Navigeren met een 18de-eeuwse TomTom

De hier afgebeelde VOC-kaart behoort tot de categorie ‘overzeilers’. De paskaart geeft een groot gedeelte van de Atlantische Oceaan weer en was bedoeld om deze oceaan ‘over te zeilen’. Op de reis naar Oost-Indië was dit één van de eerste manuscriptkaarten op perkament, die een schipper benutte.

Voor het verlaten van Holland, via Het Kanaal of boven Engeland langs, gebruikte hij gedrukte kaarten. Vanaf Kaap Finisterre ging het schip vervolgens in zuidwestelijke richting naar Madeira en de Canarische Eilanden. Daarna deed het schip de Kaapverdische eilanden aan en zette het  in zuidoostelijke richting koers naar een zone met variabele winden. Hier moest de schipper nauwgezet instructies volgen:

‘Op dat nu met de veranderlyke winden niet te verre naar den eene of den anderen kant zoude worden gestevent, maar dat de Linie [= evenaar] op het bekwaamst zal worden gekruyst, zyn in de Paskaart getekent de Puncten A.B.C.D.E.F.G.H en I’. De paskaart van de Atlantische Oceaan toont deze punten.

Gevaarlijke stromingen

Duidelijk zichtbaar is het zogeheten ‘wagenspoor’, dat gevormd wordt door de verbinding van de letters A tot en met G.

De schipper moest zorgen dat hij niet ten oosten van de lijn ABC kwam, want daar loerden de gevaarlijke stromingen van de Golf van Guinea. Aan de andere kant diende het schip niet westelijker dan de lijn ED te varen, opdat de kust van Brazilië op voldoende afstand zou blijven.

Eenmaal door het ‘wagenspoor’ en over de evenaar ging de reis door de zuidoostelijke passaatwinden naar de zone van de westelijke winden. Uiteindelijk bereikte men met een strakke oostelijke koers de Kaap de Goede Hoop. Daar werden de VOC-schepen opnieuw bevoorraad. Uiteindelijk koerste men via de Indische Oceaan en Straat Sunda of Straat Bali naar het einddoel Java.

Navigeren met kompaslijnen

De algemene geografische namen op het vasteland van de paskaart van de Atlantische Oceaan zijn in zwarte inkt geschreven. De rode plaatsnamen duiden op de aanwezigheid van Nederlandse VOC-vestigingen.

De rechte lijnen op de kaart zijn kompaslijnen, die de schipper hielpen bij het navigeren en uitzetten van de vaarroute. In de voor zeekaarten kenmerkende centrale kompasroos komen de kompaslijnen samen. Daaromheen zitten bij complete paskaarten in de regel zestien secundaire kompasrozen, die alle door lijnen met elkaar verbonden zijn.

Op die manier ontstaat een netwerk van zogeheten loxodromen: lijnen, die met alle meridianen een gelijke hoek maken en waarbij navigatie met een vaste kompasrichting mogelijk is.

Betrouwbare zeekaarten voor de VOC

De in 1602 opgerichte VOC was een particuliere handelsonderneming, die zich in korte tijd ontwikkelde tot het grootste scheepvaartbedrijf ter wereld. De onderneming had in de hoogtijdagen een vloot van meer dan 100 schepen, tienduizenden medewerkers en vele pakhuizen in de Nederlanden en overzee. Het handelsimperium strekte zich uit van Kaap de Goede Hoop tot Japan en China.

Voor de VOC was een goede kennis van de geografische en nautische gesteldheid van de vaarwateren en handelsgebieden natuurlijk van groot belang. In cartografische werkplaatsen werden daarom betrouwbare zeekaarten vervaardigd.

De schippers gebruikten deze kaarten als een soort 17de- en 18de-eeuws navigatiesysteem bij het uitzetten van de route naar de Oost. Kleinschalige overzichtskaarten voor de navigatie over open zee – ook wel ‘overzeilers’ genoemd – leidden de schippers over de Atlantische en Indische Oceaan. Grootschalige detailkaarten moesten zorgen voor een goede navigatie bij het verlaten van Holland, door Het Kanaal en het binnenvaren van de Indische Archipel.

Perkament: stevig en goed bestand tegen weer en wind

De VOC kende een strakke en strenge organisatie bij de uitrusting van de schepen. Op lijsten werd bijgehouden wat aan navigatiemateriaal aan boord meeging. De schipper en onderofficieren moesten tekenen voor ontvangst. Ook verplichtten zij zich het materiaal na een behouden reis in Batavia in te leveren. Elk VOC-schip had aan boord de beschikking over papieren kaarten en kaarten op perkament. Perkament is gemaakt van dierlijke huid en dus stevig en goed bestand tegen klimaatsinvloeden en veelvuldig gebruik. VOC-kaarten op perkament zijn vrijwel altijd in handschrift.

De tand des tijds...

Recentelijk is becijferd dat tussen 1602 en 1753 – het jaar dat de VOC overstapte op louter gedrukte kaarten – ongeveer 70.000 perkamentkaarten voor de compagnie zijn geproduceerd. Hiervan berusten er nog maar enkele tientallen in openbare Nederlandse collecties en wereldwijd enkele honderden.

De kaartencollectie van de Universiteitsbibliotheek Utrecht telt momenteel zes waardevolle VOC-kaarten op perkament, alle van de hand van Isaak de Graaf, die tussen 1705 en 1743 de functie van kaartenmaker van de Kamer Amsterdam bekleedde. Naast de hier afgebeelde kaart van de Atlantische Oceaan gaat het om paskaarten van Sumatra, Straat Sunda, de Javazee (twee exemplaren) en de noordelijke kust van Java.

Daarmee bezit de bibliotheek vijf van de zeven standaardkaarten op perkament, die zich in de eerste helft van de 18de eeuw aan boord van een Oost-Indiëvaarder bevonden.

Verder lezen

1737
Kaart
MvE, 2011
Paskaart van de Atlantische Oceaan, Isaak de Graaf, 1737
Paskaart van de Atlantische Oceaan, Isaak de Graaf, 1737 (detail)
Paskaart van de Atlantische Oceaan, Isaak de Graaf, 1737 (detail)
Paskaart van de Atlantische Oceaan, Isaak de Graaf, 1737 (detail)

[‘Voorste gelykgradige kaart van Texel tot de Kaap’ = kaart van de Atlantische Oceaan] (Kaart: Moll 561); Amsterdam : Isaak de Graaf, 1737