Het Utrechts Psalter

Logo MOTW*Het Utrechts Psalter is de trots van de Universiteit Utrecht en haar Universiteitsbibliotheek. De bijzondere waarde van dit manuscript is onomstreden. Het is in oktober 2015 dan opgenomen in het ‘Memory of the World Register for Documentary Heritage'  van UNESCO. Meer informatie hierover u in het persbericht dat hierover is uitgegeven. Op deze pagina vindt u een kort overzicht van de inhoud en geschiedenis van het Utrechts Psalter. Voor meer gedetailleerde informatie en de digitale geannoteerde editie, zie www.utrechtspsalter.nl.*

Een eerste kennismaking met het Utrechts Psalter is lang niet voor alle mensen een openbaring. Het is niet een handschrift waarvan de schoonheid en betekenis onmiddellijk duidelijk zijn. Het Utrechts Psalter moet je leren kennen, en pas dan begint het te intrigeren; en je moet zijn verhaal kennen, om de impact van dit wonderlijke manuscript te kunnen begrijpen. Voor velen is het Utrechts Psalter nog geen klinkende naam. Hoe komt het toch dat een handschrift, door velen geroemd, toch nog relatief onbekend is?

Blozen van schaamte

'En dan bloos ik weer van schaamte als ik me uit 1948 de bibliothecaris in Poitiers herinner, die me met ontzag behandelde omdat ik uit de stad van het Utrechts Psalterium kwam, waarvan me het bestaan niet eens bekend was.'

Aldus de memoires van de wiskundige Hans Freudenthal uit 1987. Het typeert hoe het Utrechts Psalter wereldberoemd is onder de kenners, maar nauwelijks onder het algemene publiek. Veel specialisten hebben beaamd dat het Utrechts Psalter een absoluut meesterwerk is van de westerse middeleeuwse kunst. Al anderhalve eeuw wordt het door vooraanstaande kunsthistorici en andere onderzoekers minutieus onderzocht, wat al tot menige controverse heeft geleid. De aandacht die het handschrift heeft gegenereerd, mag zelfs exceptioneel worden genoemd.

Wetenschappelijke belangstelling

Het Utrechts Psalter is een van de eerste handschriften die volledig in een fotografische facsimile is uitgegeven. Dit gebeurde in 1873, naar aanleiding van een verzoek van de Engelse regering, en had direct de oprichting van de Palaeographical Society in Londen tot gevolg. In 1984 werd een facsimile in kleur uitgegeven. In 1932 en 1994 werden ook facsimiles uitgegeven, zij het alleen van de afbeeldingen. Geen enkel ander handschrift is ooit viermaal in facsimile verschenen, wat al veel zegt over het belang dat aan het Utrechts Psalter wordt gehecht. Daarnaast zijn er zes wetenschappelijke monografieën over het handschrift verschenen (De Gray Birch 1876; Tikkanen 1903; DeWald 1932; Wormald 1953, Engelbregt 1965; Dufrenne 1978) en tientallen artikelen die het als onderwerp hebben. In 1996 verscheen een bundel naar aanleiding van de tentoonstelling The Utrecht Psalter in medieval art: picturing the psalms of David in het Catharijneconvent. Het Utrechts Psalter is natuurlijk ook opgenomen in I.F. Walther, Codices illustres. The world's most famous illuminated manuscripts 400 to 1600 (2001). Tevens wordt het afgebeeld in standaardwerken die door duizenden studenten zijn gelezen, zoals Barbara Rosenwein’s A short history of the Middle Ages (3e ed., 2009), of Peter Brown’s The rise deof Western Christianity (herz. ed., 2013).

Een beroemd handschrift …

Het Utrechts Psalter is het meest kostbare handschrift dat zich in een Nederlandse collectie bevindt. Er is geen enkel handschrift in een Nederlandse collectie waar zoveel over is geschreven, en waarvan er zoveel reproducties zijn gepubliceerd, zowel in boekvorm als digitaal op internet. Wat de middeleeuwse geïllumineerde handschriften betreft doet het qua referenties in Google Scholar (zomer 2013) alleen onder voor het Book of Kells (digitale editie) in Trinity College Dublin, dat over het algemeen wordt beschouwd als het mooiste handschrift uit de vroege middeleeuwen, en de Lindisfarne Gospels (digitale editie) in de British Library; beide zijn insulaire handschriften (d.w.z. van de Britse eilanden en/of Ierland). Het Utrechts Psalter zit qua wetenschappelijke verwijzingen in dezelfde klasse als de Très Belles Heures de Duc de Berry van de gebroeders Limburg, dat over het algemeen wordt beschouwd als het mooiste handschrift uit de late middeleeuwen.

… en toch relatief onbekend

Dat het Utrechts Psalter niet dezelfde status heeft als de voorgenoemde handschriften in Ierland, Engeland en Frankrijk heeft ten dele te maken met het feit dat het geen Utrechts of zelfs maar een Nederlands handschrift is. Het werd in of rond het tweede kwart van de 9de eeuw in of nabij Reims geproduceerd, en is bij toeval in Utrecht terechtgekomen. Het heeft dus geen ‘nationale’ betekenis. Tevens mist het Utrechts Psalter de uitbundige veelkleurigheid, de intrigerende patronen of het blinkende goud (afgezien van enkele bladen) van de andere handschriften. Daarbij komt nog dat zelfs een beroemd handschrift voor het algemene publiek vaak minder zeggingskracht heeft dan bijvoorbeeld een beroemd schilderij.

Uit de inkt

Om de fascinatie voor het Utrechts Psalter onder de wetenschappers te kunnen verklaren, is het belangrijk om het handschrift zodanig te presenteren dat de zeggingskracht goed uit de verf (of eigenlijk inkt) komt. En die zeggingskracht komt vooral uit de 166 pentekeningen die horen bij de tekst van elk van de 150 psalmen en de zestien daaraan toegevoegde bijbelse liedteksten, de zogenaamde cantica. Het gaat daarbij niet alleen om hoe deze inhoudelijk zijn afgebeeld (wat wordt verbeeld, op welke manier, en in welke compositie), maar ook om de stijl die is gehanteerd.

Surrealistische stijl

Al hebben waarschijnlijk acht kunstenaars aan de 166 afbeeldingen gewerkt, hun stijl is betrekkelijk eenduidig. Deze stijl is omschreven als ‘nerveus’, ‘dynamisch’, ‘surrealistisch’ en ‘barok’, en de afbeeldingen roepen soms vergelijkingen op met het werk van Jeroen Bosch. Het is het summum van de Reimse school uit het begin en midden van de negende eeuw, waarin ook andere handschriften en voorwerpen zijn vervaardigd. Wie de tekeningen in detail bekijkt en ze koppelt aan de tekst, ontdekt hoe verfijnd en spectaculair ze zijn, en wordt zodoende als het ware het meesterwerk ingetrokken.

In scène gezet

Een vergelijking tussen de tekeningen in het Utrechts Psalter en die in andere handschriften uit dezelfde of voorafgaande periode, maakt duidelijk hoe anders, vernieuwend en modern zij zijn. Het is alsof de kunst een grote stap voorwaarts doet, alsof een revolutie heeft plaatsgevonden in het bijna schetsmatig neerzetten van de scènes die de psalmverzen uitbeelden. We zien gebouwen, landschappen en hemelen, gevuld met bijvoorbeeld koningen, soldaten, engelen, heiligen, zondaars, ambachtslieden, muzikanten, kinderen of een selectie uit het dierenrijk. Christus, de psalmist of David spelen vaak een centrale rol. Maar ook Atlas, de muil van de hel of demonen met drietanden komen voor.

Tot leven gewekt

Het tot leven wekken van de psalmen is geen gemakkelijke opgave, omdat het geen verhalende teksten zijn. Hoe moesten de kunstenaars de hulpkreten en smeekbeden van de psalmist om van zijn vijanden verlost te worden, zijn meditatie, zijn gebeden, lofredes en klachten in beeld brengen? Eén van de mogelijkheden was om de concrete beelden die opgeroepen worden door geïsoleerde woorden of verzen in de psalmteksten te illustreren. De kunstenaars van het Utrechts Psalter zijn erin geslaagd om de elementen in de psalmteksten die een letterlijke illustratie toelieten en opriepen, zo volledig mogelijk in beeld te brengen. Zij combineerden die voorstellingen in zorgvuldig opgebouwde tekeningen, die steeds over de volle breedte van de pagina boven elke psalm staan.

De eerste psalm verbeeld

We kunnen de eerste psalm als voorbeeld nemen (vgl. Van der Horst et al., 1996, 56-57). De tekst staat op fol. 2r, en die wijkt op enige punten af van de standaardtekst van de Bijbel zoals die nu gangbaar is. De afbeelding op fol. 1v is de enige die paginagroot is. Links zien we de gelukkige, welzalige man (de beatus vir uit vers 1) die zich met een boek in God’s wet verdiept (vers 2). Hij doet dat dag en nacht, uitgebeeld door de zon, maan en sterren bovenaan. Hij zondert zich af van de zondaars die in het gestoelte der pest (in cathedra pestilentiae) zitten. Deze bevinden zich rechtsboven, en zijn duidelijk gewapend. Kleine slangen kronkelen via de rechter pijler bij de stoel omhoog. De beatus vir, daarentegen, is als een boom geplant aan stromend water (vers 3), zoals we links in het midden zien. De wettelozen worden echter als kaf door de wind verstrooid (vers 4). Rechts van de boom zien we de wind, gepersonificeerd door een blazend hoofd die de gewapende figuren in het midden doet wankelen. Zij houden niet stand waar Gods wet regeert (vers 5), en hun weg loopt dood (vers 6). We zien dat zij, geholpen door gevleugelde demonen, in de muil van de hel worden gedreven. Zij zijn verdoemd.

Vragen

Alle 150 psalmen en zestien cantica worden op deze manier verbeeld. De combinatie van het intellectuele programma om dit te volbrengen en de vernieuwende en beeldende stijl waarin dit wordt gedaan, is wat het Utrechts Psalter zo fascinerend maakt. Voor de wetenschap dient zich natuurlijk de vraag aan wie dit hebben gemaakt, waar, wanneer, voor wie en waarom, en waar zij hun inspiratie aan ontleenden. Deze vragen hebben geleid tot een lange reeks onderzoeken, interpretaties en discussies. Het al aangehaalde The Utrecht Psalter in medieval art: picturing the psalms of David uit 1996 geeft in de meeste opzichten de laatste stand van zaken, al bestaat er over nog steeds geen consensus over kwesties als de datering en de interpretatie van bepaalde afbeeldingen.

Ontstaan

De meeste specialisten onderschrijven dat het Utrechts Psalter in de jaren 820-30 werd vervaardigd in Reims of de nabij gelegen abdij Hautvillers, waarschijnlijk in opdracht van aartsbisschop Ebbo. Het was wellicht een geschenk voor Karel de Grotes zoon Lodewijk de Vrome, diens vrouw Judith, of anders hun pasgeboren zoon, de latere keizer Karel de Kale. Men wijst verder naar de laat-Romeinse iconografie en het gebruik van de laat-Romeinse capitalis rustica als schrift om aan te tonen dat de afbeeldingen (ten dele) teruggrijpen op een of meerdere modellen uit de 5de eeuw of daaromtrent. Het gaat echter niet om een kopie hiervan, de afbeeldingen vertonen duidelijk allerlei Karolingische elementen, interesses en interpretaties. Sommigen vermoeden zelfs politieke boodschappen in bepaalde afbeeldingen.

Invloed

De Reimse stijl van het Utrechts Psalter, maar zeker ook de afbeeldingen van bepaalde psalmen, bleven nog decennia lang een inspiratiebron, zeker aan het hof van Karel de Kale (stierf 877). Om nog onbekende redenen kwam het handschrift omstreeks het jaar 1000 in Canterbury terecht, waar het als directe inspiratie diende voor de vervaardiging van het Harley Psalter (11de eeuw), het Eadwine Psalter (12de eeuw) en het Parijse (Anglo-Catalaanse) Psalter (12de eeuw). Het Utrechts Psalter was een trendsetter, dat eeuwen na zijn vervaardiging nog invloed uitoefende op de productie van nieuwe psalters, en dat is uitzonderlijk bij handschriften.

Op weg naar Utrecht

Na de Reformatie kwam het handschrift in handen van de beroemde verzamelaar Robert Cotton (†1631), die het opnieuw liet inbinden, en er twaalf bladen van een evangelie uit Northumbrië uit de vroege 8ste eeuw aan toevoegde – de fragmenten van eveneens een bijzonder handschrift. Ook de ontvreemding van het Psalter uit Cottons collectie en hoe het in de Nederlanden belandde is een opmerkelijk verhaal. Tenslotte kwam het in handen van Utrechter Willem de Ridder, die het in 1716 aan de universiteitsbibliotheek in de Janskerk schonk. Vandaar dat het nu het Utrechts Psalter heet.

Controverses

Het Utrechts Psalter bevat een afschrift van de zogenaamde geloofsbelijdenis van Athanasius, die rond 1870 in Groot-Brittannië de inzet van een verhitte discussie vormde: hoorde deze tekst (ook bekend als Quicumque vult) bij de vroegchristelijke geloofsleer of niet? Zo ja, dan hoorde zij in de anglicaanse kerkdienst, ook al was de de tekst inhoudelijk vele anglicanen een doorn in het oog. De ouderdom van het Utrechts Psalter (laat-Romeins of Karolingisch), met daarin Quicumque vult (fol. 90v-91r) werd als beslissend gezien. Vandaar dat uiteindelijk de Engelse regering de Universiteit Utrecht verzocht of zij in Londen een facsimile mochten laten produceren, zodat het beter bestudeerd kon worden. En daarmee kwam het handschrift in de schijnwerpers te staan. Ook al werd uiteindelijk geconcludeerd dat het Utrechts Psalter in de 9de eeuw thuishoorde, de geloofbelijdenis van Athanasius bleef zijn plaats houden in de anglicaanse kerk. De controverses die het handschrift nu nog oproept, worden vooral uitgevochten onder kunsthistorici.

Een nieuwe presentatie

Tot recentelijk was een facsimile essentieel voor onderzoekers die het handschrift wilden bestuderen zonder daarvoor naar Utrecht te hoeven komen. De oplage daarvan was echter beperkt. In 1996 werd er door de Universiteitsbibliotheek Utrecht een digitale facsimile gemaakt op cd-rom (later ook online), die voor zijn tijd zeer innovatief was. Naast de digitale afbeelding van de pagina’s stond de tekst van de psalm in kwestie in het Latijn, Nederlands, Engels en Frans. Je kon klikken op een psalmvers, en dan werd de afbeelding van dat vers in het handschrift omkaderd.

De cd-rom draait al enige jaren niet meer op moderne software. Zelfs de online versie functioneerde niet goed meer, en werd in 2011 opgeheven. De hernieuwde digitalisering, gefinancierd met steun van de Utrechtse Alumnifonds, is sinds september 2013 zichtbaar via deze website. Er zijn concrete plannen voor een uitgebreide digitale presentatie, waarin onder andere de tekst van de psalmverzen weer wordt gekoppeld aan de afbeeldingen, en die ook een uitgebreide wetenschappelijke inleiding omhelst. Deze wordt in de toekomst op een aparte website gepresenteerd.

Verder lezen

  • Alibert, D., 'Pécheur, avare et injuste. Remarques sur la figure du mauvais roi à l'epoque carolingienne', in: W. Falkowski & Y. Sassier (ed.), Le monde carolingien: bilan, perspectives, champs de recherches. Actes du colloque international de Poitiers, Centre d'Études supérieures de Civilisation médiévale, 18-20 novembre 2004 (Turnhout, 2009), p. 105-120.
  • Benson, G. R., & D. T. Tselos, 'New light on the origin of the Utrecht Psalter', in: The art bulletin 13 (1931), p. 12-79.
  • Bishop, T. A. M., 'A fragment in Northumbrian uncial', in: Scriptorium 8 (1954), p. 111-113.
  • Brantley, J., 'The iconography of the Utrecht Psalter and the Old English Descent into Hell', in: Anglo-Saxon England 28 (1999), p. 43-63.
  • Chazelle, C., 'Archbishops Ebo and Hincmar of Reims and the Utrecht Psalter', in: Speculum 72 (1997), p. 1055-1077.
  • -----, 'Violence and the virtuous ruler in the Utrecht Psalter', in: F. O. Büttner (ed.), The illuminated psalter. Studies in the content, purpose and placement of its images (Turnhout, 2004), p. 337-348.
  • DeWald, E. T., The illustrations of the Utrecht Psalter (Princeton / Londen / Leipzig, [1932]).
  • Dodwell, C. R., 'The final copy of the Utrecht Psalter and his relationship with the Harley and Eadwine Psalters', in: Scriptorium 44 (1990), p. 21-53.
  • Dufrenne, S., Les illustrations du Psautier d'Utrecht. Sources et apport carolingien (Parijs, 1978).
  • Engelbregt, J. H. A., Het Utrechts Psalterium. Een eeuw wetenschappelijke bestudering (1860-1960) (Utrecht, 1965).
  • Gray Birch, W. de, The history, art and palaeography of the manuscript styled the Utrecht Psalter (Londen, 1876).
  • Horst, Koert van der, et al., Handschriften en oude drukken van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek (Utrecht, 1984), p. 206-210 nr. 98.
  • Horst, K. van der, W. Noel & W.C.M. Wüstefeld (ed.), The Utrecht Psalter in medieval art: picturing the psalms of David ('t Goy, 1996).
  • Hulshof, A., 'Het Utrechtsche Psalterium', in: Het boek 3 (1914), p. 116-140; herdruk in: A. Hulshof, Utrechtsche parelen (Utrecht, 1944), p. 5-38.
  • Koehler, W., & F. Mütherich, Die Schule von Reims, 1: von den Anfängen bis zur Mitte des 9. Jahrhunderts. Die karolingische Miniaturen 6.1. 2 vols (Berlijn, 1994).
  • Mayr-Harting, H., 'Was geht im Mönch beim Beten vor? Psalterillustrationen der Hrabanus-Zeit', in: N. Kössinger (ed.), Hrabanus Maurus. Profil eines europäischen Gelehrten. Beiträge zum Hrabanus-Jahr 2006 (Sankt Ottilien, 2008), p. 67-91.
  • Monfrin, F., 'Quelques pistes de réflexion à propos du traitement de la mandorle dans le Psautier d'Utrecht', in: Semitica et Classica 2 (2009), p. 167-201.
  • Tikkanen, J. J., Die Psalterillustration im Mittelalter, I: Die Psalterillustration in der Kunstgeschichte, 3: Abendländische Psalterillustration, der Utrechtpsalter (Helsingfors [Helsinki], 1900). Ook gepubliceerd in de Acta Societas Scientiarum Fennicae 31 (1903). Fotomechanische herdruk: Soest 1975.
  • Utrecht-Psalter. Vollständige Faksimile-Ausgaube im Originalformat der Handschrift 32 aus dem Besitz der Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Utrecht. Codices selecti phototypice impressi 75 (Graz, 1984); samen met K. van der Horst & J. H. A. Engelbrecht, Kommentar.
  • Wormald, F., The Utrecht Psalter (Utrecht, 1953).
BJ, okt 2013
Utrechts Psalter, fol. 1v-2r, psalmen 1-2
Utrechts Psalter, fol. 1v, psalm 1: Beatus vir
Utrechts Psalter, fol. 2r, begin van psalm 1
Utrechts Psalter, fol. 6v, psalm 11
Utrechts Psalter, fol. 30r, psalm 51
Utrechts Psalter, fol. 33r, psalm 58
Utrechts Psalter, fol. 64r, psalm 108
Utrechts Psalter, fol. 82v, psalm 148
Utrechts Psalter, fol. 83r, psalm 149
Utrechts Psalter, fol. 83r, psalm 149
Evangelie fragmenten, fol. 101v-102r: begin van Matteus
Evangelie fragmenten, fol. 105r: begin van Johannes
Wapen van Robert Cotton, achterzijde Hs 32
Robert Cotton (1629?), portret in Trinity College, Cambridge
Hs 32, notitie over de schenking van D(ominus) [Willem] de Ridder, 1716
Logo MOTW

Psalter (Utrechts Psalter(ium)) en Evangeliefragmenten, Hs. 32

  • Reims / Hautvillers, ca. 820-845 (fol. 1-92); Wearmouth-Jarrow in Northumbrië, ca. 700 (fol. 94-105).
  • Perkament, 105 fol., 330 x 255 mm.
  • Karolingische capitalis rustica, titels in unciaal en capitalis quadrata (fol. 1-92); insulaire unciaal, titels in capitalis rustica (fol. 94-105).
  • Latijn; Grieks (fol. 101v)
  • Alle 150 psalmen, 15 cantica en psalm 151 zijn met pentekeningen gedecoreerd (fol. 1-92); cirkelvormige vorm met geometrisch motief in de kleuren groen, blauw en geel (fol. 101v), gouden letters (fol. 102r).
  • Rood marokijnleren band over kartonnen platten, met goudstempeling op de rug; filetlijnen en het wapen van Robert Cotton in het midden van beide platten eveneens in goud.
  • In de 11de en 12de eeuw in Canterbury; collectie van Robert Cotton (1571-1631), met signatuur Claudius.C.7, die het evangeliefragment liet bijbinden; naar de Nederlanden gebracht door Thomas Howard, graaf van Arundel (1585-1646); in 1716 aan de Universiteitsbibliotheek Utrecht geschonken door de Utrechtse patriciër Willem de Ridder (1649-1716).