De Gouden Eeuw van Utrecht?

De stad Utrecht begon ooit als een eenvoudig Romeins fort. In de loop van de middeleeuwen wist het zich echter op te werken tot het kerkelijke en bestuurlijke centrum van de Noordelijke Nederlanden. Tot diep in de 16de eeuw wist Utrecht deze positie als bisschopsstad te handhaven. De Nederlandse Opstand vanaf 1568 betekende geleidelijk aan het einde van Utrecht als bisschopsstad. Aanvankelijk streefden de bestuurders naar een vreedzaam naast elkaar voortbestaan van de katholieke en protestantse religie. Als gevolg van streng calvinistische pressie en terreur in de vorm van enkele beeldenstormen verbood het stadsbestuur in 1580 de katholieke godsdienst.

Veranderingen in de stad

De Nederlandse Opstand en de Reformatie leidden tot grote ruimtelijke ontwikkelingen. Zo bleek een verdere versterking van de stad noodzakelijk. De dwangburcht Vredenburg werd echter afgebroken. De voormalige kloosterterreinen met een relatief open karakter ging men benutten voor woningbouw en de aanleg van nieuwe straten. In 1618 werd bijvoorbeeld de Korte Nieuwstraat gerealiseerd over het terrein van de voormalige Paulusabdij en de in 1586 gesloopte Oudmunsterkerk. En zo verschenen nog wel meer wegen ten koste van vroegere katholieke heiligdommen...

De kaart van Specht

Een hele mooie cartografische weerslag van bovengenoemde ontwikkelingen biedt de kaart van Utrecht, gegraveerd door Jan van Vianen en in 1695 uitgegeven door C. Specht (hier getoond in de latere en ongewijzigde heruitgave door de firma Ottens). In vergelijking tot 16de-eeuwse plattegronden zien we onder andere de uitgebreide vestingwerken in hun volle glorie, het open terrein van de voormalige Vredenburg en de stedelijke verdichting.

‘Groot in syn omgang’

Toch veranderde de stad in geografisch opzicht in de 17de eeuw niet spectaculair en was er zelfs sprake van stagnatie. Wel trad er binnen de omwalling functieverandering op. Met de oprichting van de universiteit in 1636 kwam er een nieuwe, universitaire bestemming voor veel leegstaande kerken en kloosters. Als vermaak voor de studenten legde men in 1637 een maliebaan aan. De cartouche rechtsboven  getuigt hiervan: ‘De stad Utrecht is gesticht in ’t iaar 60. Bemuert tot de groote als jegenwoordig in ’t iaar 930. Groot in syn omgang binnen de wallen 1300 roeden. Bevat in sig 12 kercken, 13 gasthuysen, 120 straten, 50 stene bruggen en ontrent 6000 huysen. Vermaert door d’Academie. Heeft de schoonste Plantagien Maaljebaan van gants Nederland.’ Van enig klooster of abdij was dus inderdaad geen sprake meer!

Betrouwbaar

De kaart van Specht kan bogen op een hoge cartografische kwaliteit. Het is de eerste gedrukte commerciële kaart, die de stad geometrisch betrouwbaar weergeeft. Oudere gedrukte kaarten tonen de grondvorm te veel als een rechthoek; die van Specht heeft als eerste de werkelijkheidsgetrouwe harpvorm. Daarnaast is de in ‘opstand’, zeg maar driedimensionaal, getekende bijzondere bebouwing vrijwel geheel in overeenstemming met de toenmalige situatie.

Grachtenstelsel

Een van de opvallende kenmerken van Spechts kaart betreft het grachtenstelsel ten westen van de stad (aan de onderzijde van de op het oosten georiënteerde kaart). Hier waren zogeheten ‘moesgrachten’ in gebruik bij tuinders. Dit stelsel, gegraven in 1664, vormde een eerste aanzet van het verder niet uitgevoerde uitbreidingsplan van toenmalig burgemeester Hendrik Moreelse.

Ambitieus uitbreidingsplan

Vanaf het begin van de 16de eeuw tot het begin van de 19de eeuw bleef het inwoneraantal van Utrecht nagenoeg stabiel: circa 30.000. In economisch opzicht stagneerde de stad. Niettemin ontbrak het in de ‘gouden’ 17de eeuw, in navolging van Amsterdam, niet aan ambitieuze uitbreidingsplannen. Het plan Moreelse integreerde het pas gegraven grachtenstelsel in een grote uitbreiding, inclusief vestingwerken, ten noorden, westen en zuiden van Utrecht. Deze uitbreiding zou tot een verdubbeling van de oppervlakte van de stad hebben geleid. Het lag in de bedoeling om luxe woongebieden te realiseren die konden wedijveren met de Amsterdamse grachtengordel. De woonwijken zijn er nooit gekomen, hooguit een enkele sloot werd gedempt. Toen Moreelse in 1666 stierf, verdween de katalysator achter het project.

Een haven in Utrecht?

Weinig later roerde zich nog een andere Utrechter, Everard Meyster,  op het gebied van geplande stadsuitbreidingen. Zijn nog ambitieuzere plan – een ovaal van uitbreidingen rondom de gehele bestaande stad, dus ook aan de oostzijde, zelfs inclusief een haven – kwam niet verder dan de tekentafel… Pas in 1879 verscheen het eerste uitbreidingsplan van importantie, dat ook daadwerkelijk via al dan niet gewijzigde deelplannen tot uitvoering is gebracht.

Belabberde positie

Een markant voorval in 1674 is illustratief voor de relatief belabberde 17de-eeuwse positie van Utrecht. Toen teisterde een zware wervelwind de Domstad. Het schip van de Domkerk stortte daarbij in. Tot herstel van het schip kwam het tot op heden niet. En dát had de bisschop ruim een eeuw eerder vast nooit laten gebeuren…

Verder lezen

ca. 1740
Kaart
MvE, 2011
Plattegrond van Utrecht, C. Specht, ca. 1740
Plattegrond van Utrecht, C. Specht, ca. 1740 (detail)
Plattegrond van Utrecht, C. Specht, ca. 1740 (detail)
Plattegrond van Utrecht, C. Specht, ca. 1740 (detail)

Urbis Traiecti ad Rhenum novissima et accuratissima delineatio (Kaart: *VIII*.B.h.30); Amsterdam : R. & J. Ottens, ca. 1740