Chirurgie als onderdeel van boekentwist

Bij ingewikkelde ziektes, wonden of een zware botbreuk is in sommige gevallen een medische ingreep nodig, waarvoor je bij een chirurg terecht kunt. In de middeleeuwen was dit niet veel anders. De term 'chirurgie' slaat niet alleen op het vak dat door deze chirurg beoefend wordt, maar ook op teksten waarin kennis over chirurgie als vak bijeen zijn gebracht. De tekst in Hs. 1356 uit de Utrechtse Universiteitsbibliotheek is zo'n chirurgie en bevat de Middelnederlandse vertaling van de Chirurgia Magna van Guy de Chauliac.

Een invloedrijk middeleeuwse chirurg

Guy de Chauliac (ca. 1290-1368) was niet de eerste de beste chirurg. Hij studeerde geneeskunde in Toulouse, Montpellier en Bologna en verdiepte zich in Bologna bovendien in de anatomie van de mens. Na zijn studietijd werkte hij als doctor medicinae in Parijs en kon hij zich rond het midden van de veertiende eeuw persoonlijk chirurg noemen van maar liefst drie pausen die in Avignon verbleven: Clemens VI, Innocentius VI en Urbanus V. In 1363 voltooide hij zijn grote chirurgische werk, Chirurgia Magna, waarmee hij uiteindelijk veel bekendheid verwierf. Dat dit werk een grote populariteit kende, blijkt uit het feit dat het al binnen enkele jaren van het Latijn naar het Frans werd vertaald; andere volkstalen volgden snel daarna (Huizenga, 2003, 275). In de vijftiende eeuw was het werk in Engeland, onder zowel medische als niet-medische academici, het meest populaire boek (Huizenga 2003, 83).

Het leken vertaling?

De Middelnederlandse vertaling van de Chirurgia Magna is overgeleverd in twee handschriften. Naast het Utrechtse Hs. 1356 is de tekst ook bewaard in een handschrift in het bezit van Museum Meermanno (Hs. 10 C 17). In vergelijking met dit Haagse handschrift, is het Utrechtse bescheidener qua opzet. De vertaling vanuit het Latijn oogt slordig. Ook de vertalingen van Griekse termen zijn rommelig (Grapperhaus & Korenhof 1968, 12). Als voorbeeld hiervan is te noemen het regelmatige gebruik van het woord ‘anathamen’ waar ‘anatomie’ wordt bedoeld:
 
            Dat vijfte capittel van der anathamen der beenen, knoeselen, naghelen
            ende der haren. (fol. 5v)

Het is mogelijk dat de kopiist zelf onvoldoende kennis had van het medisch jargon om het Grieks en Latijn op een juiste manier te vertalen.

Dubbele titels

Des te opvallender is dat in deze Middelnederlandse vertaling de opschriften tweetalig worden uitgevoerd. Alle hoofdstukken hebben een dubbele titel, zowel in het Latijn als in het Middelnederlands. Het Latijn wordt uitgevoerd in een Gotische textualis, terwijl de Middelnederlandse titels en lopende tekst zijn uitgevoerd in een Gotische cursiva. Een voorbeeld van de dubbele titels is te vinden op fol. 134v:

            Hic incipit tractatus quartus et est de ulceribus cuius sunt due doctrine        Doctrina prima est de ulceribus prout insunt membris cimplicibus        Doctrina 2a est prout insunt membris compositis. Prima doctrina         quinque habet capitula Capitulum primum est sermo vniuersalis de vulneribus

            Hier beghint die vierde tractaet ende es vanden ulceren zweren des welcx siin 2 leeren De eerste leere es vanden ulceren by also dat sij siin inden           simpelen leden De ander leere es by also dat sij siin inden compoesten    vergaderden leden De eerste leere heeft v capittelen Deirste capittel es       een ghemeen sermoen van zweren et caetera

Opmerkelijk is dat de kopiist in de titels synoniemen toevoegt voor Latijnse leenwoorden die voor de lezer mogelijk niet direct duidelijk zijn. Het gaat hier om ulceren (zweren) en compoesten (vergaderen). Waarom de kopiist koos voor dubbele titels is onduidelijk. Het zou kunnen getuigen van de transitie van wetenschappelijke teksten in het Latijn naar de volkstaal, waarin in deze tekst valt in een soort overgangsfase, waarin de titels nog in beide talen worden weergegeven (Huizenga 2003, 130).

Van klooster tot stoffig donker vertrek

Hs. 1356 is afkomstig uit het Sint-Agnesklooster in Maaseik, zo staat geschreven op fol. 175r:

Pertinet Conventui Sororum regularissarum Ad sanctam Agnetam in oppido Maes Eyccken.

Voordat het klooster in 1797 werd opgeheven stelde de laatste priores een lijst samen waarop alle boeken in het bezit van dit klooster waren opgenomen. Hs. 1356 staat op deze lijst onder nummer 2: “manuscript, handelende van de geneeskonst”. Het handschrift zou, samen met boeken van andere opgeheven Limburgse kloosters uiteindelijk in een donker vertrek in Maastricht belanden, waar het in vergetelheid raakte.

Getouwtrek om oude boeken

Pas in 1839 werden de boeken weer aangetroffen, waarna ze aan verschillende bibliotheken werden aangeboden (Hermans 1987, 106-112). In 1840 kreeg ook de Utrechtse Universiteitsbibliotheek een aanbod, waarna Hs. 1356 en negen andere handschriften van de Maastrichtse vondst uiteindelijk een plekje vonden in de Utrechtse collectie.  Eind 1842 deed het Seminarium te Roermond nog een poging de boeken uit de Maastrichtse collectie terug te krijgen naar Limburg, maar zonder succes (Hermans 1987, 114-116). De verschillende (universiteits)bibliotheken betoogden allen waarom de boeken met recht deel uitmaakten van hun collectie en Roermond werd afgescheept met een schenking van enkele werken uit de Koninklijke Bibliotheek. De boeken die in 1839 in Maastricht werden aangetroffen liggen nog altijd verspreid over Nederland. Wat zou de priores, die zo vlijtig een lijst samenstelde, daar van hebben gevonden?

Verder lezen

  • Grapperhaus, M.J. & J.C.M. Korenhof, ’Cijrurgie es …’. Tekstuitgave en analyse van twee hoofdstukken uit twee 15e eeuwse Middelnederlandse vertalingen van de ’Chirurgia magna’ van Guy de Chauliac. (Scriptie Vrije Universiteit, Amsterdam, 1986).
  • Hermans, J.M.M., ’Elf kisten boeken uit het gouvernementsgebouw te Maastricht. Lotgevallen van de Limburgse handschriften en oude drukken, gevonden in 1839’, in: E. Cockx-Indestege & F. Hendrickx (ed.) Miscellanea Neerlandica. Opstellen voor Dr. Jan Deschamps ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag I (Leuven, 1987), p. 105-143.
  • Horst, K. van der, Illuminated and decorated medieval manuscripts in the University Library, Utrecht. An illustrated catalogue (Maarssen, 1989), p. 38 nr. 139, afb. 602-603.
  • Huizenga, E., Tussen autoriteit en empirie: de Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw en hun maatschappelijke context (Hilversum, 2003).
  • McVaugh, M.R. (ed.), Guigonis de Caulhiaco (Guy de Chauliac). Inventarium sive Chirurgia Magna. Dl. 1: Text. Dl. 2: Commentary. (Leiden, 1997).

 

1420-1430
Manuscript
Femke van Hilten, augustus 2017
fol 134v twee talen, Latijn en Middelnederlands
fol 161r. chirurgische instrumenten
fol 175r in oppido Maes Eyccken
 fol 253v chirurgische instrumenten

Guy de Chauliac, Cyrurgie, Hs. 1356 (5 C 14)

  • Zuidelijke Nederlanden (Limburg?), 1420-1430.
  • Papier, 279 ff., 292 x 210 mm.
  • Gotische cursiva recentior, Gotische textualis (tussenkopjes).
  • Drie handen.
  • Middelnederlands; Latijn.
  • Afbeeldingen van chirurgische instrumenten, gedecoreerde initialen en lombarden.
  • Negentiende-eeuwse binding, schapenhuid over hout.
  • Sint-Agnesklooster in Maaseik
    Herontdekt te Maastricht (1839)
    Verkregen door de UBU in 1841 als onderdeel van de Maastrichtse Collectie