Fort Europa: belegeringen en vestingen in kaart gebracht

In 2014 was het precies drie eeuwen geleden dat de Spaanse Successieoorlog (1701-1713/14) ten einde liep. Tijdens die oorlog had zich na de dood van de kinderloze Spaanse koning Karel II in 1700 een voornamelijk Europese strijd om zijn erfopvolging ontsponnen. De Franse zonnekoning Lodewijk XIV stond, geholpen door Beieren en Spanje, tegenover de geallieerde legers van Engeland, de Republiek der Verenigde Nederlanden, de Duitse keizer, Pruisen en de Oostenrijkse Habsburgers. Een bloedige oorlog was het gevolg, waarbij allerlei Europese plaatsen zwaar belegerd werden of het toneel waren van grote veldslagen. Na meer dan tien jaar van hevige gevechten met vele tienduizenden slachtoffers kwam met de Vrede van Utrecht in 1713 en de Vrede van Rastatt in 1714 gelukkig een einde aan de strijd.

Nieuwskaarten en fortificatieplattegronden

Tijdens de Spaanse Successieoorlog wilde het algemene publiek graag op de hoogte worden gehouden van de oorlogshandelingen, die overal in Europa plaats vonden. Boekhandelaren sprongen hierop in door het drukken en uitgeven van pamfletten of vlugschriften. Door middel van korte teksten boden deze documenten een actueel overzicht van de stand van zaken. Ook in kranten werd verslag gedaan van de oorlog, maar die hadden voornamelijk een lokale tot regionale reikwijdte. Een groter verspreidingsgebied bereikten de uitgevers met de publicatie van nieuwskaarten: gedrukte kaarten met een verhelderend beeld van de belegering of veldslag, al dan niet aangevuld met een toelichtende tekst. Daarnaast toonden gedrukte fortificatieplattegronden de sterkte van de Europese vestingen.

Manuscriptkaarten door ingenieurs

Behalve nieuwskaarten van belegeringen maakte tijdens de Spaanse Successieoorlog ook nog een ander type kaart opgang: de ingenieurskaart. Hierbij ging het hoofdzakelijk om fortificatiekaarten, die door militaire ingenieurs met de hand getekend werden. Dit soort kaarten was functioneel bedoeld voor het verbeteren van de plaatselijke versterkingen. De werkzaamheden van de militaire ingenieurs waren van groot belang in de toenmalige oorlogsvoering. Beroemde vestingbouwkundigen als Menno van Coehoorn (1641-1704) en Sébastien Le Prestre de Vauban (1633-1707) dankten destijds zelfs hun naam en faam aan het ontwerpen van onneembaar geachte fortificaties.

Kaarten in Utrechts bezit

De Universiteitsbibliotheek Utrecht bezit een flinke reeks van dit soort belegerings-, fortificatie- en ingenieurskaarten. Zij geven een prachtig visueel beeld van de gebeurtenissen tijdens de Spaanse Successieoorlog. Ook van veel andere successieoorlogen in de roerige 18de eeuw heeft de bibliotheek vaak uniek cartografisch materiaal in de kluis. Te denken valt bijvoorbeeld aan de Noordse Oorlog (1700-1721), de Turkse Oorlog (1715-1718), de Poolse Successieoorlog (1733-1738), de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) en de Beierse Successieoorlog (1778–1779). Daarnaast zijn er nog kleinere aantallen kaarten die getuigen van militaire operaties en situaties uit de 17de en 19de eeuw.

Collectie Moll

De belegerings- en fortificatiekaarten maken hoofdzakelijk onderdeel uit van de collectie van de Utrechtse hoogleraar, Gerrit Moll (1785-1838). Moll was sinds 1812 hoogleraar in de wis- en natuurkunde. Ten behoeve van zijn onderwijs en onderzoek legde hij een grote verzameling documenten aan, die na zijn overlijden aan de universiteitsbibliotheek werd gelegateerd. Binnen die collectie bevinden zich tegen de 1.500 kaarten en een tiental atlassen. Het is een heel veelzijdige collectie met, zoals gezegd, dus ook een voorname plaats voor grootschalige kaarten van hoofdzakelijk Europese vestingen en veldslagen. Het gaat dan om ruim 100 documenten, die Moll waarschijnlijk uit persoonlijke interesse heeft verzameld.

Digitalisering

De Universiteitsbibliotheek Utrecht heeft in 2014 de belegerings-, fortificatie- en ingenieurskaarten uit de collectie Moll gedigitaliseerd en op internet gepubliceerd. Hiermee heeft de bibliotheek een belangrijke bron voor historisch-landschappelijk, stedenbouwkundig en stadshistorisch onderwijs en onderzoek beschikbaar gesteld. De kaarten zijn gedetailleerd en nauwkeurig en soms rijk gedecoreerd. Daarmee zijn ze niet alleen een belangrijke bron voor onderwijs en onderzoek, maar veelal ook een lust voor het oog van het algemene publiek.

Georefereren

Het digitaliseren en op internet ter beschikking stellen van de belegerings-, fortificatie- en ingenieurskaarten is op zichzelf natuurlijk al een goede zaak. De documenten krijgen echter een extra dimensie door ze als laag te koppelen aan een geografisch medium als bijvoorbeeld Google Earth. Dit zogeheten georefereren is ook verricht bij het project Fort Europa. Ten behoeve van het georefereren van de kaarten is gebruik gemaakt van Georeferencer. Met behulp van deze applicatie kunnen gescande kaarten op vrij eenvoudige wijze voorzien worden van coördinaten. De gegeorefereerde kaarten zijn dan via een kml-koppeling te raadplegen in Google Earth of in de eigen viewer van Georeferencer. Ook is het mogelijk om de nauwkeurigheid van de gegeorefereerde kaart in Georeferencer te beoordelen.

Oude kaarten, nieuwe technieken

Per kaart geeft de universiteitsbibliotheek toegang tot de scan in zowel Google Earth als in Georeferencer. Door het aanklikken van een kaart in de digitale tentoonstelling wordt deze getoond in de viewer van de bibliotheek. In het linkermenu staan dan internetlinks naar de scan in Google Earth (‘Document in Google Earth) en naar Georeferencer (‘Georeferenties’). In beide applicaties kan men scherp inzoomen op de kaart. Ook is de kaart transparant te maken (in Google Earth: schuifje linksmidden na selecteren kaart; in Georeferencer: schuifje linksboven). Hierdoor is onder meer mogelijk om een vergelijking met de huidige situatie te maken. De oude kaarten krijgen door de nieuwe technieken ongekende analysemogelijkheden.

Voordelen van georefereren

Behalve dat gegeorefereerde kaarten worden weergegeven in moderne en geavanceerde interfaces als Google Earth zijn er ook andere voordelen. Zo is het mogelijk om – door het openzetten van meerdere kaartlagen – oude kaarten op elkaar te leggen en met elkaar te vergelijken. Voorts ontstaan nieuwe manieren om oude kaarten te analyseren of aan andere ruimtelijke informatie te koppelen. Last but not least bieden gegeorefereerde kaarten uitstekende mogelijkheden om de toegankelijkheid ervan te verbeteren.

Betere toegankelijkheid via OldMapsOnline

De website van OldMapsOnline (http://www.oldmapsonline.org) is een internetportaal, dat via een geografische interface toegang biedt tot vele duizenden scans van cartografische documenten uit het bezit van verscheidene bibliotheken en instellingen. Ook de Universiteitsbibliotheek Utrecht heeft in dit portaal verwijzingen naar haar gegeorefereerde kaarten ondergebracht. Door in te zoomen op de wereldkaart worden van het geselecteerde, omkaderde gebied de onderliggende gescande kaarten getoond. Door een kaart aan te klikken, wordt men doorgeleid naar de website van de instelling, die de desbetreffende originele kaart in het bezit heeft.

Opzet

De collectie belegerings-, fortificatie- en ingenieurskaarten is in de digitale tentoonstelling chronologisch gerangschikt. Elke afgebeelde kaart kan bij aanklikken worden bekeken in de viewer van de bibliotheek, waarin ook verwijzingen staan naar bijvoorbeeld documentgegevens (titel, auteur, schaal, uitgever, techniek, afmetingen, bibliografische gegevens en dergelijke), de PDF van het document, de bibliotheekcatalogus, georeferenties en de link naar Google Earth. Daarnaast kent elke kaart een wetenschappelijke toelichting, waarin de context van de kaart wordt geschetst. De wetenschappelijke toelichtingen zijn vervaardigd door dr. M. van Egmond, conservator van de Universiteitsbibliotheek Utrecht. De kaarten zijn in eigen huis gescand.

Realisatie en subsidie

Het georefereren van de collectie belegerings-, fortificatie- en ingenieurskaarten in Georeferencer is in mei 2014 verricht door eerstejaars studenten Geo-Informatie van de Hogeschool Utrecht, onder begeleiding van dr. E. Heere. De studenten leerden om te gaan met oude kaarten en die te interpreteren. Naast een duidelijke educatieve invalshoek, staat samenwerking met de Hogeschool Utrecht hoog in het vaandel van de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Het project kon tot stand komen dankzij een royale subsidie van het K.F. Hein Fonds en het Fentener van Vlissingen Fonds SHV.