Stadsgeschiedenis

De Universiteitsbibliotheek Utrecht heeft van oudsher een belangrijke band met de stad Utrecht.

De collecties van de Utrechtse klooster- en kapittelbibliotheken kwamen vanaf 1584 in de stadbibliotheek (sinds 1636 universiteitsbibliotheek) terecht. De kern wordt gevormd door theologische en liturgische teksten. Zij geven informatie over de geschiedenis en cultuur van de Utrechtse kloosters en kapittels die in de middeleeuwen zo toonaangevend waren in de stad. Maar ook in de latere periode zijn er belangrijke werken over Utrecht in de Bijzondere Collecties te vinden.

In de 16e en 17e eeuw werd de geschiedenis van Utrecht en haar families bestudeerd door onder anderen de vrienden Arnold Buchelius (1565-1641) en Gijsbert Lapp van Waveren. Buchelius was een zeer actieve historicus die tientallen handschriften heeft nagelaten. Deze bevatten bijvoorbeeld beschrijvingen en tekeningen van monumenten en inscripties in Utrecht en omgeving. Veel daarvan is naderhand verloren gegaan.

Ook noteerde hij boeken vol over de genealogie van vooral Utrechtse en Hollandse families, met informatie die nergens anders voorhanden is. Zijn genealogische interesses werden voortgezet door Cornelis Booth (1605-78), de eerste bibliothecaris van de universiteitsbibliotheek. De historische informatie wordt aangevuld door kaarten van Utrecht uit de 16e en 17e eeuw. Ook een groot aantal gedrukte bronnen over de geschiedenis van Utrecht behoren tot de collectie, inclusief oude en locale tijdschriften (zie de database Sabine).

Tot het thema stadsgeschiedenis behoort ook de geschiedenis van de Universiteit Utrecht.

Naast objecten die in het bezit zijn van het Universiteitsmuseum, komt de universiteitsgeschiedenis tot leven in de verzameling collegedictaten en hoogleraararchieven in de Bijzondere Collecties. De grote collectie collegedictaten strekt zich uit van de 17e tot aan de 20e eeuw, en beslaat vrijwel alle vakgebieden, met als zwaartepunten diergeneeskunde, geneeskunde, theologie en rechten.

De hoogleraararchieven hebben niet alleen betrekking op het wetenschappelijke werk van professoren, maar vaak ook op hun persoonlijk leven, inclusief bijvoorbeeld dagboeken, foto’s, diploma’s, lezingen, levenbeschrijvingen en correspondentie. Het uitgebreide archief van de Utrechtse historicus Pieter Geyl (1887-1966) is hier een belangrijk voorbeeld van.

Utrecht in Civitates orbis terrarum (1572), MAG : T fol 212 Lk (Rariora)

Items voor dit thema

 De Utrechtse bibliothecar...
De Utrechtse bibliothecaris draagt zijn steentje bij
 De Gouden Eeuw van Utrech...
De Gouden Eeuw van Utrecht?
 De handschriften van Buch...
De handschriften van Buchelius
 Een controversieel pontif...
Een controversieel pontificale
 Dwalen door Utrecht rond ...
Dwalen door Utrecht rond 1650
 Het sacramentarium van Od...
Het sacramentarium van Odilbald?
 Oude dagboeken vernieuwd
Oude dagboeken vernieuwd
 Buchelius als ouderling
Buchelius als ouderling
 Seks, politiek en godsdie...
Seks, politiek en godsdienst in zeventiende-eeuws Utrecht
 Middeleeuwse medische man...
Middeleeuwse medische manuscripten
 De Utrechtse monumenten d...
De Utrechtse monumenten door de ogen van een ‘valsaard’
 Bleuland en Lodewijk Napo...
Bleuland en Lodewijk Napoleon
 Shakespeare en de Zwaan
Shakespeare en de Zwaan

Gedigitaliseerde items voor dit thema

Weergeven