Vlees noch vis? : een zeldzame editie van Renards 'Natuurlyke Historie' (1782)

Een bonte verzameling van spectaculaire afbeeldingen van honderden vissen, schaaldieren, wandelende takken en zelfs een heuse zeemeermin. De Amsterdamse boekhandelaar en –uitgever Louis Renard (1678/79-1746) nam ze vanaf 1719 op in zijn zoölogische publicatie Poissons, Ecrevisses et Crabes […], beter bekend onder de voortitel Histoire Naturelle of Natuurlyke Historie. Op het eerste gezicht lijken de surrealistische zeedieren – die zouden leven in de Oost-Indische wateren – volledig ontsproten aan een fantasierijke geest, maar is dat daadwerkelijk zo? Een rondgang door de kleurrijke en wonderbaarlijke wereld van Renards Natuurlyke historie via de zeldzame derde editie uit 1782 biedt een antwoord op die vraag.

Exacte wetenschap?

In de tijd dat de Natuurlyke Historie verscheen, was er wetenschappelijk nog amper iets bekend over het zeeleven in de Oost-Indische wateren. Men moest het doen met sporadische vermeldingen in de algemene botanische werken van bijvoorbeeld Clusius (1605), Boutius (1658), Nieuhof (1682) en De Bruin (1711/14). Renard wilde hier verandering in aanbrengen en pretendeerde met zijn Natuurlyke Historie één van de eerste systematische overzichten van de Oost-Indische vissen te bieden. De publicatie vormt daarmee een product van het nieuwe verlichtingsdenken met een streven naar exacte wetenschap. Maar in hoeverre is de Natuurlyke Historie exact te noemen? De opname van bijvoorbeeld een zeemeermin kan toch bezwaarlijk als wetenschappelijk aangemerkt worden?

Tekeningen van Fallours

Van Renards boekwerk verschenen in de 18de eeuw drie edities, die alle dezelfde afbeeldingen bevatten. Het gaat dan om in totaal 460 gegraveerde illustraties, gedrukt vanaf honderd koperplaten: 415 vissen, 41 schaaldieren, twee wandelende takken, één Indische zeekoe en één zeemeermin. Ze representeren tropische soorten uit Oost-Indië, die volgens de tekst naar de werkelijkheid zijn getekend op het eiland Ambon in de Zuidelijke Molukken door Samuel Fallours, een kunstenaar in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De originele tekeningen verwierf Renard, die zelf voor zover bekend nooit grote buitenlandse reizen maakte, van verschillende personen. Deze lieden transporteerden de tekeningen in 1708 en 1715 naar Holland.

Eerste editie bij Renard (1719)

De geschiedenis en genese van Renards opmerkelijke publicatie is grondig onderzocht door Pietsch (1993 en 1995). Deze tekst steunt dan ook hoofdzakelijk op diens onderzoeksresultaten.
De eerste, Franstalige editie van de Natuurlyke Historie verscheen in 1719 bij Renard in een oplage van honderd exemplaren, waarvan er vandaag de dag nog veertien bekend zijn. Het exemplaar dat in het bezit is van The Warnock Library is gedigitaliseerd en staat online. De eerste editie bestaat, net als overigens de andere edities, uit twee delen en bevat onder andere een opdracht aan koning George I van Engeland – Renard trad ook op als agent van de Britse kroon – en een advertentie waarin de authenticiteit van de inhoud wordt benadrukt.

Tweede editie bij Ottens (1754)

In 1754 publiceerde het Amsterdamse uitgevershuis van Reinier en Josua Ottens de tweede editie van de Natuurlyke Historie, eveneens in het Frans. Waarschijnlijk was ook voor deze editie een oplage van honderd exemplaren gepland; van 33 exemplaren is het bestaan vastgesteld. Ten opzichte van de eerste editie werd de titelpagina licht aangepast en kreeg de publicatie een uitgebreid voorwoord door naturalia-verzamelaar Arnout Vosmaer (1720-1799) en een reeds voor 1719 geschreven inleiding van Renard. De volgorde van de inhoud van de overgeleverde exemplaren van de tweede editie is nogal variabel. Mogelijk komt dit doordat de firma Ottens niet alleen de oude koperplaten uit de nalatenschap van Renard verwierf (en er nieuwe afdrukken van maakte), maar ook 30 of 36 sets nog ongebonden en niet-ingekleurde afdrukken van de eerste editie. De tweede editie werd verkocht voor vijftig gulden per stuk. De vis werd toen dus ook al duur betaald!

Utrechtse bemoeienis met de derde editie (1782)

Meest zeldzaam is de hier getoonde derde ‘editie’ van de Natuurlyke Historie, die in 1782 verscheen bij de Utrechtse uitgever Abraham van Paddenburg en de Amsterdamse uitgever Willem Holtrop. Pietsch noemt slechts zes bekende exemplaren, waaronder dat van de Universiteitsbibliotheek Utrecht, en wijt de zeldzaamheid vooral aan het feit dat de publicatie onvoltooid is gebleven. Ten opzichte van de eerste en tweede editie is al het voorwerk bij de derde editie vervangen door korte Nederlands- en Franstalige synoniemen en beschrijvingen in twee kolommen, geschreven door de Nederlandse medicus en natuurhistoricus Pieter Boddaert (1733-1795). De teksten van Boddaert refereren echter alleen aan de afgebeelde vissen en schaaldieren in het eerste deel. Niettemin bevatten de meeste overgeleverde exemplaren van de derde editie afdrukken van alle honderd koperplaten.

Handgeschreven titelpagina

Ook het Utrechtse exemplaar van de derde editie telt honderd koperdiepdrukken en toont dus alle beschikbare afbeeldingen van het Oost-Indische zeeleven. Pas in 1985 kwam boven water dat met dit exemplaar de zeldzame uitgave van 1782 is gemoeid; vóór die tijd werd het abusievelijk aangezien voor de editie van 1754. Geheel vreemd was dit niet, omdat het Utrechtse exemplaar begint met een handgeschreven titelpagina die een directe kopie lijkt te zijn van de titelpagina van de tweede editie en ook zo gedateerd is. Wie deze titelpagina heeft vervaardigd, is helaas in nevelen gehuld. In elk geval is het boek in de Utrechtse universiteitsbibliotheek terecht gekomen via de collectie van de in 1821 gestichte Rijksveeartsenijschool. In 1925 werd de opleiding en collectie als Veeartsenijkundige Faculteit ondergebracht bij de Universiteit Utrecht.

Tekortkomingen?

Renards Natuurlyke Historie moet aanvankelijk zijn beschouwd als wetenschappelijk standaardwerk. Maar die eer was slechts van korte duur en het werk werd door 19de en 20ste-eeuwse biologen en zoölogen vrijwel genegeerd. Weliswaar dichtten zij het werk een esthetische en cultuur-historische waarde toe, maar in wetenschappelijk opzicht kwam de publicatie volgens hen ernstig tekort. Geheel verwonderlijk is die receptie niet; de meeste afgebeelde zeedieren kennen een erg overdreven weergave en bevatten tal van onrealistische verfraaiingen. De schubben van sommige vissen zijn bijvoorbeeld voorzien van hartjes, sterretjes, zonnetjes en maantjes. Zelfs plaatjes van potplanten sieren de vissen, terwijl in de kop van een zeeluis een menselijk gezichtje is te herkennen!

Kopieën van kopieën van kopieën

De meegegeven kleuren van de vissen blijken ook bepaald arbitrair. De kunstenaar Fallours maakte door middel van duplicatie meerdere sets van tekeningen. Hij steunde daarbij voor zijn illustraties op bestaande collecties manuscripttekeningen, die vaak ook weer gekopieerd waren. De tekeningen van het eerste deel waren aldus gebaseerd op de collectie van Balthasar Coyett, voormalig gouverneur en directeur van Ambon en Banda. Die van het tweede deel op de collectie van Adriaen van der Stel, gouverneur van de Molukken. Door het meerdere keren kopiëren nam de foutgevoeligheid zienderogen toe. Daarnaast heeft Fallours waarschijnlijk geprobeerd om half vergane vissen te reconstrueren, waardoor sommige exemplaren uit twee vissoorten lijken te bestaan. Pietsch vermoedt tevens dat Fallours de meer spectaculaire afbeeldingen in Europa beter aan de man kon brengen.

Eetbare vissen?

Behalve de afbeeldingen in de Natuurlyke Historie blijken ook de bijbehorende beschrijvingen vaak allesbehalve accuraat. Sterker nog, veel beschrijvingen zijn anekdotisch met een soms grote amusementswaarde. Verschillende vissen worden beoordeeld op hun eetbaarheid en bij sommige wordt een recept voor de bereiding gegeven. Van de ‘Ican Tomtombo’ of straalvinnige koffervis (deel II, nr. 24) wordt beweerd, dat hij voor Europeanen niet te eten is vanwege de olieachtige smaak en de stank. De inheemse bevolking zou er daarentegen stoofpot van maken …

Vreemde ‘vissen’ in Fallours’ huis

Afgezien van het eetbare karakter van de vissen, vermeldt Fallours nog andere wetenswaardigheden die soms de wenkbrauwen doen fronsen. In de beschrijving over de Sambia of ‘Loop-Visch’ (deel II, nr. 33) vertelt hij: ‘Ik hield het dier drie dagen in huis: het volgde mij overal trouw, net als een klein hondje.’ En bij de al eerder gememoreerde zeemeermin (deel II, nr. 240) staat geschreven, dat zij werd gevangen op het eiland Boeroe of Buru bij Ambon. In het huis van Fallours zou de zeemeermin gedurende vier dagen en zeven uren hebben geleefd in een bak met water. Met enige regelmaat slaakte zij daarbij kreetjes als een muis. Uiteindelijk stierf zij van de honger, omdat zij niet wilde eten.

Relatie tot bestaande zeedieren

Gezien de talrijke fantasieën en onvolkomenheden is het niet zo vreemd, dat Renards Natuurlyke Historie geen grote wetenschappelijke invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de mariene zoölogie. Geen van de 460 illustraties vormt immers een accurate weergave van een levende zeediersoort. Toch toont Pietsch aan, dat – afgezien van de foutieve inkleuring en anatomische gebreken – het merendeel van de afbeeldingen wel degelijk in relatie staat tot bestaande zeedieren. Op basis van kleurpatronen, bepaalde soortkenmerken en ‘enige zoölogische intuïtie’ is ongeveer zestig procent te herleiden tot soorten, ruim twintig procent tot een bepaald geslacht en tien procent tot een zekere familie. Nog geen tien procent blijkt dus te berusten op pure fantasie.

Wetenschappelijk?

Al met al mag Renards Natuurlyke Historie niet zonder meer worden afgedaan als een onwetenschappelijke publicatie. Het werk heeft zeker wetenschappelijke inhoud, waarbij de figuren weliswaar overdreven en soms onherkenbaar zijn doch grotendeels gebaseerd op natuurlijke objecten. Het is daarnaast één van de zeldzaamste werken op het terrein van de natuurlijke historie en het vroegst bekende werk met ingekleurde afbeeldingen van vissen. Soms erg merkwaardig ingekleurde en gevormde vissen, dat wel …

Verder lezen

1782
Boek
MvE, 2014
Plaat uit Renards 'Natuurlyke Historie', 1782
Illustratie van een zeemeermin in Renards 'Natuurlyke Historie', 1782
Plaat uit Renards 'Natuurlyke Historie', 1782
Handgeschreven titelpagina in het Utrechtse exemplaar van Renards 'Natuurlyke Historie', 1782
Plaat uit Renards 'Natuurlyke Historie', 1782
Koffervis in Renards 'Natuurlyke Historie', 1782
Loopvis in Renards 'Natuurlyke Historie', 1782
'Zonnige' vis in Renards 'Natuurlyke Historie', 1782

[Louis Renard, Natuurlyke historie der Indische zeeën; behelsende de visschen, kreeften en krabben van verschillende kleuren en buitengewoone gedaanten van de an de Moluksche eilanden en op de kusten der zuidlyke landen. – Utrecht ; Amsterdam : A. van Paddenburg en W. Holtrop, 1782] (Utrecht UB, MAG: AB 550 (Rariora)).

  • Moderne band van half perkament en gemarmerd papier over kartonnen platten.
  • Uit het bezit van de in 1821 in Utrecht opgerichte 's Rijksveeartsenijschool (vanaf 1918 Veeartsenijkundige Hoogeschool), die vanaf 1925 als Faculteit Diergeneeskunde deel uitmaakt van de Universiteit Utrecht.