Op Grand Tour met de atlas van Blaeu en Mortier

De firma Blaeu is vooral bekend om de meerdelige wereldatlas Atlas Maior. Joan Blaeu publiceerde in 1662 deze atlas uiteindelijk in de meest uitgebreide vorm van maar liefst elf delen. Tegelijkertijd vatte hij het plan op om een tweede mega-atlas uit te geven: een meerdelige atlas van de steden en monumenten van Italië, het Theatrum civitatum et admirandorum Italiæ. Daarmee speelde hij in op de trend van de Grand Tour, de destijds gebruikelijke studie- en kennisreis voor de jonge elite, die in de meeste gevallen naar Italië ging.

Drie in plaats van tien banden

Blaeu wilde oorspronkelijk twee delen van elk vijf banden op de markt brengen. Het eerste deel, Civitates Italiæ, zou de steden van Italië behandelen. Het tweede deel, Admiranda Urbis Romæ, de monumenten van de stad Rome.

In werkelijkheid lukte het hem om in 1663 slechts drie banden te publiceren: de band met de steden van de kerkelijke staat (deel 1, band 1), een incomplete band met de steden van Napels en Sicilië en een band met de circussen en theaters van Rome (deel 2, band 1).

Bronmateriaal

Joan Blaeu had in zijn jeugd veel in Italië gereisd en daar goede contacten opgedaan. Rond 1660, toen de plannen voor een Italiaanse stedenatlas vorm kregen, stuurde hij zijn zoon Pieter naar Italië om deze contacten nieuw leven in te blazen. Via zijn  Italiaanse relaties verkreeg Blaeu het bronmateriaal voor de atlas. De voornaamste leverancier voor de afbeeldingen en teksten was de Italiaanse filosoof en advocaat Carlo-Emanuele Vizzani (1617-1661). De teksten op de keerzijde van de kaarten en prenten noemen ook andere bronnen.

Daarnaast is bekend dat Blaeu, bij gebrek aan actuele informatie, terugviel op oudere werken, waaronder de stadsplattegronden uit de Civitates Orbis Terrarum van Braun & Hogenberg. De erfgenamen Blaeu voegden in 1682 nog twee banden toe aan de stedenatlas, die van Savoye en Piemonte. In 1697 en 1700 publiceerde de Haagse boekverkoper Adriaen Moetjens deze laatste twee delen opnieuw, respectievelijk met een Nederlandse en Franse tekst.

Latere uitgaven

In 1704 of 1705 kreeg de Amsterdamse uitgever Pieter Mortier de beschikking over een deel van de koperplaten van Blaeus Italiaanse stedenatlassen. Hij herdrukte de Blaeu-kaarten en stelde daarmee een atlas in vier banden samen, die in drie talen verscheen: in het Latijn, Frans en Nederlands.

De koperplaten werden in menig geval gewijzigd of verbeterd en vele kregen Mortiers impressum mee. Sommige platen werden zelfs compleet geretoucheerd. Daarnaast maakte Pieter Mortier ook gebruik van nieuwe koperplaten, die in eigen atelier waren gegraveerd. Volgens een catalogus van nieuwe titels waren de drie verschillende edities van Mortiers uitgave van de stedenatlassen nog voor het begin van 1706 gereed. De kaarten, stadsgezichten en topografische prenten noemt Mortier afzonderlijk in een fondscatalogus uit circa 1705.

De vier banden van Mortier betreffen achtereenvolgens:

  1. Lombardije (nieuwe platen);
  2. Kerkelijke staat (heruitgave 1663, enkele nieuwe platen);
  3. Napels en Sicilië (heruitgave 1663);
  4. Monumenten van Rome (heruitgave 1663, met diverse platen behorende tot de andere banden).

Slotakkoord

De in totaal meer dan 400 koperplaten van de atlassen kwamen uiteindelijk in handen van de Haagse boekverkoper Rutgert Christoffel Alberts (werkzaam 1714-1741). Hij publiceerde in 1724 en 1725 een vrijwel identieke uitgave, maar die tevens aangevuld is met de stedenatlas van Savoye en Piemonte.

De Universiteitsbibliotheek Utrecht is in het bezit van een Nederlandse editie van Mortiers uitgave van de Italiaanse stedenatlassen van Blaeu.

Verder lezen

1704/05
Atlas
MvE, 2011
Gegraveerde titelpagina eerste deel stedenatlas Blaeu/Mortier
Gegraveerde titelpagina tweede deel stedenatlas Blaeu/Mortier
Prent tweede deel stedenatlas Blaeu/Mortier

Het nieuw stedeboek van Italië (MAG: AC 73-76 (Rariora)); Amsterdam: Pieter Mortier, 1704/05