Tegeltjeswijsheid of universitaire opleiding?

Hs. 679 van de Universiteit Utrecht oogt goed gebruikt. Veel pagina’s zijn vuil van het vele omslaan van de bladen, er staan nogal wat krabbels in de kantlijnen en sommige pagina’s zijn gevouwen en gescheurd. Boeken waren echt gebruiksvoorwerpen en soms is dat goed te zien. Hs. 679 is als naslagwerk gebruikt en lijkt door vele handen te zijn gegaan. Door wie is dit geneeskundige handschrift zo intensief geraadpleegd?

Tegeltjeswijsheden

De Aphorismi van Hippocrates vormen het grootste deel van het handschrift. Hippocrates is één van de grondleggers van middeleeuwse en moderne geneeskunde. Artsen leggen nog steeds een beroepseed af die is geïnspireerd op de ‘eed van Hippocrates’. Daarmee beloven zij om plichtsbewust en gewetensvol hun beroep uit te oefenen. De eed die tegenwoordig wordt afgelegd lijkt nog bar weinig op die van Hippocrates, die zijn leerlingen rond 400 voor Christus liet zweren bij Apollon, Asclepius, Hygieia en Panacea. Het onderliggende concept van ethisch en moreel handelen blijft echter wel bewaard.

Niet alleen in de ethische inslag is Hippocrates grondlegger van de geneeskunde. Hij legde ook de basis voor een “op empirie gebaseerde geneeskunde met wetenschappelijke basis” (Huizenga 2003, 331). Dat wil zeggen dat door veelvuldig waarnemen een soort algemene kennis wordt vastgesteld. De Aphorismi is een verzameling van dit soort algemene kennis en komt een beetje over als een encyclopedie van medische tegeltjeswijsheden. Je vindt er namelijk dingen als “spontane lusteloosheid wijst op ziekte” (Aphorismi 2:5), “in acute ziekten is kou van de extremiteiten slecht” (7:1) en “bij de heftigste ziekten zijn de heftigste behandelingen het beste” (1:6). Dit soort universele waarheden werden in de middeleeuwen nog steeds veel gebruikt en toegepast. Vandaar dat Hs. 679 flink wat gebruikssporen heeft.

Een universitaire opleiding

Behalve de Aphorismi bevat Hs. 679 nog twee andere teksten: De Regimine Acutorum, ook van Hippocrates, en de Ars Parva van Galenus. Dit soort teksten komen in de dertiende en veertiende eeuw regelmatig gezamenlijk voor in naslagwerken die werden gebruikt door zowel artsen als studenten. Al in de twaalfde en dertiende eeuw waren de Aphorismi en de Ars Parva onderdeel van een medische leerweg die aan de universiteit van Salerno werd gegeven. Deze teksten waren eerst vanuit het Grieks in het Arabisch vertaald, en daarna in het Latijn.

Articella

In deze periode heeft een aantal teksten zich ontwikkeld tot een vrij vaste kern in de medische basisopleiding. Later, in de vijftiende eeuw en zestiende eeuw, zijn deze teksten met enige regelmaat gedrukt onder de naam Ars Medica, of Articella. De meest essentiële werken die hier onderdeel van uitmaken en die in de twaalfde en dertiende eeuw aan populariteit wonnen, zijn de volgende:

  • Johannitius, Isagoge
  • Hippocrates, Aphorismi
  • Hippocrates, Prognosticon
  • Theophilus, De Urinis
  • Philaretus, De Pulsibus
  • Galenus, Ars Parva

In de loop van de dertiende of de veertiende eeuw voegde De Regimine Acutorum zich bij deze collectie basiskennis, en gezamenlijk worden deze teksten dan onderdeel van de Articella. Ook buiten Salerno werden deze teksten beschouwd als een goede basis voor de arts in opleiding. Ze waren opgenomen in het oudst bekende studieplan van Parijs, en in Bologna werd er zelfs een soort examen afgenomen over de Aphorismi en de Ars Parva (Baader 1969, 22-23).

De ontwikkeling van de verzameling teksten die bekend zou komen te staan als de Articella heeft dus enige tijd in beslag genomen. Het zou interessant zijn om te onderzoeken hoe die ontwikkeling het ontstaan van Hs. 679 heeft beïnvloed. Waar is het handschrift geschreven en gebruikt, en waarom zijn juist deze drie teksten bij elkaar gebonden? Dit zijn vragen die zich zeker nog lenen voor verder onderzoek.

Studieboek

Hs. 679 lijkt duidelijk bedoeld te zijn als een naslagwerk, misschien zelfs wel als studieboek. De teksten zijn samen met een commentaar gekopieerd. Elk onderdeel van de oorspronkelijke tekst werd in detail besproken en becommentarieerd. Daarbij werden de stukjes tekst van het oorspronkelijke werk geschreven op een ruimte van twee regels en het commentaar op één regel, waardoor het oorspronkelijke werk echt in het oog springt. Ook gebruikte men gekleurde initialen aan het begin van elke paragraaf of regel, die elkaar in rood en blauw afwisselen. Het begin van elk hoofdstuk wordt aangeduid met een grotere, versierde initiaal. Die in de Aphorismi zijn zelfs met goudblad geïllumineerd. Alles wijst er op dat het handschrift werd aangepast aan een gebruiker die graag snel wil vinden wat hij zoekt.

Gebruik van het handschrift

In de kantlijnen bevinden zich bovendien aantekeningen die gebruikers van het handschrift hebben gemaakt. Het zijn op het oog eigenlijk vrij nette aantekeningen, geen onleesbare dokterskrabbels. Zoals studenten tegenwoordig in hun boeken belangrijke passages met een highlighter markeren, tekenden gebruikers van middeleeuwse handschrift soms wel kleine handjes die wezen naar de belangrijkste passages. Soms werd voor de goede orde ook nog wel ‘nota’ er naast geschreven: let op!

Opvallend is wel dat deze handjes vaker voorkomen aan het begin van de teksten in het handschrift. Ook lijken de eerste bladzijden vuiler dan de bladzijden die later volgen. Alsof de gebruiker van het handschrift vol goede moed was begonnen, maar gaandeweg de interesse of motivatie verloor. Blijkbaar is dat iets van alle tijden…

Verder lezen

  • Baader, G., ‘Handschrift und Inkunabel in der Überlieferung der medizinischen Literatur’, in: E. Schmauderer (ed.), Buch und Wissenschaft: Beispiele aus der Geschichte der Medizin, Naturwissenschaft und Technik (Düsseldorf, 1969), p. 15-48.
  • Boyle C., The art of medicine: medical teaching at the University of Paris, 1250-1400 (Leiden, 1998).
  • Huizenga, E., Tussen autoriteit en empirie: de Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw in hun maatschappelijke context (Hilversum, 2003).
  • MacKinney, L.C., ‘Medical education in the Middle Ages’, in: Cahiers d’Histoire Mondiale 2 (1955), p. 835-861.
  • Talbot, C.H., ‘Medical education in the Middle Ages’, in: C.D. O’Malley (ed.), The history of medical education : an international symposium held February 5-9, 1968 (Berkeley, 1970), p. 73-88.

 

     

     

     

    ca. 1300-1310
    Manuscript
    Linda Brakenhoff, april 2017
    fol 2r., manicula
    fol 3r., notes in the margin
    fol 5v., initial
    fol. 30r, littera duplex
    Probetur sursum, fol. 65 v.

    Hippocrates, Aphorismi (met commentaar van Galenus); Hippocrates, Regimen Acutorum (met commentaar van Galenus); Galenus, Ars Parva (met commentaar van ʿAlī Ibn Riḍwān, in de vertaling van Gerardus van Cremona). Utrecht, Universiteitsbibliotheek, Hs. 679 (Hs. 5 C 2)

    • Frankrijk?, ca. 1300-1310.
    • Perkament, 160 fol., 285 x 197 mm.
    • Gotische textualis en hybrida in 2 kolommen, ca. 60 regels.
    • Marginalia en manicula in verschillende handen.
    • Met bladgoud versierde initialen (f. 2v, 5v, 15v, 21v, 26v) en littera duplex (f. 30r, 39r). Penwerkversieringen (f. 30r, 39r, 74r)
    • Na-middeleeuwse band, papieren schutbladen.
    • Kapittel van St. Marie te Utrecht, in 1811 overgedragen aan de Universiteitsbibliotheek Utrecht.