Samenstelling

De Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht bestaan uit vele omvangrijke collecties handschriften, gedrukte boeken van vóór 1901, zeldzame en kostbare gedrukte werken van latere datum en land- en zeekaarten. De bibliotheek draagt de zorg voor de verwerving, conservering, ontsluiting en beschikbaarstelling van dit materiaal.

De Bijzondere Collecties bieden studenten, docenten, wetenschappers en andere belangstellenden een grote verscheidenheid aan onderzoeksmateriaal. Ook met tentoonstellingen, publicaties, lezingen en presentaties wil de Universiteitsbibliotheek Utrecht wijzen op het belang van dit culturele erfgoed voor onderwijs en onderzoek.

Locatie en overzicht

Het vaak unieke materiaal van de Bijzondere Collecties bevindt zich in de bibliotheek op de Uithof, Heidelberglaan 3, op de 6e verdieping. Het materiaal is daar te raadplegen in één van de twee leeszalen (openingstijden: maandag tot en met vrijdag, 9:00-17:00 uur). Naast deze zalen is er een uitgebreide handbibliotheek (de handboekerij) en een informatiebalie waar u terecht kunt met vragen.

Het Digitaal Repertorium Bijzondere Collecties geeft een overzicht van de thematische collecties, voor zover ze duidelijk als zelfstandige collectie getraceerd kunnen worden, doordat ze zijn bijeengeplaatst en/of apart zijn ontsloten via een eigen catalogus, inventaris of standlijst. Ze bestrijken vrijwel alle gebieden van wetenschap. Het kunnen handschriften zijn of gedrukte werken, historisch of recent materiaal. Het merendeel betreft de humaniora, vanouds de gebieden waar handschriften en gedrukte werken de belangrijkste bronnen vormen.

Handschriften

De Universiteitsbibliotheek Utrecht bezit ongeveer 700 middeleeuwse handschriften. Meest beroemd is zonder twijfel het Utrechts Psalter. Dit meesterwerk uit de 9de eeuw is het onderwerp geweest van vele onderzoeken en tentoonstellingen.

Maar er zijn ook andere gerenommeerde handschriften, waaronder het Liber pontificalis van het kapittel van de Mariakerk in Utrecht, verlucht door de Meester van Katharina van Kleef, de monumentale Zwolse Bijbel, en een aantal prachtig gedecoreerde getijdenboeken. De meeste middeleeuwse handschriften stammen uit Utrecht.

De collectie van meer dan 1.000 post-middeleeuwse handschriften bestaat onder meer uit ongeveer vijftig werken, geschreven door de Utrechtse historicus Aernout Buchelius (1565-1641). Er zijn ongeveer zestig archiefcollecties, waaronder die van de historicus Pieter Geyl, de theologen H.F. Kohlbrugge, J.H. Gunning en A.A. van Ruler, de literaire criticus P.H. Ritter en de farmaceut David de Wied.

Het Utrechtse Orgelarchief bevindt zich ook bij de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Tenslotte bevat de bibliotheek een grote verzameling van geschreven collegeaantekeningen vanaf de 16de eeuw, veelal met betrekking tot veterinaire geneeskunde.

Oude en bijzondere gedrukte werken

De kern van de collectie oude gedrukte werken wordt gevormd door de boekencollecties van de Utrechtse kapittels en kloosters (sinds 1584), en de schenkingen van de rechtsgeleerde Evert van de Poll en de godgeleerde Huybert Edmond van Buchell (beide rond 1600).

In de ruim vier eeuwen van haar bestaan verwierf de bibliotheek vele indrukwekkende collecties, waaronder die van diverse Utrechtse professoren als de chemicus J.C. Barchusen (1666-1723), de jurist en econoom J. Ackersdijck (1790-1861), de neerlandicus H.E. Moltzer (1836-1895) en de neerlandicus en germanist J. te Winkel (1847-1928).

Daarnaast werden ook de bibliotheken van een aantal instellingen overgenomen, zoals de seminariebibliotheken van het Aartsbisdom Utrecht, de kloosterbibliotheken van de minderbroeders-franciscanen en de Theologische Hogeschool van Amsterdam.

De Utrechtse Universiteitsbibliotheek beheert momenteel ruim 130.000 gedrukte werken van vóór 1801 en circa 1.000.000 boeken uit de 19de eeuw. Onder de Bijzondere Collecties vallen ook bijzondere, zeldzame of kostbare drukken van ná 1900. Daarvan bezit de bibliotheek er nu ongeveer 3.000.

Kaarten en atlassen

Al vroeg in haar bestaansperiode beschikte de Utrechtse Universiteitsbibliotheek over cartografische documenten. Van een gericht cartografisch verzamelbeleid was echter nog lang geen sprake.

Ook niet toen in de 19de eeuw twee grote contemporaine particuliere kaartenverzamelingen de bibliotheekcollectie verrijkten. Het betrof de collecties van Gerrit Moll (1785-1838), sinds 1812 Utrechts hoogleraar in de wis- en natuurkunde, en van Jan Ackersdijck (1790-1861), sinds 1841 Utrechts hoogleraar in de economie en statistiek.

Feitelijk markeerde de oprichting van het toenmalige Geografisch Instituut in 1908 de start van een actief beheerde universitaire kaartenverzameling. Veel belangwekkend kaartmateriaal werd in de beginjaren van het Geografisch Instituut aangeschaft en gebruikt in het onderwijs in de Nederlandse overzeese expansie en ontdekkingsreizen.

Met de komst van een grote hoeveelheid bodemkundige en geologische kaarten van de Bibliotheek Geowetenschappen in 2010 zijn nu vrijwel alle Utrechtse universitaire kaartencollecties op één locatie verenigd. De kaartenverzameling omvat circa 170.000 kaarten en atlassen van ná 1850 en ongeveer 6.000 oudere cartografische documenten.

Het is daarmee één van de grotere verzamelingen van analoog kaartmateriaal in Nederland. De publiekscomputers in de kaartenzaal bieden voorts toegang tot een snelgroeiende en veelal complementaire virtuele collectie van cartografische bestanden.

Bibliotheek
Kaartenzaal
Handschrift
Handschrift
Oude druk
Oude druk
Kaart
College kaartenzaal
Globes Bijzondere Collecties