De Meester van Zweder van Culemborg

De anonieme Meester van Zweder van Culemborg domineerde de Utrechtse verluchtingskunst in de jaren dertig van de vijftiende eeuw. In de handschriftencollectie van de Universiteitsbibliotheek Utrecht zijn er vier werken van zijn hand te vinden.

Het meest uitbundig versierd is een verlucht getijdenboek (Hs. 1037), oorspronkelijk uit de collectie van Balthazar Huydecoper (1695-1778). Een handschrift met de Belijdenissen (Confessiones) van de kerkvader Augustinus toont op de eerste bladzijde een portret van de auteur in bisschoppelijk ornaat (Hs. 41). Het behoorde voorheen tot de bibliotheek van het Utrechtse kartuizerklooster Nieuwlicht.

De beide andere handschriften werden pas later verworven door aankoop op veilingen. In 1996 kocht de Universiteitsbibliotheek Utrecht op een veiling bij Sotheby te Londen een getijdenboekje dat in zijn huidige staat twee gehistorieerde initialen en drie bladgrote miniaturen bevat (Hs. 16 B 8). En iets langer geleden, in 1960, werd eveneens bij Sotheby een bladgrote miniatuur uit een beroemd brevier verworven.

Het Egmond Brevier

Een brevier is een boek dat de gesproken en gezongen teksten van het koorgebed (officie) bevat, in afgekorte vorm - vandaar de betiteling brevier (breviarium). Het in 1960 aangekochte blad maakte oorspronkelijk deel uit van een omvangrijk en rijkverlucht brevier dat sinds 1902 bewaard wordt in de Pierpont Morgan Library te New York (Ms. M. 87).

In zijn huidige staat telt dat brevier maar liefst 433 bladen, die stuk voor stuk dubbelzijdig voorzien zijn van geschilderde margeverluchting. Het bevat verder 81 kolomminiaturen, twaalf kalenderillustraties en talrijke gehistorieerde initialen.

Het vervaardigen van dit brevier werd uitbesteed aan meerdere verluchters, die twee duidelijk te onderscheiden stijlen hanteerden, maar niettemin nauw samenwerkten. Sommigen kunnen gerekend worden tot de Meesters van Otto van Moerdrecht, anderen behoorden tot de 'modernere' Meesters van Zweder van Culemborg. Binnen beide groepen is het moeilijk individuele handen te onderscheiden.

Enkele wapens op de eerste bladzijde tonen aan dat het brevier gemaakt moet zijn voor een hertog van Gelre-Jülich. De meest waarschijnlijke kandidaat is hertog Arnold van Egmond (1423-1473), vandaar dat het brevier in kwestie het Egmond Brevier wordt genoemd. Arnold trouwde op zevenjarige leeftijd met Catharina van Kleef. Zij was de eerste bezitter van het onbetwiste topstuk uit de Noord-Nederlandse handschriftverluchting, het vermaarde Getijdenboek van Catharina van Kleef, dat eveneens in de Pierpont Morgan Library berust.

Het uitgesneden blad

Op een onbekend tijdstip vóór 1902 zijn de vijf bladgrote miniaturen die het Egmond Brevier ooit bevatte eruit gesneden. Drie daarvan zijn behouden en worden nu bewaard in het Fitzwilliam Museum te Cambridge (Ms. 1-1960), in de British Library te Londen (Ms. Add. 30,339, no. 3) en te Utrecht. De laatste verbeeldt de Opstanding van Christus.

Terwijl de beide Romeinse soldaten slapen – één laat zijn arm rusten op een schild met het hoofd van Gorgon, attribuut van Minerva – rijst Christus op uit zijn graf, een kruisbanier in zijn hand. Op de achtergrond zijn reeds de drie Maria's in aantocht die straks de tombe leeg zullen aantreffen.

In de rechtermarge bevinden zich twee oude mannen ten halven lijve, die elk een spreukband vasthouden. De tekst op een van beide spreukbanden is ontleend aan Openbaringen 5:5 en wordt daar in de mond gelegd van een van de 24 ouderlingen.

Op de versozijde van het blad begint de Vigilie van Pasen. Het komt uit het temporale gedeelte van de brevier, dat de Christelijke feestdagen beslaat van Advent, vier weken voor Kerst, tot de Trinitatis of Drievuldigheidszondag, de eerste zondag na Pinksteren. In de initiaal is de heilige Petrus afgebeeld. De tekst op de spreukband die hij vasthoudt, is ontleend aan Colossenzen 3:1 en wordt voortgezet op de banderollen van de beide oude mannen ten halven lijve die zich ook hier in de marge bevinden.

In juni 2009 werd het blad van het Egmond Brevier onderzocht met behulp van Raman spectroscopy (Deneckere et al., 2011). Zie nu ook Bloem 2012.

Verder lezen

  • Bloem, M, 'New Light on Three Miniatures from the Egmond Breviary',  in: Oud Holland 125:2-3 (2012) p. 69-89.
  • Defoer, Henri L.M., et al., The golden age of Dutch manuscript painting. Rijksmuseum Het Catharijneconvent, Utrecht, and The Pierpont Morgan Library, New York (Stuttgart, 1989, en New York, 1990), p. 112-115 nr. 36.
  • Deneckere, A., et al., ‘The use of mobile Raman spectroscopy to compare three full-page miniatures from the breviary of Arnold of Egmond’, Spectrochimica Acta Part A: Molecular and Biomolecular Spectroscopy 83 (December 2011), p. 194-199.
  • Dückers, Rob, & Ruud Priem, The Hours of Catherine of Cleves: devotion, demons and daily life in the fifteenth century (Nijmegen, 2009), p. 214-215.
  • Horst, K. van der, Illuminated and decorated medieval manuscripts in the University Library, Utrecht ('s-Gravenhage, 1989), p. 11 nr. 37 (plaat G, fig. 162-163).
  • Horst, K. van der, et al., Handschriften en oude drukken van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek (Utrecht, 1984), p. 255-257 (nr. 121).
BJ, 2011
Egmond Brevier, Hs. 12 C 17, 1r

Egmond Brevier (blad), Hs. 12 C 17.

  • Utrecht, ca. 1435-1440.
  • Perkament, 1 blad, 243 x 165 mm.
  • Gotische littera textualis.
  • Latijn.
  • Eén bladgrote miniatuur, één gehistorieerde initiaal, geschilderde randversiering.
  • Oorspronkelijk deel van een breviarium vervaardigd voor een hertog van Gelre-Jülich, waarschijnlijk Arnold van Egmond. In bezit geweest van R.C. Maycock. Aangekocht op de veiling Sotheby, Londen, 1-2 februari 1960, kavel 246.