Sint Maarten, Sint Maarten

Handschrift 124 is een martinellum: een verzameling teksten rondom de heilige Martinus van Tours ofwel Sint Maarten (316/317-397). De Vita Sancti Martini van Sulpicius Severus neemt hierin de belangrijkste plaats in.

Het martinellum had een functie binnen de liturgie, de kerkelijke eredienst, waarin Sint Martinus een belangrijke heilige was. Een martinellum was een van de voorgangers van het missaal, waarin men later onder meer meer de lessen bundelde die op bepaalde feestdagen gelezen werden. Zo werden uit het martinellum bepaalde gedeelten voorgelezen op de feestdag van Martinus (11 november) en de dag waarop zijn gebeente naar Tours was overgebracht, de zogenaamde 'translatio' (4 juli).

Sint Maarten als patroonheilige

Al spoedig na zijn dood genoot St. Martinus een grote populariteit. Veel kerken en kloosters zijn naar hem genoemd en van veel steden is hij de schutspatroon. Zo ook van Utrecht, waar de Dom aan hem gewijd is.

Het hier besproken, twaalfde-eeuwse martinellum is uit het bezit van deze kathedrale kerk. Op fol. 1r staat in een vijftiende-eeuwse hand de aantekening Liber de historia Sancti Martini patroni nostri gloriosi, cathenatus in choro ecclesie nostre Trajectensis ('Boek van de levensgeschiedenis van Sint Martinus, onze glorieuze schutspatroon, geketend in het koor van onze kerk in Utrecht').

Dit bewijst dat het handschrift zich in het koor van de Dom bevond en aldaar aan een ketting bevestigd was. Inderdaad vertoont de band sporen van die bevestiging.

De versiering van de martinella

Naast Hs. 124 bevindt zich in de Universiteitsbibliotheek nog een tweede twaalfde-eeuws martinellum (Hs. 122). Beide zijn zij tekstueel vrijwel identiek aan een Zuid-Duits exemplaar in de Universiteitsbibliotheek van Leiden (Cod. Voss. Q. 74) uit de eerste helft van de elfde eeuw, dat bisschop Bernold (1027-1054) aan de St. Pieter te Utrecht geschonken heeft.

Toch zijn de twee Utrechtse handschriften geen afschriften van deze Leidse codex. Wellicht heeft Bernold ook een martinellum aan de Dom geschonken, waarnaar onze handschriften in Utrecht gekopieerd zijn. Hoewel Hss. 124 en 122 geen miniaturen bevatten, zijn zij met hun initialen toch twee van de zeer weinige voorbeelden van codices die in de noordelijke Nederlanden in de twaalfde eeuw geschreven en verlucht zijn.

Het handschrift Hs. 124 is door vijf verschillende handen geschreven in een schrift dat nog niet als gotisch gekarakteriseerd kan worden, en daarom aangeduid wordt met de naam littera pregotica of pregotisch. Daarnaast bevat het handschrift rubrieken geschreven in rode lombarden en zijn de eerste woorden van elke tekst geschreven in afwisselend rode, groene en lichtblauwe lombarden.

Dezelfde kleuren keren terug in de zestien grote initialen die het begin van de teksten markeren. Zij zijn opgebouwd uit ranken waarin vlechtwerkornamenten en blad- en bloemmotieven zijn opgenomen en wijzen naar een vroegere (romaanse) stijlperiode. De hier getoonde bladzijde (fol. 124v) bevat een fraai uitgevoerde initiaal O aan het begin van een preek van paus Gregorius de Grote (ca. 540-604) over de eerdergenoemde 'translatio' van St. Martinus.

Verder lezen

  • Horst, K. van der, Illuminated and decorated medieval manuscripts in the University Library, Utrecht. An illustrated catalogue ('s-Gravenhage, 1989), p. 4, nr. 7, pl. A, afb. 47-50.
  • Horst, K. van der, et al., Handschriften en oude drukken van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek (Utrecht, 1984), p. 161-163 nr. 67.
  • Jaski, B., 'Handschriften van de heiligen: van Willibrord tot Bernulfus', in: Micha Leeflang en Kees van Schooten (red.), Beeldschone boeken: de middeleeuwen in goud en inkt (Zwolle, 2009), p. 19-31: p. 31.
  • Lieftinck, G. I., Bisschop Bernold (1027-1054) en zijn geschenken aan de Utrechtse kerken. Oratie RU-Leiden, 19 maart 1948 (Groningen, 1948), p. 13-15.
  • Vlierden, M. van, Utrecht een hemel op aarde (Zutphen, 1988), p. 72 nr. 71.
BJ, 2011
Martinellum, Hs. 124, 119r

Martinellum, Hs. 124 (4 C 5).

  • Utrecht?, ca. 1175-1200.
  • Perkament, 128 ff, 305 x 210 mm.
  • Pregotisch schrift.
  • Latijn.
  • Zestien gedecoreerde initialen, in rood, groen en blauw.
  • Vijftiende-eeuwse band van varkensleer over houten platten, met blindstempeling en sporen van bevestiging aan een ketting.
  • Uit het bezit van de Domkerk, vóór 1670 in de Universiteitsbibliotheek Utrecht beland.