400 Jaar sterrenkijker

De collectie 400 Jaar sterrenkijker is een digitale representatie van bijna 100 astronomische kaarten en prenten uit de 17de tot en met de 20ste eeuw. De geannoteerde afbeeldingen bieden een gevarieerd overzicht van de ontwikkeling en hoogtepunten van de hemelcartografie in de afgelopen 400 jaar. De collectie haakt daarmee in op twee belangrijke astronomische mijlpalen. Zo werd in 2008 herdacht dat vier eeuwen terug in Nederland de sterrenkijker werd uitgevonden. Voorts was 2009 het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde.

Meer over deze digitale tentoonstelling

Items voor deze tentoonstelling

Deze plaat toont de Kentaur en de Wolf, twee zuidelijke sterrenbeelden die beschreven werden in de 'Phainomena' van Aratus van Soloi (ca. 315-ca. 240 v.Chr.). In dit gedicht, dat omstreeks 275 voor Christus werd geschreven, beschreef Aratus de klassieke Griekse sterrenbeelden (45 in totaal volgens zijn telling), hun ligging op de hemelsfeer en de weertekens. Tegenoverliggend is de Latijnse vertaling van Germanicus Caesar (verzen 414-425). Het gedicht van Aratus over de weer- en hemelverschijnselen was zeer populair in de late Oudheid en het werd door diverse schrijvers becommentarieerd, vertaald en bewerkt. Volgens de schrijver van de 'Handelingen der Apostelen' was ...
Lees verder
Sterrenkaart uit de 'Uranometria' van de Duitse advocaat en sterrenkundige Johann Bayer (1572-1625). Deze invloedrijke sterrenatlas werd in 1603 in Augsburg uitgegeven en was de eerste die ook de nieuwe zuidelijke sterrenbeelden van Petrus Plancius (zie elders in de collectie gedigitaliseerde astronomische kaarten) opnam. Hiermee was het de eerste sterrenatlas, die een volledig overzicht van zowel de noordelijke als de zuidelijke sterrenhemel gaf. De koperplaten in deze sterrenatlas werden gegraveerd door Alexander Mair (ca. 1559-1617). De Ptolemaïsche sterrenbeelden zijn op de eerste 48 platen beschreven met de zuidelijke sterrenbeelden van Petrus Plancius op plaat 49. De laatste twee platen (nrs. ...
Lees verder
Sterrenkaart uit de 'Uranometria' van de Duitse advocaat en sterrenkundige Johann Bayer (1572-1625). Deze invloedrijke sterrenatlas werd in 1603 in Augsburg uitgegeven en was de eerste die ook de nieuwe zuidelijke sterrenbeelden van Petrus Plancius (zie elders in de collectie gedigitaliseerde astronomische kaarten) opnam. Hiermee was het de eerste sterrenatlas, die een volledig overzicht van zowel de noordelijke als de zuidelijke sterrenhemel gaf. De koperplaten in deze sterrenatlas werden gegraveerd door Alexander Mair (ca. 1559-1617). De Ptolemaïsche sterrenbeelden zijn op de eerste 48 platen beschreven met de zuidelijke sterrenbeelden van Petrus Plancius op plaat 49. De laatste twee platen (nrs. ...
Lees verder
Van de diverse zonsverduisteringen die in de 17de eeuw in Europa zichtbaar waren heeft de verduistering van 12 augustus 1654 het meest de gemoederen beroerd. Vooral het gegeven dat de verduisterde zon in het vurige teken van de Leeuw (Leo) zou staan met de malefieke planeten Mars en Saturnus in zijn nabijheid leidde tot het verschijnen van diverse onheilspellende astrologische geschriften. De tekst aan de linkerzijde van het hier afgebeelde pamflet legt uit dat een zonsverduistering alleen kan optreden als de maan, tijdens haar samenstand (conjunctie) met de zon, in de buurt van haar knopenlijn staat. Deze lijn, vroeger aangeduid ...
Lees verder
In dit pamflet over de totale zonsverduistering van 12 augustus 1654 wordt een voorstelling gegeven van een groep omstanders die naar een zonsverduistering kijken. De bijna totaal verduisterde zon is linksboven te zien. De meeste toeschouwers kijken met een stuk beroet glas naar de zon maar op de voorgrond links laat een oude man de verduistering aan een vrouw met kinderen zien door middel van spiegeling in een ondiepe kom met olie of water. De vier kinderen op de voorgrond rechts proberen hetzelfde te doen met water in een houten emmer. Deze methode om een zonsverduistering waar te nemen was ...
Lees verder
Deze wereldkaart in twee halfronden is afgeleid (met een paar wijzigingen) van de grote wandkaart in meerdere bladen die de Amsterdamse cartograaf en uitgever Joan Blaeu (1596-1673) in 1648 uitgaf. Zoals op vele 17de-eeuwse wereldkaarten werden de lege ruimten rondom de aardhalfronden opgevuld met allerlei allegorische voorstellingen (hier die van de vier elementen 'vuur', 'lucht', 'water' en 'aarde'), kleine hemelhalfronden en kosmografische schema’s.
Lees verder
De 'Harmonia Macrocosmica' van Andreas Cellarius (ca. 1596-1665) is één van de meest spectaculaire hemelatlassen van de 17de eeuw. Van het oorspronkelijk in twee delen geplande werk verscheen alleen het eerste deel (in 1660/61) met 29 koperplaatgravures, waarop onder meer de wereldstelsels van Claudius Ptolemaeus, Nicolaus Copernicus, Tycho Brahe in groot detail werden uitgebeeld. De laatste acht koperplaten in dit werk waren gewijd aan de sterrenbeelden, zowel in de traditionele weergave als in de 'christelijke' weergave. Op deze spectaculaire sterrenkaart geeft Andreas Cellarius een weergave van de christelijke sterrenbeelden zoals deze in 1627 waren voorgesteld door de Augsburgse advocaat en ...
Lees verder
Op deze spectaculaire sterrenkaart geeft Andreas Cellarius een weergave van de christelijke sterrenbeelden zoals deze in 1627 waren voorgesteld door de Augsburgse advocaat en sterrenkundige Julius Schiller (ca. 1580-1627). Naar Schillers indeling werden de sterrenbeelden ten zuiden van de dierenriem vernoemd naar personen en zaken uit het Oude Testament. Evenzo werden de sterrenbeelden ten noorden van de dierenriem vernoemd naar personen en zaken uit het Nieuwe Testament. De twaalf dierenriem-sterrenbeelden werden naar de twaalf volgelingen van Christus vernoemd. De Duits-Nederlandse kosmograaf Andreas Cellarius (ca. 1596-1665), die vanaf 1637 rector was van de Latijnse School in Hoorn, publiceerde ook boeken over ...
Lees verder
In dit pamflet worden aan de hand van twee brieven (gedateerd op 1 januari en 13 april 1665) door een anonieme Rotterdams waarnemer de heldere kometen beschreven, die zichtbaar waren in de winter van 1664/65 en in het voorjaar van 1665. De eerste komeet, ook wel bekend als de 'Grote Komeet van 1664' (officiële aanduiding: C/1664 W1), werd op 17 november 1664 door onbekende waarnemers in Spanje ontdekt. De komeet werd in de daaropvolgende maanden wereldwijd gezien en waarnemingen zijn bekend uit Europa, Amerika, Azië (China, Korea en Japan) en zelfs uit Oost-Indië (Batavia). In Nederland werd de komeet voor ...
Lees verder
Deze maankaart is gebaseerd op de telescopische waarnemingen van de Jezuïet-sterrenkundige Christoph Scheiner (1573-1650) en andere sterrenkundigen van de Collegio Romano in Rome. In tegenstelling tot de meeste maankaarten vóór het ruimtevaarttijdperk, waarbij zuid boven is en noord onder (het beeld dat een omkerende sterrenkundige geeft), is deze kaart georiënteerd met noord boven en zuid onder. De verschillende donkere en lichte plekken op het maanoppervlak die met behoorlijk detail zijn weergegeven zijn niet benoemd of gelabeld. De in de titel aangegeven datering (1635) van de waarnemingen van Scheiner (zie ook Scheiners kaart van het zonneoppervlak, elders in de collectie gedigitaliseerde ...
Lees verder
Het vurige oppervlak van de zon zoals deze door de Jezuïet-sterrenkundigen Christoph Scheiner (1573-1650) en Athanasius Kircher (1598-1680) en hun tijdgenoten op basis van telescopische waarnemingen werd voorgesteld. In deze voorstelling staan noord (Polus Borealis) boven en zuid (Polus Australis) onder. Een lijn tussen F en G (Axis Globi Solaris) geeft de rotatie-as van de zon aan terwijl een lijn tussen D en E (Æquator Solaris) de zonne-evenaar aangeeft. Evenzo geven BFC (Spatium Solis Boreale) en HGI (Spatium Solis Australe) de noordelijke en zuidelijke regionen van de zon aan. In het equatoriale deel, aangeduid door BCHI (Spatium Solis torridum), bevinden ...
Lees verder

Deze gedetailleerde maankaart is gebaseerd op de waarnemingen van de Frans-Italiaanse sterrenkundige Jean-Dominique Cassini (1625-1712), die sinds 1669 werkzaam was in Parijs. Hij was aangesteld als de eerste directeur van de nieuwe sterrenwacht van Parijs, die op bevel van de Franse koning Lodewijk XIV in 1667 was opgericht. Cassini werd bij het samenstellen van de maankaart geassisteerd door de tekenaars Jean Patigny (vóór 1632-ná 1679) en Sébastien LeClerc (1637-1714), die tussen 1672 en 1679 een zestigtal gedetailleerde tekeningen van de maan vervaardigden. Deze tekeningen worden nu nog in bibliotheek van de sterrenwacht van Parijs bewaard. De koperplaat werd gegraveerd door ...
Lees verder

Sterrenkaart met twee hemelhalfronden en diagrammen ter verklaring van de wereldbeelden van Claudios Ptolemaeus, Nicolaus Copernicus en Tycho Brahe, de seizoenen, de schijngestalten van de maan en de getijden. Deze sterrenkaart werd omstreeks 1690 gekopieerd door de Neurenbergse sterrenkundige en kaartgraveur Georg Christoph Eimmart (1638-1705) en uitgegeven door zijn aangetrouwde neef David Funck (1642-1709). De sterrenkaart werd geactualiseerd met de nieuwe sterrenbeelden die Edmond Halley en Johannes Hevelius in 1679 en in 1690 hadden ingevoerd. Ook de kosmografische diagrammen werden door Eimmart gekopieerd, waarbij de figuren linksboven en rechtsboven van plaats wisselden. In het diagram voor het Copernicaanse wereldbeeld werden ...
Lees verder
Met behulp van een nu ontbrekende draaibare papieren horizonring kan met deze sterrenkaart te allen tijde bepaald worden welke sterrenbeelden opkomen en ondergaan. Het is dus een voorloper van de moderne (veelal in kunststof uitgevoerde) draaibare sterrenkaart. Het geboortejaar van Claes Jansz. Voogt is onbekend, hij stierf in 1696. Zijn draaibare sterrenkaart werd vele malen herdrukt waarbij de verklarende tekst steeds werd aangepast. Een Russische vertaling werd in 1698 door Jan Thesingh in Amsterdam uitgegeven.
Lees verder
De centrale figuur in deze prent is de muze Urania, die omringd wordt door jongelingen die de planeten voorstellen. Links zijn dit Mercurius en Venus, rechts zijn dit Mars, Jupiter en Saturnus. De rechterhand van Urania wijst naar de zon terwijl de maan in haar linkerhand ligt. Aan weerszijden wordt Urania vergezeld door beroemde sterrenkundigen uit de oudheid en de meer recente periode. Van links naar rechts zijn dit Bernard Walther (1430-1504), Tycho Brahe (1546-1601), Ulugh Beg (1394-1449), Timochares (4/3de eeuw voor Christus), Hipparchus van Nicaea (2de eeuw voor Christus), Claudius Ptolemaeus (2de eeuw na Christus), al-Battani (9de eeuw na ...
Lees verder
Deze sterrenkaart toont de sterrenbeelden ten noorden van de dierenriem. Johannes Hevelius overleed, nog voordat zijn sterrencatalogus en -atlas drukklaar was, in 1687 en zijn laatste grote werk in 1690 werd door zijn vrouw uitgegeven. Het oorspronkelijk handschrift van de sterrencatalogus van Johannes Hevelius was tot de Tweede Wereldoorlog nog aanwezig in Gdansk. Daarna werd het enige tijd als verloren beschouwd. In 1971 wist de Brigham Young University Library (Provo, Utah) het echter op een veiling te verwerven. Zie ook een andere gedigitaliseerde sterrenkaart en titelplaat van Hevelius, elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker. Zie ook de twee ...
Lees verder
Deze sterrenkaart toont de sterrenbeelden ten zuiden van de dierenriem. Johannes Hevelius overleed, nog voordat zijn sterrencatalogus en -atlas drukklaar was, in 1687 en zijn laatste grote werk in 1690 werd door zijn vrouw uitgegeven. Het oorspronkelijk handschrift van de sterrencatalogus van Johannes Hevelius was tot de Tweede Wereldoorlog nog aanwezig in Gdansk. Daarna werd het enige tijd als verloren beschouwd. In 1971 wist de Brigham Young University Library (Provo, Utah) het echter op een veiling te verwerven. Zie ook een andere gedigitaliseerde sterrenkaart en titelplaat van Hevelius, elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker.
Lees verder
Deze maankaart is gekopieerd naar die van de Franse sterrenkundige Jean-Dominique Cassini, doch met een kleine aanpassing: Nicolaas Hartsoeker heeft de namen van de donkere zeëen vervangen door (niet nader benoemde) bossen!
Lees verder
Beschrijving van het astronomisch uurwerk in de kathedraal van Straatsburg. Het betreft een koperplaatgravure uit de reizen van Jean Dumont (1666-1727), een Fransman die zich na een mislukte militaire loopbaan in Nederland had gevestigd en pamfletten schreef tegen de Franse koning Lodewijk XIV. Hij werd uiteindelijk in Wenen benoemd tot de keizerlijke historieschrijver van Karel VI en verkreeg daarbij de titel Baron de Carelskroon.
Lees verder
Deze plaat toont het astronomisch uurwerk in de kathedraal van St. Jean in Lyon. Het betreft een koperplaatgravure uit de reizen van Jean Dumont (1666-1727), een Fransman die zich na een mislukte militaire loopbaan in Nederland had gevestigd en pamfletten schreef tegen de Franse koning Lodewijk XIV. Hij werd uiteindelijk in Wenen benoemd tot de keizerlijke historieschrijver van Karel VI en verkreeg daarbij de titel Baron de Carelskroon.
Lees verder
Beschrijving van het uurwerk van Zacharias Landteck (1670-1740), die sinds 1701 was benoemd als meester uurwerkmaker in Neurenberg. Met dit uurwerk kon ook afgelezen worden waar op de wereld de zon op dat tijdstip opkwam of onderging. In het hier gegeven voorbeeld wordt de ligging van de dag/nacht-grens getoond op het moment dat de zon op de zomerzonnewende (op 21 juni als de zon het teken Kreeft binnentreedt) te Neurenberg opkomt. Voor lange tijd werd verondersteld, dat er geen exemplaren meer waren van de wereldtijdklok van Zacharias Landteck. In 2005 lukte het de Musée International d’Horlogerie in La Chaux-de-Fonds (Zwitserland) ...
Lees verder
Dit pamflet beschrijft de beroemde 'Leidse Sphaera', een mechanisch model van het zonnestelsel dat vanaf het begin van de 18de eeuw opgesteld was in de bibliotheek van de Universiteit van Leiden. Het raderwerk van het geheel werd aangedreven door een slingeruurwerk in het voetstuk. Het planetarium werd in de 19de eeuw overgedragen aan de collectie van de Leidse Sterrenwacht en wordt sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw tentoongesteld in het Leidse Museum voor de Geschiedenis van de Geneeskunde en de Natuurwetenschappen 'Museum Boerhaave'. Van dit pamflet zijn ook exemplaren bekend met een Frans-Nederlandse tekst en met een Latijns-Franse ...
Lees verder
Paar van maankaarten met links de naamgeving van de Poolse sterrenkundige Johannes Hevelius (1611-1687) en rechts de naamgeving van de in Bologna werkzame jezuïet Giovanni Battista Riccioli (1598-1671). Hevelius had voor zijn naamgeving gebruikgemaakt van geografische namen, terwijl Riccioli de kraters vernoemde naar beroemde sterrenkundigen, wiskundigen en filosofen.
Lees verder
Deze wereldkaart, die voor het eerst tussen 1720 en 1722 verscheen, toont alleen die plaatsen waarvan de nauwkeurige lengte- en breedtegraden bekend waren. De betrouwbaarheid van elke kaart hangt ten nauwste samen met de precisie, waarmee de geografische locaties worden aangegeven. Hiervoor zijn dus voor zo veel mogelijk plaatsen nauwkeurige waarden voor hun geografische lengte en breedte vereist. Hoewel het bepalen van de geografische breedte van een plaats tot op een kleine fractie van een graad geen probleem opleverde, was de bepaling van het lengteverschil met een aangenomen nulmeridiaan veel lastiger. Aan het begin van de 18de eeuw waren slechts ...
Lees verder
Deze sterrenkaart toont de sterrenbeelden ten noorden van de hemelevenaar, ingetekend voor de epoche 1731 volgens de sterrencatalogus van Johannes Hevelius. In de hoekpunten zijn diverse sterrenkundige hoekmeetinstrumenten afgebeeld, zoals de kwadrant, de sextant en de octant.
Lees verder
Deze sterrenkaart toont de sterrenbeelden ten zuiden van de hemelevenaar, ingetekend voor de epoche 1731 volgens de sterrencatalogi van Edmond Halley en Johannes Hevelius. In de hoekpunten zijn diverse sterrenkundige instrumenten afgebeeld, zoals de telescoop, de octant en het slingeruurwerk.
Lees verder
Deze sterrenkaart toont de sterrenbeelden ten noorden van de dierenriem, ingetekend voor de epoche 1731 volgens de sterrencatalogus van Johannes Hevelius. In de vier hoekpunten worden de sterrenwachten uitgebeeld van Tycho Brahe op Hven (opgericht in 1576), Parijs (1667), Johannes Hevelius in Danzig of Gdansk (ca. 1650) en Georg Christoph Einmart in Neurenberg (1678).
Lees verder
Deze sterrenkaart toont de sterrenbeelden ten zuiden van de dierenriem, ingetekend voor de epoche 1731 volgens de sterrencatalogi van Edmond Halley en Johannes Hevelius. In de vier hoekpunten worden de sterrenwachten uitgebeeld van Greenwich (opgericht in 1666), Kopenhagen (1642), Kassel (1714) en Berlijn (1711).
Lees verder
Eerste blad van een reeks van zes sterrenbeeldkaarten in de hemelatlas van Johann Gabriel Doppelmayr met de sterrenbeelden ten noorden van de declinatiecirkel +45°, berekend voor de epoche 1731. Ook zijn de schijnbare banen van de volgende kometen ingetekend: C/1590 E1 (waargenomen door Tycho Brahe), C/1618 W1 (Johannes Kepler), C/1652 Y1 (Johannes Hevelius), 1P/1682 Q1 (Komeet van Halley waargenomen door Johannes Hevelius), C/1683 O1 (Johannes Hevelius) en C/1699 D1 (Jean-Dominique Cassini). De komeet van 1692 (waargenomen door Philippe de la Hire) heeft geen moderne aanduiding.
Lees verder
Tweede blad van een reeks van zes sterrenbeeldkaarten in de hemelatlas van Johann Gabriel Doppelmayr met de sterrenbeelden tussen de declinatiecirkels van +45° en –45°, berekend voor de epoche 1731. Ook zijn de schijnbare banen van de volgende kometen ingetekend: C/1577 V1 (waargenomen door Tycho Brahe), C/1585 T1 (Tycho Brahe), C/1590 E1 (Tycho Brahe), C/1664 W1 (Jean-Dominique Cassini), C/1665 F1 (Johannes Hevelius), C/1672 E1 (Jean-Dominique Cassini), C/1677 H1 (Johannes Hevelius), C/1680 V1 (John Flamsteed) en C/1683 O1 (Johannes Hevelius).
Lees verder
Derde blad van een reeks van zes sterrenbeeldkaarten in de hemelatlas van Johann Gabriel Doppelmayr met de sterrenbeelden tussen de declinatiecirkels van +45° en –45°, berekend voor de epoche 1731. Ook zijn de schijnbare banen van de volgende kometen ingetekend: C/1652 Y1 (waargenomen door Johannes Hevelius), C/1664 W1 (Johannes Hevelius), C/1672 E1 (Jean- Dominique Cassini), C/1683 O1 (Johannes Hevelius) en C/1699 D1 (Jean-Dominique Cassini).
Lees verder
Vierde blad van een reeks van zes sterrenbeeldkaarten in de hemelatlas van Johann Gabriel Doppelmayr met de sterrenbeelden tussen de declinatiecirkels van +45° en –45°, berekend voor de epoche 1731. Ook zijn de schijnbare banen van de volgende kometen ingetekend: C/1618 W1 (waargenomen door Johannes Kepler), C/1664 W1 (Johannes Hevelius), 1P/1682 Q1 (Komeet van Halley waargenomen door Johannes Hevelius), C/1684 N1 (Francesco Bianchini) en C/1706 F1 (Jean- Dominique Cassini).
Lees verder
Vijfde blad van een reeks van zes sterrenbeeldkaarten in de hemelatlas van Johann Gabriel Doppelmayr met de sterrenbeelden tussen de declinatiecirkels van +45° en –45°, berekend voor de epoche 1731. Ook zijn de schijnbare banen van de volgende kometen ingetekend: C/1577 V1 (waargenomen door Tycho Brahe), 1P/1607 S1 (Komeet van Halley volgens de waarnemingen van Johannes Kepler), C/1661 C1 (Johannes Hevelius), C/1680 V1 (John Flamsteed), C/1702 H1 (Philippe de la Hire) en C/1707 W1 (Jean-Dominique Cassini). De komeet van 1692 (waargenomen door Philippe de la Hire) heeft geen moderne aanduiding.
Lees verder
Laatste blad van een reeks van zes sterrenbeeldkaarten in de hemelatlas van Johann Gabriel Doppelmayr met de sterrenbeelden ten zuiden van de declinatiecirkel –45°, berekend voor de epoche 1731. Bijgevoegd is een correctietabel voor de precessie van 1701 tot 1761.
Lees verder
Pamflet met wereldkaartje voor de totale zonsverduistering van 22 mei 1724, berekend door de wis- en sterrenkundige Gerrit Spinder. Het wereldkaartje geeft het gebied aan vanwaaruit de zonsverduistering totaal of gedeeltelijk gezien kan worden. De eronder gegeven diagrammen geven aan hoe de verduistering vanuit Amsterdam te zien zal zijn. De uit Krommenie afkomstige Gerrit Spinder verkreeg in 1733 zijn admissie als landmeter.
Lees verder
Plaat uit de sterrenatlas van de Engelse sterrenkundige John Flamsteed (1646-1719), gebaseerd op zijn sterrencatalogus. Hoewel deze invloedrijke sterrenatlas formeel de naam van John Flamsteed draagt, is het feitelijk het resultaat van vele jaren werk van Flamsteeds assistenten Joseph Crosthwait (1674-na 1730) en Abraham Sharp (1653-1742). Zij waren het die na Flamsteeds dood in 1719 op verzoek van zijn weduwe zijn waarnemingen en zijn sterrencatalogus publiceerden in de 'Historia Coelestis Brittanica' (Londen, 1725) en nadien ook zijn sterrenatlas in 1729 uitgaven. De eerste versie van zijn sterrencatalogus, die zonder zijn toestemming in een bewerking van Edmond Halley in 1712 verscheen, ...
Lees verder
Deze fraaie en populaire wereldkaart in twee halfronden, ontworpen door de Duitse cartograaf Adam Friedrich Zürner (1679-1742) uit Dresden, werd in Amsterdam uitgegeven door Petrus Schenk Jr. Naast de twee aardhalfronden zijn vele kleinere kaarten en figuren gegeven met allerhande informatie over de aarde, het zonnestelsel en de sterrenhemel. De uitvoerige Latijnse tekst onder geeft een verklaring van diverse geofysische en meteorologische verschijnselen zoals vulkanisme, aardbevingen, draaikolken, eb en vloed, de wind, regen en de regenboog.
Lees verder
In dit diagram wordt de schijnbare loop van de zon en de destijds bekende planeten voor het jaar 1729 grafisch voorgesteld. Hierbij wordt de aarde denkbeeldig in het centrum van het planetenstelsel geplaatst zoals dat in het geocentrisch wereldstelsel gebruikelijk was. Hoewel bijna niemand in de 18de eeuw meer aan de juistheid van het heliocentrisch wereldbeeld twijfelde, was het voor het uitleggen van hemelverschijnselen zoals de wisseling van de seizoenen en de loop van de planeten vaak gemakkelijker als men even deed alsof de aarde in het centrum stond. In het linkerdiagram zijn de schijnbare banen van de zon ('zons-weg'), ...
Lees verder
Dit jaaroverzicht voor 1731 is vergelijkbaar met het jaaroverzicht, dat Nicolaas Samuelsz. Cruquius voor 1729 publiceerde. Het geeft echter aanzienlijk meer informatie. De voorstelling van de planeetbanen is vrijwel gelijk (zie Cruquius' kaart van 1729, elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker, voor nader uitleg hierover), maar in de figuur onder is ook het verloop van de eclipticale breedte van de maan en de zonsafstand tot de aarde aangegeven. Boven is een figuur toegevoegd waarin het verloop van de maansafstand (in aarddiameters) wordt gegeven. Door middel van hun traditionele astrologische symbolen is ook aangegeven in welk teken van de dierenriem ...
Lees verder
Dit jaaroverzicht voor 1732 is vergelijkbaar met de jaaroverzichten, die Nicolaas Samuelsz. Cruquius voor 1729 en 1731 publiceerde (zie elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker). Net als in het jaaroverzicht voor 1731 geeft de bovenste figuur de positie van de maan in de dierenriem, de schijngestalten van de maan en haar afstand tot de aarde (in aarddiameters). Ook aangegeven is positie van de zon in de dierenriem en de afstand tot de aarde. Drie figuren geven het verloop weer van de eclipsen van dat jaar: de totale maansverduistering van 1 december en de gedeeltelijke zonsverduistering van 17 december. Van ...
Lees verder
Op deze Turkse sterrenkaart, die deel uitmaakt van de geografische atlas die Ibrãhîm Müteferrika (ca. 1672-1745) in 1732 uitgaf, staan de klassieke sterrenbeelden afgebeeld zoals beschreven in de 'Almagest' van Claudius Ptolemaeus (ca. 150 na Christus) met enkele van de nieuwere sterrenbeelden die Petrus Plancius aan het einde van de 16de eeuw introduceerde. Links is het noordelijk halfrond afgebeeld en rechts het zuidelijk halfrond, beide kaarten zijn gecentreerd op de polen van de ecliptica. De afgebeelde sterrenbeelden zijn gespiegeld ten opzichte van hun stand aan de sterrenhemel, ze zijn dus afgebeeld zoals zij op een hemelglobe staan. Bij zo'n voorstelling ...
Lees verder
Pamflet van Hermannus Schaink waarop de bijzonderheden worden gegeven voor de totale maansverduistering van 1 december 1732, berekend voor de meridiaan van Amsterdam. In de fraaie omringende cartouche zijn diverse wiskundige, sterrenkundige en zeevaartkundige instrumenten zichtbaar zoals een zeeastrolabium, een kwadrant, een graadstok en verschillende tekeninstrumenten. Over Hermannus Schaink is zo goed als niets bekend, misschien is hij dezelfde als de Amsterdamse 'wiskonstenaar' Henry Schaink van wie een beschrijving is overgeleverd van het noorderlicht dat op 30 maart 1719 zichtbaar was geweest.
Lees verder
Op deze wereldkaart geeft Simon Jansz. Panser uit Emden het gebied aan waarop de totale zonsverduistering van 13 mei 1733 zichtbaar zal zijn. De hiervoor benodigde berekeningen waren gebaseerd op de astronomische tabellen van de Franse sterrenkundige Philippe de la Hire (1640-1718). De diagrammen onder de wereldkaart tonen verschillende fasen van de verduistering zoals deze voor Amsterdam waren berekend. Voor de wereldkaart, die (voor de 18de eeuw) nogal verouderd aandoet, gebruikte de uitgevers Reinier en Josua Ottens een oude koperplaat in hun bezit. Oorspronkelijk was deze koperplaat omstreeks 1655 gegraveerd door Arnold Colom (1623/24-1668), een zoon van de Amsterdamse kaarten- ...
Lees verder
Pamflet van Simon Jansz. Panser uit Emden, waarin de omstandigheden van verschillende hemelverschijnselen in het jaar 1736 worden vermeld. De bovenste diagram geeft de schijnbare loop van de planeet Mercurius aan ten opzichte van de zon, met daaronder een voorstelling van diens loop over de zonneschijf op 11 november 1736. Daaronder twee diagrammen met de verschillende fasen van de totale maansverduisteringen, die zichtbaar zouden zijn op 26 maart en 19/20 september van dat jaar. Het onderste diagram geeft aan hoe de zon, gezien vanuit Amsterdam, vlak voor zonsondergang op 4 oktober 1736 gedeeltelijk verduisterd zal worden. In de toelichtende tekst ...
Lees verder
Pamflet van Gerbrand Nicolaas Back voor de gedeeltelijke maansverduistering van 9 september 1737, met de voorspelde tijden voor de meridianen van Amsterdam, Utrecht, Leiden en Parijs. Back vergeleek zijn berekeningen met die van de Hoornse wiskundige Jan Albertsz. van Dam in de 'Hollandsche Almanach' en constateerde een verschil van ruim een kwartier in het voorspelde tijdstip voor het einde. Een moderne berekening laat zien dat Backs voorspelling juister was. Gerbrand Nicolaas Back was een Utrechtse leermeester in de wiskundige en werd in 1739 ingezworen als landmeter. In 1744 schreef hij zich in Utrecht als student in de rechten. Hij was ...
Lees verder
Op deze wereldkaart geeft Simon Jansz. Panser uit Emden de gebieden aan waarop de ringvormige zonsverduisteringen van 15 augustus 1738 en 4 augustus 1739 zichtbaar zullen zijn. Net zoals bij zijn eerdere wereldkaart van 1733 (zie elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker) waren de hiervoor benodigde berekeningen gebaseerd op de astronomische tabellen van de Franse sterrenkundige Philippe de la Hire (1640-1718). De diagrammen onder de wereldkaart vertonen onder meer de zonsverduisteringen van 15 augustus 1738, 4 augustus 1739, 30 december 1739 en 13 juli 1748, zoals deze vanuit Amsterdam zichtbaar zullen zijn. Andere diagrammen tonen de maansverduisteringen van 24 ...
Lees verder
Pamflet van de Utrechtse wiskundige en landmeter Gerbrand Nicolaas Back voor de ringvormige zonsverduistering van 4 augustus 1739, opgesteld in het Latijn en berekend voor de meridiaan van Utrecht. Gerbrand Nicolaas Back was een Utrechtse leermeester in de wiskundige en werd in 1739 ingezworen als landmeter. In 1744 schreef hij zich in Utrecht als student in de rechten. Hij was een actieve waarnemer van sterrenkunde verschijnselen (zie ook elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker). Het geboortejaar van Back is niet bekend, hij stierf ten gevolge van een ongeval in 1781. Zie ook de kaarten met betrekking tot de zonsverduistering ...
Lees verder
Dit pamflet is het vroegst bekende wetenschappelijk werk van Cornelis Douwes (1712-1773), een Amsterdamse wiskundige die in 1749 benoemd werd als examinator voor de Admiraliteit van Amsterdam. De met een koordje bevestigde maanschijf kan over de zonneschijf geschoven worden om zo voor verschillende plaatsen te demonstreren hoe de zonsverduistering lokaal zichtbaar zal zijn. Hiertoe zijn twaalf gekromde lijnen ingetekend die (van rechtsboven naar linksonder) gelden voor Parijs, Amsterdam, Kopenhagen, Hamburg, Stockholm, Rome, Moskou, Wenen, Berlijn, Madrid, Londen en Lissabon. Langs iedere lijn is ook een uurschaal aangebracht.
Lees verder
Pamflet van Simon Jansz. Panser met de schijnbare loop van de planeet Mercurius ten opzichte van de zon gedurende het jaar 1743. Hieronder een diagram met de voorspelde loop van Mercurius over de zonneschijf op 5 november 1743. In de verklarende tekst noemt Panser verder nog de volgende eerder waargenomen Mercuriusovergangen met hun meest bekende waarnemers: 7 november 1631 door Petrus Gassendi (1592-1655) in Parijs, 3 november 1651 door Jeremy Shakerley (1626-ca. 1655) in Surat (India), 3 mei 1661 door Johannes Hevelius (1611-1687) in Danzig, 7 november 1677 door Edmond Halley (1656-1742) op St. Helena, 10 november 1690 door Johann ...
Lees verder
Pamflet van de Middelburgse stadsbouwmeester en sterrenkundige Jan de Munck (1687-1768) voor de Mercuriusovergang van 5 november 1743, met de tijden berekend voor de meridianen van Middelburg, Utrecht, Amsterdam, Haarlem, Leiden, Parijs en Londen. De lijn RCT stelt de ecliptica (de schijnbare zonsbaan) voor en de lijn BE geeft de loop van Mercurius over de zonneschijf aan, waarbij B het begin en E het einde aangeeft. Het punt S geeft de richting naar het zenit aan. De schijnbare draaiing van de zon is het gevolg van de dagelijkse beweging van de zon ten opzichte van de horizon. Zie ook de pamfletten ...
Lees verder
Pamflet van de Utrechtse wiskundige en landmeter Gerbrand Nicolaas Back voor de Mercuriusovergang van 5 november 1743, opgesteld in het Latijn met de tijden berekend voor de meridianen van Leiden, Utrecht, Harderwijk, Groningen, Franeker, Cambridge, Amsterdam, Londen, Berlijn, Parijs, Wenen en Rotterdam. In de titel en verder in het pamflet wordt de datum steeds als 4 november in plaats van 5 november opgegeven. Dit is geen vergissing maar het gevolg van het feit dat Back de astronomische dagtelling hanteert, waarbij de nieuwe dag niet om middernacht (zoals nu gebruikelijk is) maar bij het middaguur (12 uur) ingaat. Zie ook de ...
Lees verder
Zwartekunstprent van de Leidse kunstenaar Johannes de Groot van de heldere kometen van 1742 (moderne benaming C/1742 C1) en 1744 (C/1743 X1). De laatste was de helderste en meest spectaculaire komeet van de 18de eeuw. De gedetailleerde tekening van de kop van de komeet van 1744 werd volgens het opschrift gemaakt op de Leidse Sterrenwacht, toen nog gevestigd op het dak van het Academiegebouw aan het Rapenburg. De hierbij gebruikte 8-voets spiegelkijker was van de gerenomeerde Londense instrumentmaker George Hearne die in 1736 door de Leidse hoogleraar Willem Jacob 's Gravesande (1688-1742) voor de sterrenwacht werd aangekocht en die nu ...
Lees verder
Pamflet van Simon Jansz. Panser voor de zichtbaarheid van de ringvormige zonsverduistering van 25 juli 1748. Al eerder had Panser aan deze zonsverduistering gerekend (zie elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker), maar in dit pamflet gaf hij een meer gedetailleerde voorspelling van hoe het natuurverschijnsel vanuit Amsterdam zichtbaar zou zijn.
Lees verder
Pamflet van de Utrechtse wiskundige, landmeter en advocaat Gerbrand Nicolaas Back voor de ringvormige zonsverduistering van 25 juli 1748, berekend voor de meridiaan en breedtegraad van paleis Ten Bosch in Den Haag, één van de toenmalige residenties van stadhouder Willem IV (1711-1751). In het onderste deel van dit pamflet geeft Back tenslotte nog een gedetailleerd verslag van zijn eigen waarnemingen van de gedeeltelijke maansverduistering van 30 augustus 1746.
Lees verder
Dit schema, van de hand van de Franse sterrenkundige Joseph-Nicolas Delisle (1688-1768), verscheen in het voorjaar van 1750 ten behoeve van sterrenkundigen, geografen en cartografen die de totale maansverduistering van 19 juni in dat jaar wilden waarnemen. De tijdstippen worden, naar traditioneel sterrenkundig gebruik, gerekend vanaf het middaguur (hier gedefinieerd als het moment dat het middelpunt van de zon door de meridiaan van de koninklijke sterrenwacht van Parijs gaat). De maankaart is gebaseerd op een kleinere uitgave van de grote maankaart van Jean-Dominique Cassini (zie elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker). Delisle publiceerde een half later een soortgelijk schema ...
Lees verder
In dit diagram, vergelijkbaar met een schema dat de Franse sterrenkundige Joseph-Nicolas Delisle een half jaar eerder uitgaf (zie elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker), wordt het verloop van de aardschaduw over de maanschijf aangegeven tijdens de totale maansverduistering van 13 december 1750. In dit diagram zijn de tijdstippen, naar burgerlijk gebruik, gerekend vanaf middernacht uitgaande van de meridiaan van de koninklijke sterrenwacht van Parijs. In de tabel linksonder vergelijkt Delisle de omstandigheden van deze verduistering volgens de sterrenkundige tabellen van de Franse sterrenkundige Nicolas-Louis de Lacaille (1713-1762), de Italiaanse sterrenkundige Eustachio Manfredi (1674-1739), de Zwitserse wiskundige Leonhard Paul ...
Lees verder
Pamflet van de Engelse instrumentenmaker Benjamin Martin waarin een overzicht gegeven wordt van alle Venusovergangen voor de zonneschijf tussen 918 en 2117. Martin baseerde zijn gravure op berekeningen, die de Engelse sterrenkundige Edmond Halley (1656-1742) ruim een halve eeuw eerder had gepubliceerd. De hierin vermelde data, opgegeven in de toen nog in Engeland gangbare Juliaanse kalender, werden allen door Martin (ook de data vóór 1583) omgezet naar de Gregoriaanse kalender. De gravure laat goed zien dat Venusovergangen vaak paarsgewijs optreden met een interval van acht jaar (zie bijvoorbeeld 1518/1526, 1631/1639, 1761/1769), die ruim een eeuw uit elkaar liggen. Toen Halley ...
Lees verder
In de 18de eeuw mag de strijd om het juiste wereldbeeld - geocentrisch of heliocentrisch - als beslecht worden beschouwd in het voordeel van de laatste. Serieuze verdedigers van het geocentrisch wereldbeeld waren er nauwelijks meer maar soms werden ze op het toneel opgevoerd (in dit geval zelfs letterlijk) als een toonbeeld van onkunde en dwaasheid. Deze voorstelling is ontleend uit het negentiende bedrijf in het kluchtspel 'De Wiskonstenaars of ’t Gevluchte Juffertje' van de Haarlemse toneelschrijver Pieter Langendijk (1683-1756), die het verhaal in grote lijnen ontleende uit een Frans blijspel uit 1680, 'Les Carrosses d’Orléans' van Jean de ...
Lees verder
Wereldkaart van de Franse sterrenkundige Joseph-Nicolas Delisle (1688-1768) met hierop aangegeven de gebieden van waaruit de Venusovergang van 6 juni 1761 geheel of gedeeltelijk zichtbaar zal zijn.
Lees verder
Pamflet van de hoogleraar Nicolaas Ypey (1714-1785) uit Franeker voor de Venusovergang van 6 juni 1761 met de tijdstippen opgegeven voor Franeker, berekend volgens de sterrenkundige tafels van de Engelse sterrenkundige Edmond Halley. Ook in Nederland (vanwaar het begin van de overgang niet zichtbaar zou zijn) werd veel belang gehecht aan de waarneming van dit hemelverschijnsel en diverse sterrenkundigen publiceerden pamfletten met hun berekeningen. Vanuit Franeker zou bij zonsopkomst Venus zich al op de zonneschijf bevinden (bij punt B) en dan vervolgens in de loop van de ochtend langs de lijn BCEF bewegen. De Romeinse cijfers langs deze lijn geven het ...
Lees verder
Deze decorative sterrenkaart is een van de vele soortgelijke populaire sterrenkaarten, die vanaf het einde van de 17de eeuw in Duitsland werden uitgegeven. De bijgevoegde diagrammen tonen het geocentrisch wereldbeeld van Claudius Ptolemaeus, het heliocentrisch wereldbeeld van Nicolaus Copernicus, het geo-heliocentrisch wereldbeeld van Tycho Brahe, de schijngestalten van de maan en schema’s ter verklaring van de getijden en de astronomische seizoenen. Lotter was een schoonzoon van de Augburgse kaartenmaker Matthäus Seutter (1678-1757). Na diens dood werd Seutters bedrijf enige jaren voortgezet door zijn zoon Albrecht Karl Seutter (1722-1762), maar na diens overlijden werd de helft van het bedrijf overgenomen door ...
Lees verder
Sterrenkaart van de zuidelijke hemel van de Franse sterrenkundige Nicolas-Louis de Lacaille (1713-1762). De Lacaille's sterrenkaart is gebaseerd op een nieuwe opmeting van de zuidelijke sterrenhemel, die hij in 1751 en 1752 vanuit Kaap de Goede Hoop ondernam. Uit zijn waarnemingen van bijna 10.000 sterren stelde hij zelf een catalogus van 1.942 sterren samen die in 1762 verscheen. Om de lege plekken tussen de eerder door Petrus Plancius benoemde sterrenbeelden op te vullen voerde De Lacaille de volgende nieuwe sterrenbeelden in (de moderne benaming en de Nederlandse vertaling zijn tussen haakjes gegeven): 1. l'Atelier du Sculpteur (Sculptor = Beeldhouwerswerkplaats), 2. ...
Lees verder
De centrale kaart in dit Engelse pamflet toont de voorspelde zichtbaarheid van de ringvormige zonsverduistering van 1 april 1764. De diagrammen links en rechts tonen het verschil bij een totale zonsverduistering en een ringvormige zonsverduistering. In het eerste geval, als de maan relatief dicht bij de aarde staat, reikt de schaduwkegel van de maan tot aan het aardoppervlak en wordt de zon compleet verduisterd. In het tweede geval, als de maan relatief ver van de aarde is verwijderd, bereikt de schaduwkegel het aardoppervlak niet en blijft er een ringvormige deel van de zon onbedekt. De strook onder de kaart laat ...
Lees verder
Pamflet van de hoogleraar Nicolaas Ypey (1714-1785) uit Franeker voor de Venusovergang van 3 juni 1769, met de tijdstippen opgegeven voor Franeker. Zoals aangegeven op het pamflet was slechts het begin van de overgang, vlak voor zonsondergang, vanuit Franeker zichtbaar. Hiervoor werd dezelfde koperplaat gebruikt die acht jaar eerder door Pieter Idserts Portier was ontworpen voor het pamflet voor de Venusovergang van 6 juni 1761 (zie elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker). De lijn, die de schijnbare loop van Venus over de zonneschijf weergaf, werd opnieuw getrokken en het linkerdeel van de koperplaat met de gegraveerde tekst werd weggesneden ...
Lees verder
Op dit pamflet gaf de Duitse sterrenkundige rekenaar Christoph Siegmund Schumacher (1704-1768) de voorspelde loop aan van de planeet Venus tijdens haar passage over de zonneschijf op 3 juni 1769. Schumacher vergeleek in zijn berekeningen de sterrenkundige tabellen van Johannes Kepler, Philippe de la Hire, Thomas Street, Jean-Dominique Cassini en Edmond Halley. Volgens de toen al sterk verouderde 'Tabulae Rudolphinae' van Kepler uit 1627 zou Venus de zonneschijf niet eens beroeren maar ook de recentere tabellen gaven nog behoorlijke verschillen. Omdat de tabellen van Cassini en Halley de Venusovergang van 1761 het nauwkeurigst hadden voorspeld, baseerde Schumacher zijn berekeningen op ...
Lees verder
Deze opvallende komeet (officiële benaming C/1769 P1) werd op 8 augustus 1769 in Parijs ontdekt door de Franse sterrenkundige Charles Messier (1730-1817). De komeet werd door veel sterrenkundigen waargenomen en kon tot 3 december met een sterrenkijker gevolgd worden. Met het blote oog was de komeet van half augustus tot eind september goed te zien. Na de spectaculaire bevestiging in 1759 van Edmond Halleys hypothese dat kometen naast parabolische banen ook elliptische banen kunnen doorlopen (en dus na vele jaren weer terugkeren) probeerden verschillende sterrenkundigen om ook een elliptische baan (en een omloopsperiode) voor deze komeet te vinden. De waargenomen ...
Lees verder
Verkleinde uitgave van de 'Atlas coelestis' (1729) van John Flamsteed (zie elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker), bewerkt door de Franse sterrenkundige Pierre Charles Lemonnier (1715-1799) en in 1776 uitgebracht door Jean Fortin (1719-1796) in Parijs. Deze handzame editie van Flamsteeds sterrenatlas bevat dertig opnieuw gegraveerde sterrenkaarten (op ongeveer een derde van de oorspronkelijke grootte) met de nieuwe zuidelijke sterrenbeelden van Nicolas-Louis de Lacaille (zie elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker). Samengesteld uit twee overzichtskaarten, 27 gedetailleerde kaarten en een kaart hoe men met behulp van verbindingslijnen de belangrijkste sterren aan de hemel kan herkennen. Een herdruk, bijgewerkt ...
Lees verder
Sterrenkaart uit de Nederlandse vertaling van Bode's populaire 'Anleitung zur Kenntniss des gestirnten Himmels', waarvan de eerste editie in 1768 verscheen. Samen met een horizonschijf getekend voor de breedtegraad van Amsterdam kon hiermee een draaibare sterrenkaart samengesteld worden, waarmee voor elk uur van de nacht gedemonsteerd kan worden welke sterrenbeelden dan zichtbaar zullen zijn.
Lees verder
Plaat uit de Nederlandse vertaling van Bode’s populaire 'Anleitung zur Kenntniss des gestirnten Himmels', waarvan de eerste editie in 1768 verscheen.
Lees verder
Plaat met draaibare schijven, waarmee de positie van de zon en de maan ten opzichte van de dierenriem bepaald kan worden. Tevens kunnen hiermee de schijngestalten van de maan en de tijdstippen van hoog en laag water te Vlissingen bepaald worden.
Lees verder
Verkleinde versie van de grote maankaart uit 1679 van Jean-Dominique Cassini, in 1788 uitgebracht door Jacques Dominique Comte de Cassini (1748-1845), vaak aangeduid als Cassini IV. Gegraveerd door Jean-François Janinet (1752-1814) en gedrukt in een oplage van 364 exemplaren. Een jaar eerder had Cassini IV een herdruk van de grote maankaart van Jean-Dominique Cassini op originele grootte verzorgd (zie elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker). In deze herdruk waren (evenals op de oorspronkelijke kaart) de kraters en de heldere en donkere plekken echter onbenoemd gelaten. Deze kleinere kaart diende om dit gebrek recht te zetten. De gegraveerde tekst rechts ...
Lees verder
Kaart met verklarende tekst door Lambertus Nieuwenhuis (1741-1810) uit Enschede voor de ringvormige zonsverduistering van 5 september 1793, berekend voor de meridiaan van Amsterdam. De kaart is gegraveerd door Hendrik Klockhoff (17??-18??).
Lees verder
Deze kaart van de noordelijke sterrenhemel (en de bijbehorende kaart van de zuidelijke sterrenhemel) was oorspronkelijk ontworpen door Pieter Nieuwland (1764-1794), hoogleraar sterrenkunde in Leiden, maar moest door diens vroegtijdig overlijden door Van Beeck Calkoen voltooid worden.
Lees verder
Deze kaart van de zuidelijke sterrenhemel (en de bijbehorende kaart van de noordelijke sterrenhemel) was oorspronkelijk ontworpen door Pieter Nieuwland (1764-1794), hoogleraar sterrenkunde in Leiden, maar moest door diens vroegtijdig overlijden door Van Beeck Calkoen voltooid worden.
Lees verder
Deze monumentale sterrenatlas, de laatste professionele sterrenatlas waarin de tradionele figuren van de sterrenbeelden nog werden ingetekend, telt twintig sterrenkaarten op groot formaat. Samengesteld uit twee overzichtskaarten (hier is de eerste afgebeeld) en achttien detailkaarten, die de hele hemel beslaan. De atlas verscheen oorspronkelijk in vijf afleveringen van vier opeenvolgende bladen elk: de eerste aflevering verscheen in 1797 en de laatste in 1801. Bode was al in 1794 begonnen met de voorbereiding van zijn sterrenatlas. De atlas is opgedragen aan Graf Friedrich von Hahn (1742-1805), die zich garant stelde voor de financiering van het graveren van de koperplaten door Daniel ...
Lees verder
Tweede overzichtskaart van de sterrenhemel in de grote sterrenatlas van Johann Elert Bode. Deze monumentale sterrenatlas, de laatste professionele sterrenatlas waarin de tradionele figuren van de sterrenbeelden nog werden ingetekend, telt twintig sterrenkaarten op groot formaat. Samengesteld uit twee overzichtskaarten (hier is de eerste afgebeeld) en achttien detailkaarten, die de hele hemel beslaan. De atlas verscheen oorspronkelijk in vijf afleveringen van vier opeenvolgende bladen elk: de eerste aflevering verscheen in 1797 en de laatste in 1801. Bode was al in 1794 begonnen met de voorbereiding van zijn sterrenatlas. De atlas is opgedragen aan Graf Friedrich von Hahn (1742-1805), die zich ...
Lees verder
Anoniem pamflet voor de ringvormige zonsverduistering van 11 februari 1804, berekend voor de meridiaan van Den Haag.
Lees verder
Wereldkaartje voor de zichtbaarheid van de totale maansverduistering van 11 juli 1805, ontworpen door Johan Pieter Bourjé (1774-1834) uit Middelburg. Hiervoor gebruikte Bourjé ondermeer de maan- en zonstabellen, die zijn stadsgenoot Johan de Kanter (1762-1841) in 1803 had uitgegeven.
Lees verder
Schema gebaseerd op de berekeningen van Lambertus Nieuwenhuis (1741-1810) uit Enschede voor de zichtbaarheid van de ringvormige zonsverduistering van 7 september 1820. De voorspelde tijdstippen zijn behoorlijk nauwkeurig opgegeven: zo geeft een moderne berekening voor Amsterdam: begin 12:24 UTC, maximum 13:54 UTC, einde 15:17 UTC. De koperplaat werd gegraveerd door de Amsterdame graveur Daniel Veelwaard (1766-1851). Zie ook andere kaarten met betrekking tot de zonsverduistering van 1820, elders in de collectie gedigitaliseerde astronomische kaarten.
Lees verder
Pamflet waarop de ringvormige zonsverduistering van 7 september1820 wordt aangekondigd met de zichtbaarheid berekend voor Amsterdam. Het centrale diagram toont de zonneschijf bij het begin van de verduistering; het maximum en het einde van de verduistering worden aangegeven. De voorspelde tijdstippen zijn niet altijd even nauwkeurig opgegeven: een vergelijking met door Lambertus Nieuwenhuis opgegeven tijdstippen (zie elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker) laat zien dat het einde van de verduistering een kwartier te laat wordt opgegeven. Op de laatse regel van het pamflet wordt belangstellenden aangeraden om speciale 'kunstglazen' te gebruiken, zodat zij het komende natuurverschijnsel veilig kunnen waarnemen. ...
Lees verder
Deze manuscriptkaart van Europa, Afrika en de omringende continenten geeft aan in welk gebied de ringvormige zonsverduistering van 7 september 1820 zichtbaar zal zijn. De geografische lengten op deze kaart zijn geteld vanaf een nulmeridiaan, die (naar tradioneel gebruik bij Nederlandse cartografen) door Ferro, de meest westelijke van de Canarische Eilanden, liep. Over Albert Fischer, de maker van deze manuscriptkaart, is helaas niets bekend. Wel is in de Sonnenborgh-collectie van sterrenkaarten en prenten een andere manuscriptkaart van zijn hand bekend, waarop de voorspelde loop van de komeet van Halley in 1835 is aangegeven (zie elders in de collectie 400 Jaar ...
Lees verder
Op deze sterrenkaart gaf de nog jonge Leidse sterrenkundige Frederik Kaiser (1808-1872) de hemelstrook aan, waarbinnen de komeet van Halley (officiële benaming 1P/Halley) bij zijn voorspelde terugkeer in 1835 te zien zou zijn. Alhoewel de vorm en de oriëntatie van de baan van deze beroemde komeet - dankzij waarnemingen van eerdere verschijningen - met grote zekerheid vaststonden, was niet goed bekend wanneer deze zijn dichtste punt bij de zon (perihelium) zouden bereiken. Kaiser berekende daarom drie mogelijke banen, uitgaande van een periheliumdoorgang op 7, 15 of 23 november 1835. De meest waarschijnlijke baan (periheliumdoorgang op 15 november) tekende Kaiser met ...
Lees verder
Op deze manuscriptkaart gaf Albert Fischer de voorspelde loop weer van de komeet van Halley bij haar terugkeer in 1835. Net zoals Frederik Kaiser (zie elders in de collectie 400 Jaar sterrenkijker) veronderstelde Fischer, dat de perihelium doorgang op 15 november zou plaatsvinden. Naast de traditionele sterrenbeelden en de sterrenbeelden die in de 17de en 18de eeuw werden toegevoegd door Petrus Plancius, Johannes Hevelius en Louis-Nicolas de Lacaille staan hier nog enkelen op, die nu niet meer worden gebruikt: de Teleskoop van Herschel (tussen de Lynx en de Tweelingen), het Muurkwadrant (tussen de Noorderkroon en de Draak) en de Solitairvogel ...
Lees verder
Hoewel deze manuscriptkaart geen enkele aanduiding geeft over maker of doel, kan uit de ingetekende geheel of gedeeltelijk bedekte zonneschijven afgeleid worden dat het iets met zonsverduisteringen te maken heeft. Als we aannemen dat het gearceerde gebied, dat Europa, Noord-Amerika en de noordelijke delen van Zuid-Amerika en Afrika beslaat, de zone van zichtbaarheid aangeeft, dan blijkt deze vrij nauwkeurig overeen te komen met die voor de ringvormige zonsverduistering van 15 mei 1836. Deze manuscriptkaart is waarschijnlijk een voorstudie voor een vergelijkbare kaart, die de Utrechtse ‘observator’ Gerhard Reinier Fockens in 1836 publiceerde in een verhandeling over de zonsverduistering van 15 ...
Lees verder
Hoewel Wilhelm Beer (1797-1850), een Berlijnse bankier en amateursterrenkundige, als eerste auteur op deze maankaart wordt genoemd, werd het meeste werk verricht door de sterrenkundig geïnteresseerde privé-leraar Johann Heinrich von Mädler (1794-1874). Hij gebruikte hiervoor vanaf 1830 een Fraunhofer-kijker, die was opgesteld in de privé-sterrenwacht van Wilhelm Beer en maakte een honderdtal gedetailleerde tekeningen van het maanoppervlak. Het resultaat van zijn waarnemingen verscheen in de grote maankaart getiteld 'Mappa Selenographica', die tussen 1834 en 1836 in vier bladen verscheen (de maandiameter op deze kaart bedroeg 97,5 centimeter). De hier afgebeelde kaart verscheen in 1837 en diende als overzichtskaart voor de ...
Lees verder
Voornamelijk gebaseerd op de Tiâyuánlì lí quánshû uit 1682 van de Chinese historicus Xú Fâ. Gustaaf Schlegel (1840-1903) bezocht tussen 1857 en 1875 achtereenvolgens Macao, Amoy, Canton en Batavia waar hij voor zijn vader Hermann Schlegel (1804-1884), sinds 185? directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden, biologisch materiaal verzamelde. Schlegel verkreeg in 1875 een aanstelling voor de leerstoel Chinese taal en letterkunde in Leiden. Hij was ervan overtuigd, dat de oorsprong van de westerse sterrenkunde niet in het Tweestromenland maar in China gezocht moest worden. Deze theorie verwierf maar weinig aanhangers.
Lees verder
Op deze isofotenkaarten gaf de Amsterdamse sterrenkundige Antonie Pannekoek (1873-1960) de helderheidsverdeling van de noordelijke Melkweg weer, gebaseerd op zijn eigen waarnemingen en die van de Duits-Griekse sterrenkundige Johann Friedrich Julius Schmidt (1825-1884). Ook voor het zuidelijk deel van de Melkweg publiceerde Pannekoek in de jaren dertig van de vorige eeuw een isofotenatlas, gebaseerd op waarnemingen die hij in Lembang op Java vergaarde toen hij deelnam aan een sterrenkundige expeditie om de totale zonsverduistering van 14 januari 1926 waar te nemen. Meer gedetailleerde isofotenatlasen van het noordelijk en het zuidelijk deel van de Melkweg verschenen in 1933 en in 1949, ...
Lees verder
Deze bladzijde uit de ‘Utrechtse Zonneatlas’ toont een heel klein deel van het zonnespectrum, een belangrijk astrofysisch hulpmiddel waarmee de atomaire samenstelling en de temperatuuropbouw van de zonneatmosfeer bestudeerd kan worden. Het hier afgebeelde deel van het zonnespectrum omvat het golflengtegebied tussen 568.9 tot 590.1 nanometer (5689 tot 5901 Ångstrom), waarin onder meer de dubbele absorptielijn van het element natrium goed zichtbaar is. Het zonnespectrum werd tussen september 1936 en april 1937 fotografisch opgenomen door Gerard Francis Willem Mulders (1908-19??) met behulp van de 150-voets zonnetelescoop op Mt. Wilson Observatory (Californië). De glasplaatnegatieven werden vervolgens op het Physisch Laboratorium in ...
Lees verder