O, was ik maar een martelaar …

Je wordt met een steen om je nek in de zee gegooid; of met stokken en zwaarden doodgegeseld; in het vuur gegooid, en als dat niet helpt gekruisigd; voor de leeuwen geworpen; of vanuit het raam in een put gesmeten … Martelaar word je niet zomaar. Er kwam veel pijn en geweld bij kijken, maar bleef je getuigen van je geloof, dan was de beloning er ook naar: een heiligverklaring, een plaats in de hemel, en eeuwenlange herdenking van je opofferingen. De herdenkingen werden bijeengebracht in een martyrologium, welke ook andere informatie kan 'herdenken' ...

Martelaar gemarteld

Ons woord 'martelaar' komt van het Grieks mártys ‘getuige’, en betekent in een christelijke context iemand die sterft omdat hij of zij getuigenis geeft van het christelijk geloof. In de tijd dat Christenen in het Romeinse Rijk werden vervolgd ging dit veelal gepaard met fysieke kwellingen – men werd gemarteld of kwam op een andere manier aan een gewelddadig einde. De eerste martelaar was Stephanus (St Steven), wiens steniging door de Joden wordt verteld in de Handelingen van de Apostelen 6:8-8:2. Zijn naam betekent letterlijk ‘Kroon’, vandaar dat in de teksten wordt gezegd dat iemand met het martelaarschap wordt ‘gekroond’. Wellicht de meest bekende martelaar is de door pijlen doorzeefde Sebastiaan, die door veel beroemde kunstenaars is geschilderd.

Diehards

Verschillende martelaren waren echte diehards. De vervolgingen van keizer Diocletianus (in 303) hadden de broers Cosmas en Damianus tot slachtoffer. Zij overleefden echter martelingen, ketens en kerkers, en bleven miraculeus in leven nadat ze in de zee waren gegooid. Ook de brandstapel wilde niet helpen, dus werden ze op 27 september aan het kruis genageld, gestenigd, met pijlen doorboord, en tenslotte onthoofd. Twee andere martelaren, Martianus en Satirianus, werden samen met hun twee broers met knuppels bewerkt en tot hun beenderen toe doorstoken, maar steeds heelden ’s nachts hun wonden weer, en begon de hele behandeling weer opnieuw. Op 16 oktober werden zij tenslotte met hun voeten door een touw aan een vierspan gehangen en door doornenstruiken gesleurd, en dat bleek afdoende.

Martyrologia

Dergelijke verhalen vinden we verzameld in martyrologia. Bij iedere dag staat welke martelaren die dag stierven voor hun geloof, de meesten ten tijde van de vervolgingen onder Romeinse keizers. Het zijn summiere stukken, van velen bestonden passies of andere verhalen die de lotgevallen meer uitgebreid vertelden. Kerken en kloosters konden aan martelaren worden gewijd, en vaak ging dat gepaard met het (vermeende) bezit van een relikwie van de martela(a)r(en) in kwestie, van een vingerkootje tot een complete collectie beenderen aan toe.

Orde

Door de lokale verering van bepaalde martelaren ontstonden er al in het vroege Christendom lokale verschillen tussen de feestdagen die met bepaalde martelaren werden geassocieerd. Sommigen werden zelfs op verschillende data herdacht. Om orde te scheppen in de verscheidenheid aan herdenkingen die in verschillende regio’s gangbaar werden, werden er ‘universele’ martyrologia samengesteld, zoals het Martyrologium Hieronymianum. In de tweede helft van de 9de eeuw compileerde Usuardus een martyrologium dat zeer invloedrijk bleek te zijn. Toen in 1098 de cisterciënzer orde in de abdij van Cîteaux (nabij Dijon) werd gesticht, was er behoefte aan een eigen martyrologium dat aan hun eigen behoeften voldeed. Usuardus’ martyrologium werd hiervoor als basis gebruikt.

Vijf losse bladen

Een versie van het cisterciëzner martyrologium bevindt zich in de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Dat wil zeggen, vijf bladen ervan. Het oorspronkelijke handschrift uit de 13de eeuw is ooit gebruikt om vijf boeken uit de 18de eeuw mee in te binden. Samen beslaan ze geheel of gedeeltelijk 10-14 en 19-22 april, 23-26 en 26-30 september (aaneengesloten) en 13-17 oktober.

Notitie in de marge

Er bestaan tientallen zo niet honderden middeleeuwse martyrologia van de cistercïenzer orde, en tekstueel zijn de vijf bladen niet zo bijzonder. Toen een groep van zes studenten voor een college de fragmenten transcribeerden, kwamen ze tot een opmerkelijk ontdekking. In de marge van één van de bladen stond een tekst die een licht wierp op de bijzondere herkomst van het oorspronkelijke handschrift. Bij 29 september staat vermeld (in vertaling):

'Door goddelijke gratie is hier (op deze dag) het begin van de stichting van de abdij Herkenrode van de cisterciënzer orde. In het jaar onzes Heren 1192, tijdens het keizerschap van Hendrik, (en) tijdens de regering van Albert, bisschop van Luik. Ter goede nagedachtenis van de meest vrome graaf Gerard van Loon, beschermheer van dezelfde plaats (Herkenrode), die op de vierde Nonae van november (2 november) stierf. Moge zijn ziel in vrede rusten'.

Herkomst uit Herkenrode

Het cisterciënzer vrouwenklooster Herkenrode ligt nabij Hasselt in Belgisch Limburg. Er waren tot de ontdekking van de studenten slechts drie handschriften bekend uit deze abdij, uit 1423, ca. 1525 en 1544. De fragmenten zijn echter in de tweede helft van de 13de eeuw te dateren, en vormen dus het oudste bekende handschriftelijk materiaal dat er uit is overgeleverd. En dat niet alleen, het geeft als enige bron de stichtingsdag van het klooster, 29 september, en is de oudste bron voor de stichtingsdatum van 1192, waar in enkele latere bronnen alleen 1182 als zodanig wordt genoemd. Ook de sterfdag van Gerard van Loon was verder onbekend. Zo zijn de fragmenten toch nog bijzonder te noemen.

Ontsluiting

Het werkstuk met de transcriptie en analyse door de studenten Bastiaan Uijttewaal, Marisa Mol, Erin Vrijer, Julia Franken, Matthea Blok en Marianna Kersten, zoals geredigeerd door Bart Jaski en Sigrid Lussenburg, is hier te downloaden. Hierin wordt ook dieper ingegaan op de fragmenten, hun herkomst en de notitie in de marge. Het is passend dat via een notitie in dit Herkenrodense martyrologium de herinnering aan de stichting en de stichter levend kunnen worden gehouden.

Verder lezen

  • Baerten, J., Het graafschap Loon (11de – 14de eeuw): ontstaan – politiek – instellingen (Assen 1969).
  • Bussels, Mathieu, ‘Over het ontstaan der abdij van Herkenrode’, in Het oude land van Loon 1 (1946), p. 20-26.
  • Daris, Joseph, Histoire de la bonne ville, de l’église et des comtes de Looz, suivie de biographies lossaines. 2 vols (Luik 1864-1865).
  • Hendrix, Guido, Bibliotheca auctorum traductorum et scriptorum Ordinis Cisterciensis. Vicariatus Generalis Belgii, tomus primus (Leuven 1992).
  • Mannaerts, Pieter, ‘Hervormingen, handschriften, hosties en heilige vrouwen: het cisterciënzer gregoriaans in de Lage Landen’, Vlaanderen 59 (2010), p. 493-498.
  • Overgaauw, Eef A., Martyrologes manuscrits des anciens diocèses d'Utrecht et de Liège: étude sur le développement et la diffusion du Martyrologe d'Usuard. 2 vols (Hilversum 1993).
  • Rochais, Henri (ed.), Le Martyrologe cistercien de 1173-1174 d’après le manuscrit Dijon 114(82). 2 vols. Documentation cistercienne 19 (s.n. 1976).
  • Uijttewaal, Bastiaan; Marisa Mol, Erin Vrijer, Julia Franken, Matthea Blok & Marianna Kersten, 'Fragmenten van een martyrologium uit de abdij Herkenrode. Een transcriptie en analyse van Utrecht, Universiteitsbibliotheek, Hs. fr. 7.20-7.24' (ed. Bart Jaski & Sigrid Lussenburg). Stage werkstuk (Utrecht 2012 / 2013).
BJ, dec 2013
Hs. fr. 7.20r
Hs. fr. 7.20v
Hs. fr. 7.23v
Hs. fr. 7.21v: penwerk
Hs. fr. 7.23v: deel van de notitie in de marge

Martyrologium cisterciense (fragmenten), Utrecht, Universiteitsbibliotheek, Hs. fr. 7.20-7.24

  • Herkenrode, Cisterciënzer abdij, ca. 1200-1250.
  • Perkament, 5 ff., origineel ca. 360 x 250 mm., bijgesneden om als schutblad te dienen voor de drie delen van Reinerus Sasserath, Cursus theologiae moralis, en twee delen van een onbekend werk over theologia.
  • Gotische textualis met twee latere toevoegingen in de marge.
  • Latijn.
  • Drie initialen met penwerk die gezichten uitbeelden (7.20v, 7.21v en 7.23v).
  • De marginale noot op 7.23v toont aan dat het martyrologium was gebruikt in Herkenrode en geeft de stichtingsdatum van de abdij als 29 september 1192.