Seks, politiek en godsdienst in zeventiende-eeuws Utrecht

In de jaren 1678–1679 krabbelde een jonge vrijdenker gewaagde notities in een onooglijk opschrijfboekje. Alles wijst erop dat de auteur een Utrechtse student was met goede connecties, al was een politieke rol op dat moment niet aan de orde. Het was iemand met een hang naar onorthodoxe en spannende ideeën, maar met een eclectische instelling. In het openbaar gedroeg hij zich wellicht onberispelijk orthodox.

Een bonte verzameling libertijnse aantekeningen

Dit notitieboekje bevindt zich nu in de Utrechts universiteitsbibliotheek (Hs. 1284). Een kritische editie (met Engelse vertaling) is onlangs bezorgd door Piet Steenbakkers, Jetze Touber en Jeroen van de Ven. Er staan zo’n 170 haastig neergepende aantekeningen in over een breed scala aan onderwerpen, vaak zonder enig verband. De meeste zijn in het Latijn, enkele in het Nederlands. De auteur was kennelijk niet van plan het materiaal dat hij verzamelde te publiceren: dan zou hij, met zijn heftige antiorangisme, zijn vrijpostige opvattingen over de Bijbel en zijn seksuele fantasieën, ook in de problemen zijn gekomen. Het notitieboekje lijkt vooral bedoeld te zijn geweest om informatie en pakkende uitdrukkingen te verzamelen die de auteur om uiteenlopende redenen wilde onthouden. Hij was gefascineerd door al wat nieuw, spannend of sappig was: Spinoza speelt een belangrijke rol in de aantekeningen, en dat geldt nog meer voor de beruchte eroticus Adriaan Beverland, die kennelijk een vriend van de auteur was.

Ongecensureerd

Handschrift 1284 biedt een zeldzaam inkijkje in de ongekuiste fantasieën van een lid van de Nederlandse elite in een periode waarin de samenleving en het denken drastisch veranderden. Deze paar velletjes weerspiegelen de uiteenlopende onderwerpen die een avontuurlijke en pientere, zij het niet briljante geest in de late zeventiende eeuw bezig hielden. Juist het doorsnee karakter van deze aantekeningen en, in combinatie daarmee, de rijk geschakeerde onderwerpen, maken het notitieboekje zo belangwekkend. Het laat zich lezen als het standaardassortiment van thema’s waartoe een jongeman op zoek naar intellectuele spanning zich aangetrokken zou voelen. Het schriftje geeft zo een panoramisch overzicht van het terrein dat door het libertinisme werd bestreken, maar dan gezien door de ogen van een toeschouwer, veeleer dan van een hoofdrolspeler.

Ongeredigeerd

Een ander interessant aspect van het handschrift is het ontbreken van redactionele ingrepen. De auteur pende de meeste aantekeningen spontaan neer. Uit de tekst rijst het beeld op van een min of meer ononderbroken stroom van opwellingen, zonder een vaste, vooraf bepaalde structuur. Literaire en wijsgerige citaten en excerpten worden afgewisseld met roddels en lopende zaken in de lokale, nationale en internationale politiek, zoals de volgende voorbeelden uit de editie aantonen:

 

163. Roterodami cum paranymphus essem, vidi per microscopia domini Harsoecker semen humanum constare totum ex bestiolis viventibus, gelijk de swarte padde of dingentjes met startjes int water: semen gallorum ac volucrium constat ex Anguillis ac vermibus.

Toen ik bruidsjonker was in Rotterdam, heb ik door de microscopen van de heer Hartsoeker gezien dat menselijk zaad geheel uit levende beestjes bestaat, die lijken op de zwarte pad of dingetjes met staartjes in het water. Het zaad van hanen en vogels bestaat uit aaltjes en wormen.

60. Ex terbrugh, Itali trajectensem Papam Adrianum vocarunt papa Coglioni, quia dimittebat amicos suos cum exiguo viatico.

Gehoord van Terbrugh: de Italianen noemden paus Adriaan VI uit Utrecht ‘Papa Coglioni’ (Paus Klootzak), omdat hij zijn vrienden wegstuurde met een miezerige reisvergoeding.

100. Casaubonus habebat ante nomen Johannidis aut alterius cujus significationis, sed cum Italia in diversorio, penem erectum ancillae dedisset in manum illa dixit a cazzo buono Casaubonus hoc aliis narrans, inde postea Casaubonus nactus est.

De naam van Casaubon was eerst Jansen of zoiets, maar toen hij eens in een herberg in Italië was, legde hij zijn stijve penis in de hand van een meid, en die zei ‘A, cazzo buono’ (O, wat een lekkere pik). Casaubon vertelde dit aan anderen, en zo heette hij voortaan ‘Casaubon’.

98. Ex heinsii opinione eva ab Adamo pedicata est et verso corpore subacta et hinc peccatum hoc et mala omnia fluxere.

Naar de mening van Heinsius is Eva door Adam anaal genomen en van achteren overmeesterd, en is hieruit de zonde en al het kwaad voortgekomen.

70. Prins Willem de groote uyt Nassauw gesproten / die is het ontschoten / en staet nu confuys, dit heeft hem verdroten / en klout hij sijn kloten met beijde sijn poten / en komt ons so tuys.

Prins Willem de Grote, uit Nassau gesproten / Die heeft misgeschoten: daar staat-ie, ontdaan / Dat heeft hem verdroten. Hij graait naar zijn kloten / Met hangende poten, zo komt-ie hier aan.

 

Antiorangistisch

Het aantekenboekje verdient ook nadere bestudering als bron voor de geschiedenis van het politieke en intellectuele leven in Utrecht in de jaren na de machtsovername door Willem III. De antiorangistische gevoelens van de auteur zijn opmerkelijk. In bronnen van na 1674 is deze politieke positie ondervertegenwoordigd, om de eenvoudige reden dat het voor iemand met politieke ambities riskant was in het openbaar blijk te geven van zijn afkeer van de prins. Een zorgvuldge reconstructie van een netwerk van geestverwanten van de auteur zou het bestaan van een tegenstroom in het Utrechtse politieke leven aan het licht brengen, naast de door marionetten van Willem gedomineerde hoofdstroom.

Verder lezen

Steenbakkers, Piet, Jetze Touber & Jeroen van de Ven, ‘A clandestine notebook (1678–1679) on Spinoza, Beverland, politics, the Bible and sex’, Lias 38/2 (2011), p. 225-365.
online beperkt toegankelijk (doi: 10.2143/LIAS.38.2.2159017).

Piet Steenbakkers, Jetze Touber en Jeroen van de Ven, 2012
Ms. 1284, band
Ms. 1284, 1r
Ms. 1284, 2r, citaat van Beverland
Portret van Beverland, een vriend van de auteur, door Arie de Voys, Rijksmuseum, Amsterdam (Wikipedia)

[Anoniem Utrechts aantekenboek: Fragment van dagelijkse aantekeningen van een aanzienlijk persoon te Utrecht]. Hs. 1284 (6 H 13)

  • Utrecht, 1678-1679.
  • Papier, 14 ff., c. 155x96 mm.
  • Modern schrift, cursief.
  • Latijn en Nederlands.
  • Kartonnen band met gemarmerd papier, laat 18de-eeuws.
  • Overgebracht van het Provinciaal (Rijks)archief van Utrecht naar de Universiteitsbibliotheek Utrecht in 1882.
  • P. A. Tiele, Catalogus codicum manu scriptorum bibliothecae universitatis Rheno-Trajectinae [Vol. 1] (Utrecht & The Hague, 1887), p. 306, veronderstelt verkeerd dat de auteur Johan van Nellesteyn kan zijn.