Een bloemrijk boek

In de eerste helft van de 17de eeuw woedde in Europa een ware ‘tulpomanie’. Bol- en knolgewassen waren in de mode en uitgevers publiceerden hierover tal van boekwerken met al dan niet natuurgetrouwe afbeeldingen. Eén van de bekendste is de Hortus Floridus, in de Nederlandstalige uitgave De Blom-hof getiteld.

Speculatieve handel

Vanaf halverwege de 16de eeuw werd de tulp vanuit Turkije in West-Europa geïntroduceerd. De botanicus Carolus Clusius (1526-1609) speelde in dit proces omstreeks 1600 een belangrijke rol. Al gauw ontstond een levendige belangstelling voor de nieuwe bloem en de verschillende soorten. Als gevolg daarvan kwam een net zo levendige handel op, waarbij voor de tulp als modebloem vaak exorbitant hoge prijzen werden betaald. Werden aanvankelijk de bollen zelf verhandeld, later dreef men handel in nog niet bestaande, toekomstige bollen. Zo ontstond op grote schaal een speculatieve handel tussen kwekers, liefhebbers en gewone burgers. In 1637 maakte een onvermijdelijke crisis echter een einde aan deze windhandel en tulpomanie.

Geslacht van tekenaars en graveurs

Tegen dit decor van een ware rage op het gebied van bloem- en plantgewassen moet de Hortus Floridus geplaatst worden. Algemeen wordt het boek als een meesterwerk bestempeld. De samensteller van de Hortus Floridus, Crispijn van de Passe jr. (1589-1670), stamde uit een geslacht van bekende tekenaars en graveurs. Een deel van zijn leven bracht Van de Passe door in Utrecht. Het grootste deel van de kopergravures tekende en graveerde hij zelf; daarnaast leverden zijn vader Crispijn sr. (ca. 1565-1637) en zijn broers Simon (1595-1647) en Willem (1598-ca. 1637) een belangrijke bijdrage.

Complexe samenstelling

De genese van de Hortus Floridus is erg complex. Geen enkele uitgave is namelijk identiek aan elkaar. In 1923 heeft Spencer Savage een geslaagde poging ondernomen om de Hortus Floridus bibliografisch uit te pluizen. Hij stuitte vooral op wijzigingen in het letterzetsel, gecombineerd met veranderingen in de staten van de kopergravures. De productie van het boek was een continu proces, waarbij de voorraden pagina’s in boekdruk en pagina’s in koperdiepdruk afwisselend uitgeput raakten en weer werden aangevuld. De Hortus Floridus verscheen in vier talen: in het Latijn, Frans, Engels en Nederlands. Afdrukken van de gravures werden tevens los verkocht.

Verschillende staten

Gezien de ingewikkelde bibliografische ontstaansgeschiedenis vond Savage het niet gerechtvaardigd om te spreken van een ‘uitgave’. In plaats daarvan hanteerde hij de term ‘staat’. Deze staten zijn onder meer van elkaar te onderscheiden door het al dan niet aanwezig zijn van Latijnse teksten op de keerzijde van de platen. Op die manier kwam Savage tot vier staten:

  1. Exemplaren met de eerste Latijnse teksten (Utrecht, 1614);
  2. Exemplaren zonder Latijnse teksten (Utrecht, 1615/16);
  3. Exemplaren met Latijnse teksten in gemengde staten (Utrecht of Arnhem, 1616/17);
  4. Exemplaren met opnieuw gezette Latijnse teksten (Arnhem, 1617).

Binnen elk van deze vier staten onderscheidde Savage weer meerdere varianten. Het hier beschreven en gedigitaliseerde Utrechtse exemplaar behoort tot de tweede staat en werd dus vermoedelijk in 1615 of 1616 in Utrecht op de markt gebracht. Savage, die dit exemplaar destijds persoonlijk heeft onderzocht, concludeert dit ook in een handgeschreven briefje dat aan het begin van het boekwerk is bevestigd.

Verschillende drukkers

De Hortus Floridus wekt voorts verwarring door de vermelding van verschillende drukkers en graveurs in het werk. Zo vindt men in de vroegste ‘staten’ naast de namen van de familie Van de Passe ook de impressa van de Arnhemse drukker Jan Jansz. en de Utrechtse drukker Herman van Borculo. Deze exemplaren werden gegraveerd en gedrukt in Utrecht en waren ook te koop in Arnhem. De latere ‘staten’ hebben alleen het adres van Jan Jansz. en zijn vermoedelijk in Arnhem gedrukt. De teksten in de Engelstalige uitgave werden daarentegen weer gedrukt in Utrecht en wel door Salomon de Roy. Mogelijk drukte De Roy ook de Franse tekst.

Informatie uit de tuinen van ‘liefhebbers’

De boekdruk titelpagina van de Hortus Floridus vermeldt: ‘ende door Crispian vande Pas de Ionghe in ordre gebrocht, ende met groote moete naer het leven gecontrefeyt’. En ook volgens de informatie in het voorwerk zijn de bloemgewassen naar het leven getekend. Van de Passe maakte daartoe gebruik van onder meer de tuinen van ‘liefhebbers’ van bloemen en kruiden. Deze liefhebbers worden bij name genoemd, de meeste afkomstig uit Utrecht waaronder Johannes van Wolfswinkel, Willem van de Kemp en Jacobus van Nelthorp. Ook noemt hij personen uit Amsterdam, Haarlem en Leiden, zoals Abraham Castelyn en Carolus Clusius. En in een gedicht eert Van de Passe de liefhebbers:

‘[...] Aenschout doch met verstant / dese Bloemkens seer playsant /
Door groote moeyten hier / met sorghe ghebracht int Lant /
En door des Schilders const / yder voor ooghen ghestelt /
Uyt uwe Hoven schoon / oock uyt het lustelijck Veldt [...]’.

De gegraveerde titelpagina toont verder de beeltenissen van Rembert Dodoens (1517-1585) en de al eerder genoemde Clusius. Beide botanici, toen de meest vermaarde ter wereld, hebben Van de Passe onmiskenbaar beïnvloed.

Inhoud van de Hortus Floridus

De Hortus Floridus bestaat uit twee delen. Het eerste is ingedeeld naar de vier seizoenen en omvat bijna 175 illustraties, hoofdzakelijk van bol- en knolgewassen. Ieder seizoen begint met een ontwerp voor een tuin in Franse stijl. Voorts toont elke plaat twee soorten planten of bloemen. Tulpen maken onderdeel uit van de lentetuin. Het tweede deel, Altera Pars, bevat rond de zestig platen met ongeveer 120 afbeeldingen van vruchtbomen, vruchten en geneeskrachtige planten. Deze illustraties zijn van de hand van Van de Passe jr., naar ontwerpen van zijn vader en van Joannes Woutnel. Het gaat hier om vroeger materiaal, dat ten opzichte van de gravures in het eerste deel, getuigt van een mindere kwaliteit en techniek. De verzameling afbeeldingen is als een soort appendix aan de Hortus Floridus toegevoegd en geven een momentopname van het graveertalent van de nog jonge Van de Passe.

Epigram van Buchelius

Halverwege de Hortus Floridus bevindt zich een fraaie gravure met een ‘epigramma’, een kort en bondig gedichtje met een woordspeling. Dit epigram is gesigneerd door ene ‘AB’ en is waarschijnlijk van de hand van de Utrechtse amateurhistoricus Aernout van Buchel, met wie de familie Van de Passe bevriend was.

Inkleuring door de eigenaar

Het was de bedoeling, zo leert onder meer de tekst op de titelpagina, dat de platen door de eigenaar zouden worden ingekleurd:

‘Noch hier by ghevoecht de manier soomen dese bloemen naer haer eyghen coleuren ofte verven sal illumineren ofte afsetten / tot dienst van alle curieuse Liefhebberen der bloemen’.

In dit exemplaar is die inkleuring slechts bij een enkele afbeelding gebeurd.

Niet volledig

Het Utrechtse exemplaar is helaas niet helemaal volledig. Er ontbreken enkele pagina’s in het voorwerk en ook enkele platen in de Altera pars. De boekdruk titelpagina van dit gedeelte komt daarentegen twee keer voor. Sommige illustraties staan niet in de juiste volgorde of hebben een verkeerd volgnummer in handschrift meegekregen. Niettemin is sprake van een fraai document met heldere gravures.
De Universiteitsbibliotheek Utrecht bezit behalve de hier beschreven Nederlandstalige uitgave ook nog een mooi compleet exemplaar in de Franse taal (MAG: Rariora oct 109 (oblong)). Dit boek is een voorbeeld van Spencers vierde ‘staat’, gedrukt in Arnhem in 1617.

De invloed van de Hortus Floridus

Dankzij Crispijn van de Passes graveertalent neemt de Hortus Floridus een belangrijke plaats in binnen de botanische iconografie. Ten opzichte van het gangbare houtsnedeprocedé gedurende een groot deel van de 16de eeuw bood de koperdiepdruk de kans om planten en bloemen niet alleen accuraat weer te geven, maar ook op een artistieke, picturale manier. Van de Passe heeft die kans met beide handen aangegrepen en een kwalitatief hoogstaande publicatie vervaardigd. Van een puur wetenschappelijke verhandeling is echter geen sprake. Het werk van Van de Passe genoot grote bekendheid, ook in het buitenland. Meerdere malen verschenen navolgingen en kopieën, onder meer door Merian. De Hortus Floridus heeft maar liefst drie eeuwen lang gefunctioneerd als inspiratiebron voor tuinliefhebbers.

Verder lezen

1615/16
Boek
MvE, 2012
Tulpen in de Hortus Floridus
Gegraveerde titelpagina Hortus Floridus
Portret Dodoens op de gegraveerde titelpagina Hortus Floridus
Portret Clusius op de gegraveerde titelpagina Hortus Floridus
Prent van de lentetuin in de Hortus Floridus
Epigram Buchelius in de Hortus Floridus

Den Blom-hof, inhoudende de rare oft ongemeene blommen die op ten tegenwoordighen tijdt by lief-hebbers in estimatie ghehouden werden : ghedeelt naer de vier deelen des jaers ende door Crispian vande Pas de Jonghe in ordre gebrocht, ende met groote moete [!] naer het leven gheconterfeyt [...] (Utrecht UB, MAG: R qu 851 obl (rariora)); Ghedruckt tot Utregt [etc.] : voor Crispijn vande Pas [etc.], 1615/16.

  • Band: Halfperkamenten band over kartonnen platten.
  • Herkomst: Aangekocht in 1892 bij Antiquariaat Van Stockum, Den Haag.