Geschiedenis

De bibliotheek, die in 1584 op last van de Utrechtse vroedschap ingericht werd in het koor van de St. Janskerk, was toegankelijk voor alle burgers. Daarmee was deze bibliotheek een van de eerste openbare stadsbibliotheken in Nederland. Na de oprichting van de Utrechtse Universiteit in 1636 werd deze bibliotheek universiteitsbibliotheek.

De boeken werden bijeengebracht op basis van een besluit van de Utrechtse vroedschap uit 1581. De stad had gekozen voor de hervormde religie: katholieke kerken en kloosters werden gesloten. De boeken van de vijf kapittelkerken in de stad en van de kloosters in en rond Utrecht werden geconfisqueerd als basiscollectie voor de nieuw te vormen stedelijke bibliotheek.

Deze boeken vormen nog steeds de kern van het huidige bezit aan handschriften en oude drukken: circa 650 banden afkomstig uit de (voornaamste) kloosterbibliotheken en enkele uit de bibliotheek van het Janskapittel. De overige vier kapittels weigerden aan de totstandkoming van de stadsbibliotheek mee te werken. De kapittelbibliotheken hebben hun bestaan tot in de 19de eeuw gerekt. De boeken (althans wat er nog van over was) zijn uiteindelijk in 1844 aan de universiteitsbibliotheek overgedragen.

De bibliotheek, die in de eerste jaren van haar bestaan waarschijnlijk een tamelijk sluimerend bestaan leidde, werd in de loop der tijden uitgebreid met tal van handschriften en gedrukte boeken. Omstreeks 1600 deden de legaten van Evert van de Poll en Huybert Edmond van Buchell de bibliotheek van een kloosterlijke, katholiek-theologische collectie uitgroeien tot een bredere en ook op de actualiteit gerichte boekerij. De humanistisch georiënteerde bibliotheek van Van de Poll bestond uit circa 1.000 banden en bevatte veel juridische, maar ook literaire, theologische en historisch-geografische werken. Met het legaat van de voormalige kanunnik van Sint Marie, Huybert van Buchell, verwierf de bibliotheek circa 2.000 banden op vele vakgebieden, met een nadruk op de reformatorische theologie.

De oprichting van de Illustre School in 1634 - in 1636 omgezet in een universiteit - had uiteraard ingrijpende gevolgen: de bibliotheek kreeg een wetenschappelijke functie. Er werd een bibliothecaris aangesteld in de persoon van Cornelis Booth, de organisatie werd verbeterd en er konden op een min of meer reguliere basis nieuwe boeken worden aangeschaft.

Ook handschriften en oude drukken konden incidenteel aangekocht worden. Het merendeel van deze 'antiquarische' boeken werd echter verworven door schenking en legatering: van het beroemde Utrechtse Psalterium tot archieven en schriftelijke nalatenschappen van Utrechtse hoogleraren.

Een nieuwe bloeiperiode ving aan toen de bibliotheek in 1820 van de Janskerk naar enkele zalen van het voormalige paleis van koning Lodewijk Napoleon verhuisde. Voor een deel zijn deze zalen nog steeds in het huidige gebouwencomplex van de universiteitsbibliotheek aan de Wittevrouwenstraat geïncorporeerd - de huidige Universiteitsbibliotheek Binnenstad.

In de 20ste eeuw verwierf de bibliotheek een aantal belangrijke collecties in eigendom of in bruikleen. Een belangrijke bruikleencollectie is de Centrale Oud-Katholieke Bibliotheek (COKB) met literatuur op het gebied van het Jansenisme, de oud-katholieke kerk en verwante kerken in Europa en Amerika. Deze collectie bevat circa 3.000 werken gedrukt vóór 1801. Andere bruikleencollecties zijn: de bibliotheek van de Nederlandse Hervormde Kerk, de bibliotheek van de Homeopathische Vereniging en de bibliotheek van Simon Vestdijk. De grootste aankoop betrof de Collectie Thomaasse (in 1971): 250.000 banden van de franciscanen en van het aartsbisdom Utrecht met een nadruk op Nederlandse catholica. Hieronder bevinden zich circa 25.000 drukken van vóór 1801.

In beperkte mate worden de collecties handschriften en oude drukken aangevuld. Deze nieuwe aanwinsten betreffen veelal werken die verband houden met de Utrechtse universiteit, de stad of de provincie. Inmiddels is de collectie handschriften gegroeid tot circa 2.850 handschriften, minstens 100.000 brieven en zo'n 2.000 collegedictaten. De collectie oude drukken omvat ruim 130.000 werken gedrukt vóór 1801 en een veel groter aantal werken gedrukt in de 19de eeuw.

In 2004 verhuisde de centrale universiteitsbibliotheek van de Wittevrouwenstraat naar de Uithof, inclusief de Bijzondere Collecties. Naast een leeszaal voor handschriften en oude drukken kwam er ook een leeszaal voor cartografisch materiaal. In deze periode werd ook het digitaliseren van bijzonder materiaal en de ontsluiting hiervan via internet een belangrijk onderdeel van de Bijzondere Collecties. In december 2011 ging de nieuwe website van de digitale Bijzondere Collecties online.

Egmond Brevier (blad), Hs. 12 C 17 (detail)