Godslasterlijke anatomie....?

Van groot belang voor de wetenschappelijke bestudering van de menselijke anatomie was de verschijning in 1543 van de De humani corporis fabrica. Libri septem. Dit was het hoofdwerk van de Vlaamse arts en anatoom Andries van Wesel (1515-1564), beter bekend onder zijn verlatiniseerde naam Andreas Vesalius. Zijn vader was hofapotheker van achtereenvolgens Maximiliaan van Oostenrijk en Karel V. Zelf studeerde hij anatomie in Leuven, Montpellier en Parijs.

Conflict met de kerk

Op een aantal punten distantieerde Vesalius zich nadrukkelijk van de laatantieke theorieën van Claudius Galenus (130-ca. 201), aan de juistheid waarvan tot ver in de 16de eeuw niet werd getwijfeld.

Vesalius’ op autopsie gebaseerde, afwijkende opvattingen, die hij hier voor het eerst publiceerde, lokten niet alleen op medisch maar ook op theologisch terrein felle controversen uit. Zo werd Vesalius onder meer beschuldigd van vivisectie en godslastering. Om uit de handen van de inquisitie te blijven staakte hij zijn anatomische lessen aan de universiteit van Padua, waar hij hoogleraar was. Hij werd daarna lijfarts van Karel V en Philips II die hij naar Madrid volgde.

Tijdens de terugreis van een in opdracht van Philips II gemaakte reis naar Jeruzalem stierf hij, na een schipbreuk, op het Griekse eiland Zakinthos.

Eerste anatomische standaardwerk

Vesalius’ zeven boeken over de bouw van het menselijk lichaam worden gezamenlijk beschouwd als het eerste anatomische standaardwerk in de moderne geneeskunde.

Het bevat 25 paginagrote en talrijke kleinere afbeeldingen, waarop alle organen als bij de levende mens in hun natuurlijke houding zijn weergegeven. Aan de ontwerpen voor deze houtsneden hebben naast Vesalius zelf en Jan Steven van Calcar, die tot de school van Titiaan behoorde, waarschijnlijk ook enkele anonieme artiesten gewerkt.

Nauwkeurig

Het feit dat de skeletten en de van hun huid ontdane kadavers zijn afgebeeld tegen een achtergrond van lieflijke landschappen in Italiaanse stijl, doet niets af aan de nauwkeurigheid waarmee zelfs de kleinste anatomische details zijn weergegeven. Vanuit Padua, waar de houtblokken onder supervisie van de auteur ontworpen en gesneden werden, verzond men deze naar Bazel, naar de drukkerij van Johannes Oporinus.

Knippen en plakken

Ondanks de weerstand die het werk opriep bij aanhangers van de traditionele medische school, was het werk op slag ongekend populair. Dit bleef zo tot ver in de 18de eeuw, getuige de door Herman Boerhaave en Bernard Albinus verzorgde herdruk uit 1725.

Voor de minder draagkrachtige mensen verscheen nog in 1543 bij Oporinus de eerste van een lange reeks verkorte uitgaven van de Fabrica, waarin een deel van dezelfde houtblokken werd afgedrukt. Dit Epitome verscheen in veertien losse planovellen, zodat de medische student of de (aankomende) artiest deze als wandplaat kon bevestigen  om zo de menselijke anatomie gemakkelijk te kunnen bestuderen.

De platen konden ook uitgeknipt worden en geplakt op een kartonnen ondergrond. Door ze vervolgens op elkaar te leggen, kon praktisch geoefend worden met de verschillende lagen en organen waaruit het menselijk lichaam is opgebouwd.

Zeldzaam

Door de publicatievorm in losse vellen, bedoeld om uit te knippen of op te hangen, zijn (compleet gebleven) exemplaren van het Epitome uiterst zeldzaam. Het exemplaar van de Universiteitsbibliotheek Utrecht (MAG: M fol 92 Lk (Rariora)) mist slechts anderhalve plaat en is gebonden in een moderne band van gemarmerd papier over kartonnen platten. Tussen 1608 en 1670 zijn

De humani corporis fabrica en het Epitome door de bibliotheek aangekocht of als geschenk ontvangen.

Verder lezen

1543
Boek
LKB (red. MvE), 2011
Titelpagina De humani corporis, Andreas Vesalius, 1543
Pagina 18 De humani corporis, Andreas Vesalius, 1543 (detail)
Pagina i De humani corporis, Andreas Vesalius, 1543 (detail)
Pagina 190 De humani corporis, Andreas Vesalius, 1543 (detail)

De humani corporis fabrica (MAG: M fol 92 (Rariora)); Basel : Johann Oporinus, 1543