Utrechtse meesterwerken op perkament

Utrecht was in de late middeleeuwen hét centrum van handschriftdecoratie in de Noordelijke Nederlanden. De Utrechtse meesters illumineerden een groot aantal handschriften in een specifieke, herkenbare stijl. Vooral mooi versierde getijdenboeken vonden gretig aftrek bij de elite in de Lage Landen en daarbuiten.

De Utrechtse meesters worden vaak aangeduid met een noodnaam, omdat hun identiteit onbekend is. De noodnaam is ontleend aan een bekende opdrachtgever, een beroemd werk of een typische stijl. Bij sommige noodnamen kan het gaan om meerdere personen die eenzelfde stijl hanteerden of die navolgden.

Al vanaf de late 11de eeuw zijn er handschriften overgeleverd die (waarschijnlijk) in Utrecht zijn gedecoreerd. In de 14de eeuw kunnen we individuele meesters herkennen, maar pas in de 15de eeuw wordt Utrecht een belangrijk productiecentrum van gedecoreerde handschriften, met een tiental vermaarde meesters aan het werk.

In de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht bevindt zich het Getijdenboek van Kunera van Leefdael (Hs. 5 J 26), verfijnd gedecoreerd door de Meester van de Morgan Kindheidscyclus. Deze meester was een tijdgenoot van de Meester van Otto van Moerdrecht. Een van diens meesterwerken is de illuminatie van een afschrift van Postilla in Prophetas van Nicolaus de Lyra (Hs. 252).

Dit handschrift werd door Otto van Moerdrecht, kanunnik van het Domkapittel, in 1424 aan het kartuizerklooster Nieuwlicht geschonken. De Meester van Otto van Moerdrecht werkte samen met de Meester van Zweder van Culemborg aan de productie van het Egmont Brevier, waarvan de Bijzondere Collecties ook een blad bezit (Hs. 12 C 17).

De Meester van Zweder van Culemborg decoreerde rond 1430 ook een getijdenboek voor een onbekende afnemer (Hs. 1037) en een afschrift van Augustinus’ Confessiones (Hs. 41). De meest beroemde Utrechtse verluchter is ongetwijfeld de Meester van Katharina van Kleef, die rond 1450 ondermeer het fraaie Liber pontificalis (Hs. 400) verluchtte. Zijn medewerkers decoreerden een afschrift van Gregorius de Grote’s Moralia in Job (Hs. 87), waarbij vreemde wezens worden afgebeeld.

In het derde kwart van de 15de eeuw decoreerde de Meester van Gijsbrecht van Brederode een getijdenboek in opdracht van de Domkanunnik Jacobus Johannes IJsbrandus (Hs. 15 C 5). Zijn tijdgenoot, de Meester van Yolande van Lalaing, decoreerde minstens twee pagina’s van een groot missaal (Hs. 403) van het Mariakapittel.

Een van de laatste belangrijke Utrechtse meester is Antonnis Rogiersz. Uten Broec (ook bekend als de Meester van de Bostonse Stad Gods), die vooral in de jaren 1460 actief was. Hij decoreerde onder andere een getijdenboek (Hs. 5 J 27) en een afschrift van Augustinus’ Confessiones (Hs. 40).

In de handschriften van deze meesters komt Utrechts penwerk voor, inclusief de typische Utrechtse draakjes. Aan de periode van de Utrechtse meesters van de handschriftverluchting kwam vrij abrupt een einde in de jaren 1470. Ook de eerste Utrechtse boekdrukkers vertrokken toen uit de stad.

De leidende positie op cultureel gebied die Utrecht voor lange tijd had genoten, kwam daarmee ten einde.

Utrechtse meesterwerken op perkament

Items voor dit thema

 Sint Maarten, Sint Maarte...
Sint Maarten, Sint Maarten
 De Meester van Zweder van...
De Meester van Zweder van Culemborg
 Een controversieel pontif...
Een controversieel pontificale
 Gouden balletjes met wimp...
Gouden balletjes met wimpers
 De moraal van Job
De moraal van Job
 Gebruikssporen in een twa...
Gebruikssporen in een twaalfde-eeuwse collectarius