Uit de schatkamer
Augustinus tussen hemel en aarde

Naast de bijbel zijn er verschillende werken die van grote invloed zijn geweest op de katholieke theologie. Een van die werken is De civitate Dei (‘Over de stad Gods’), in het begin van de 5de eeuw geschreven door de kerkvader Augustinus. Hij beschrijft hierin de strijd tussen twee steden: de aardse stad en de stad van God. Er zijn vele handgeschreven exemplaren van De civitate Dei uit de middeleeuwen bewaard gebleven. Een van de meest fraaie, geïllumineerde voorbeelden is Hs. 42 in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, dat heeft toebehoord aan een Hollandse edelman.

Nieuw gedigitaliseerd
De Utrechtse monumenten door de ogen van een ‘valsaard’

‘Hol en koud, en althans tot dáár studeren geheel en al ongeschikt.’ Zo omschreef Joannes Jacobus Franciscus Wap (1806-1880) in De stad Utrecht (1859/60) de stedelijke bibliotheek, die tot 1820 in het koor van de Janskerk was gevestigd. In dat jaar werd ‘het somber kerkkoor ontweken’ en de collectie verplaatst naar zalen in het voormalige paleis van koning Lodewijk Napoleon aan de Wittevrouwenstraat. Volgens Wap een grote stap voorwaarts, waar Utrecht ‘trotsch op mag wezen, zulk eene Bibliotheek te bezitten, en haar te kunnen toonen aan de geleerde wereld, die haar komt bezoeken, van heinde en ver.’