Uit de schatkamer
Sleutel tot de Oost: de 'Itinerario' van Jan Huygen van Linschoten

Gedurende het overgrote deel van de 17de eeuw bezorgde de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) de Lage Landen rijkdom en prestige. Daarmee luidde de VOC de periode die bekend staat als de Gouden Eeuw in. Het zakenleven bloeide, de winsten stegen tot ongekende hoogtes en de sterk gegroeide middenklasse pronkte met haar nieuw verworven vermogen. Het was een tijdperk van meesterwerken in de kunst en doorbraken in de wetenschap. Wat maakte het voor de VOC, opgericht in 1602, mogelijk om in razende vaart een fortuin te vergaren? Het antwoord ligt bij het boek dat ook wel ‘de sleutel tot de Oost’ wordt genoemd: de Itinerario van Jan Huygen van Linschoten.

Nieuw gedigitaliseerd
Bleuland en Lodewijk Napoleon

Het lijkt een onbeduidend stukje papier, een brief van nog geen tien regels, niet meer dan een bedankje voor een aanstelling. Afzender en ontvanger zijn echter niet de minsten: Jan Bleuland, beroemd medicus en tweemaal rector van de Universiteit Utrecht, die schrijft aan de grootmeester van het paleis van koning Lodewijk Napoleon. Het latere paleis van de koning in Utrecht behuist nu de Universiteitsbibliotheek Binnenstad aldaar. Een brief dus met enige symbolische waarde, maar ook met een aantal andere opmerkelijke aspecten – en geschreven in een periode waarin zich een tragische gebeurtenis voltrok.