De dodo’s van Clusius en Van de Venne: natuurgetrouw of niet?

In het Utrechtse bibliotheekexemplaar van het werk Atrebatis Exoticorum libri decem uit 1605 staan ze gebroederlijk naast elkaar: twee afbeeldingen van een dodo, het beroemde vogeldier dat in de 17de eeuw uitstierf. De linker afbeelding is gedrukt en behoort tot het boek, een verzamelwerk van de kruidkundige en bioloog Carolus Clusius (1526-1609). De rechter afbeelding, in handschrift, is getekend door Adriaen van de Venne (1589-1662). De dodo’s op beide illustraties verschillen nogal van elkaar. Welke afbeelding is nu het meest natuurgetrouw: die van Clusius of die van Van de Venne? Of geen van beide?

Verbeelding

De in de 17de eeuw uitgestorven dodo, een dier dat alleen op Mauritius voorkwam, heeft altijd enorm tot de verbeelding gesproken. Zo verwijst de Engelse uitdrukking ‘as dead as the dodo’ naar het onherroepelijke van zijn uitsterven. Daarnaast tekende John Tenniel de dodo als pedant pratende organisator van de Caucus-race in het in 1865 verschenen en onsterfelijk geworden kinderboek Alice's adventures in Wonderland van Lewis Carroll. Recentelijk nog figureerde het dier in de films van bijvoorbeeld Ice age en Harry Potter (als ‘Diricawls’).

Onhandig waggelende vogel

Oorspronkelijk werd de dodo ten onrechte tot de loopvogels gerekend. Zijn in dit opzicht misleidende uiterlijk – het verlies van vliegvermogen en het uitgroeien tot een groot formaat – is echter ontstaan door het ontbreken van natuurlijke vijanden op het eiland. Inmiddels is op grond van DNA-onderzoek vast komen te staan, dat hij tot de familie van de duiven behoorde. Deze zich onhandig waggelend voortbewegende vogel is voor het eerst in Europa bekend geworden na de reis van Jacob van Neck en Wijbrant van Warwijck in september 1598. Al in 1505 was Mauritius echter aangedaan door de Portugezen en zij hebben als eerste Europeanen de dodo aanschouwd. Helaas werd de dodo nog in de 17de eeuw uitgeroeid; hij toonde zich een te gemakkelijke prooi voor de Europese zeelieden, die er tijdens hun oponthoud op het eiland jacht op maakten vanwege zijn vlees. In 1681 is voor het laatst een levend exemplaar waargenomen.

Onderwerp van discussie

Buiten die voortdurende belangstelling van het grote publiek, is de één meter hoge en vijftien tot twintig kilo zware Raphus cucullatus bij wetenschappers nog steeds object van onderzoek, expedities en discussies. Maar dat was het ook al in de tijd dat Clusius zijn botanische werken publiceerde. De uit het Noord-Franse Arras (Atrecht) afkomstige plantkundige, ook bekend onder zijn niet-verlatiniseerde naam Charles de l'E(s)cluse, dankt zijn vooraanstaande plaats tussen de 16de-eeuwse biologen vooral aan de Spaanse en Oostenrijkse flora die hij op grond van zijn eigen waarnemingen samenstelde. Tevens werd hij bekend vanwege zijn Latijnse vertalingen van een aantal belangrijke Spaanse, Portugese en Franse botanische werken.

Invoer van uitheemse planten

Clusius had medicijnen gestudeerd in Montpellier en Parijs en was van 1573 tot 1576 verbonden aan het hof van de Oostenrijkse keizer Maximiliaan II, op wiens verzoek hij de keizerlijke Weense kruidentuin inrichtte. In 1593 werd hij benoemd tot honorair hoogleraar botanie in Leiden. Ook daar zette hij zich in voor de herinrichting van de Hortus Botanicus. Hij voerde een groot aantal uitheemse planten in Nederland in. De bekendste daarvan zijn wel de paardenkastanje, de jasmijn en de tulp, die hij als eerste beschreef.

Beschrijvingen van exotische flora en fauna

In 1601 verscheen het eerste deel van zijn verzamelde werken, dat voornamelijk beschrijvingen en platen van allerlei Europese gewassen bevat. In 1605 publiceerde Frans van Ravelingen, de in Leiden gevestigde schoonzoon van de beroemde Antwerpse drukker Christoffel Plantijn het onderhavige tweede deel. Het bestaat uit tien boeken, waarvan de laatste vier de al eerder gepubliceerde Latijnse vertalingen van werken van Garcia da Orta, José de Acosta, Nicolás Monardes en Pierre Bellon bevatten. In de eerste zes boeken beschrijft Clusius allerlei exotische dieren, planten en vruchten die van overzee naar de Lage Landen werden aangevoerd.

‘Walch-vogel’

In het vijfde boek, waarin de vogels worden behandeld, is ook een beschrijving opgenomen van de ‘walch-vogel’, ook wel dodaers of dodo genoemd, die dus alleen op het ten oosten van Madagaskar gelegen eiland Mauritius voorkwam. De auteur noemt hem Gallinaceus Gallus peregrinus. De Zweedse bioloog Carolus Linnaeus (1707-1778), die een alles omvattende indeling van het planten- en dierenrijk ontwierp, noemde hem Didus ineptus. Tegenwoordig heet hij officieel Raphus cucullatus.

Unieke pentekening

Naast een korte beschrijving van de dodo bevat het bovengenoemde boek een houtsnede van een tamelijk tengere loopvogel: volgens Clusius een kopie van een afbeelding die hij had gezien in het in 1601 bij Cornelis Claesz. in Amsterdam verschenen Journael [...] vande [...] reyse [...] in [...] 1598 [...] onder [...] Admirael Jacob Cornelisz. van Neck. In het Utrechtse exemplaar is tegenover deze pagina een unieke pentekening van de dodo van de hand van de schilder, illustrator en dichter Adriaan Pietersz. van de Venne ingeplakt. Deze kan er, gezien de datering, op zijn vroegst een twintigtal jaren na de verschijning van het boek aan zijn toegevoegd. Door wie en wanneer is niet bekend. De tekening is pas rond 1860 ontdekt door de Utrechtse hoogleraar Oosterse talen H.C. Millies. Hij veronderstelt dat het boek waarin de tekening zich bevindt, is aangekocht uit de nagelaten bibliotheek van de Utrechtse hoogleraar in de genees-, kruid-, en scheikunde E.J. van Wachendorff, die in 1758 overleed.

Zelf gezien en getekend?

Het in het Latijn gestelde opschrift boven de tekening leert ons dat het hier gaat om een natuurgetrouwe afbeelding van een 'Walch-vogel', die door de zeelieden vanwege zijn lelijke, dikke achterlijf dodaers wordt genoemd, en dat een levend exemplaar, afkomstig van het eiland Mauritius, in Amsterdam in 1626 te zien was. Heeft Van de Venne dit exemplaar toen zelf gezien en getekend, om ter correctie van de oorspronkelijke, weinig gelijkende houtsnede van Clusius, te komen tot deze afbeelding?

Twijfel over Van de Venne’s dodo

Sinds de ontdekking van de pentekening van Van de Venne is enige tijd aangenomen dat hij de dodo realistisch had weergegeven. Al vroeg in de 20ste eeuw werd dit echter betwijfeld. Men ging er toen vanuit dat de dodo zo dik en ineengezakt was vanwege de lange reis en het vreemde eten aan boord van het Hollandse schip. Tegenwoordig neemt men aan dat Van de Venne de dodo helemaal niet in levende lijve heeft gezien. Mogelijk heeft hij dit er bij geschreven om zijn tekening meer gezag te geven. De tekening lijkt namelijk sterk gebaseerd te zijn op de contemporain geschilderde dodo's van de kunstenaars Roelant Savery en Gilles Claesz. de Hondecoeter. Met zekerheid gaat slechts een tiental afbeeldingen van dodo's terug op directe schetsen naar levende of dode voorbeelden; de resterende illustraties steunen op deze originele bronnen of zijn soms fantasierijk doorontwikkeld.

Slanke dodo?

Moderne reconstructies gaan vandaag de dag uit van een slanke dodo, die bovendien hard kon lopen. Zo is het skelet van de dodo in het natuurhistorisch museum in Port Louis, de hoofdstad van Mauritius, met een nieuwe techniek in 3D gescand. Uit dit onderzoek bleek dat dit skelet van één en dezelfde dodo afkomstig moet zijn geweest. Ook werd aangetoond dat het skelet geheel compleet is, tot aan de vingerbotjes van de vleugel toe. Met behulp van het digitale driedimensionale beeld wordt de biologie en fysiologie van de dodo duidelijk. De geheimen van de dodo worden dus steeds meer ontrafeld. En het lijkt er steeds meer op dat de weergave van de dodo door zowel Clusius als Van de Venne berust op een combinatie van feit en fictie…

Verder lezen

Internet:

1605
Boek
LKB (red. MvE), 2012
Afbeelding dodo, p. 100 Caroli Clusii Atrebatis Exoticorum libri decem, 1605
Toegevoegde afbeelding dodo, Caroli Clusii Atrebatis Exoticorum libri decem
Beschrijving 'walch-vogel' Van de Venne, in: Caroli Clusii Atrebatis Exoticorum
Titelpagina Caroli Clusii Atrebatis Exoticorum libri decem, 1605
Pagina 7, Caroli Clusii Atrebatis Exoticorum libri decem, 1605

Adriaan Pietersz. van de Venne, Dodo. 1626. In: Charles de l'Ecluse, Caroli Clusii Atrebatis Exoticorum libri decem quibus animalium, plantarum, aromatum aliorumque peregrinorum fructuum historiae describantur. Item Petri Bellonii observationes, eodem Carolo Clusio interprete. (MAG: R fol 41 (Rariora)) [Leiden]: Plantiniana, Franciscus Raphelengius, 1605.

  • Oorspronkelijke band van perkament over kartonnen platten, met blindstempeling.
  • Herkomst: In de tweede helft van de 18de eeuw voor stadsrekening aangekocht door de Universiteitsbibliotheek Utrecht (uit de nalatenschap van E.J. van Wachendorff?).