te beelden: de Civitates orbis terarrum.

Nieuw gedigitaliseerd
Een renaissancistisch kruidenboek in handen van een edele dame

Den nieuwen herbarius is de Nederlandse versie van een kruidenboek uit de Renaissance dat een belangrijke stap in de geschiedenis van de botanie markeert: De historia stirpium commentarii insignes (Opmerkelijke commentaren op de geschiedenis van planten), samengesteld door de Duitse medicus en botanicus Leonhart Fuchs (1501-1566). De Universiteitsbibliotheek Utrecht bezit twee exemplaren van Den nieuwen herbarius, met signaturen Rariora qu 236 en ALV 162-459. Het exemplaar dat hier centraal staat, Rariora qu 236, had in de zestiende of vroege zeventiende eeuw een vooraanstaande vrouwelijke eigenaar. Dat blijkt uit de handgeschreven notitie op het schutblad aan het begin van het boek: “Herbarius toebehoorende vrouwe Henrica van Egmondt vrouwe tot Warmont”.