Medische vraagbaak

Zit je met één of ander kwaaltje bij de huisarts, gaat ze iets opzoeken op de website van thuisarts.nl. Even kijk je misschien vreemd op, maar dan bedenk je dat het ook wel veel gevraagd is van artsen om letterlijk alles maar uit hun hoofd te weten. Ook in de middeleeuwen hadden medici informatiebestanden nodig om op terug te vallen. Alleen stonden die vanzelfsprekend niet online, maar in de boekenkast. Naast gespecialiseerde werken ontstonden er medische compendia, de zogenaamde articella: codices waarin een aantal medische teksten bij elkaar gebonden werd zodat de belangrijkste informatie altijd bij de hand was. Zo’n geneeskundige verzameling vinden we in Universiteitsbibliotheek Utrecht Hs. 680. De diversiteit en volledigheid van de onderwerpen die aan bod komen is fascinerend.

Overzicht verzameling

Het grootste deel van het handschrift wordt in beslag genomen door autoriteiten uit de Oudheid. Het begint met een gedeelte van de Microtegni of Ars parva (‘Kleine kunsten’) van Galenus, gevolgd door de Aphorismi van Hippocrates. Hierin worden de ideeën over ziekte en gezondheid uiteengezet, die vanaf de Oudheid tot en met de middeleeuwen opgang deden. Daarna volgt een gedicht van Gilles de Corbeil over urologie als diagnostisch instrument, uitgebreid becommentarieerd door Gilbertus Anglicus. Verder hebben we dan nog een tekst van Petrus Hispanus over allerlei ziekten en remediën, inclusief vrouwenzaken als menstruatie en anticonceptie, en tot slot de Chirurgia van Henri de Mondeville, waarin anatomie en middeleeuwse wondheelkunde beschreven worden.

Poëzie over je plas

Een medische tekst in verzen: ons klinkt dit misschien vreemd in de oren. Het doel van Gilles de Corbeil (ca. 1140 – ca. 1224) was echter vooral om zijn studenten geneeskunde een mnemonisch handvat te bieden om het belangrijkste diagnostische instrument, de urologie, uit hun hoofd te leren. Aan de hand van de kleur en geur, textuur en zelfs smaak van de urine werden diagnoses gesteld en aansluitend behandelingen voorgeschreven. De urinis geeft een opsomming van de kenmerken waarop de arts moet letten; zo kan urine wel twintig verschillende kleuren aannemen (Grant 1974, 748-750). Opvallend is dat een tekst die oorspronkelijk bedoeld is als samenvatting, in dit handschrift juist weer uitgebreid becommentarieerd en uitgelegd wordt. De pulsibus is een ander beroemd gedicht van Corbeil, dat handelt over de diagnostische kwaliteiten van het meten van de polsslag. Hoewel het meestal in de nabijheid van De urinis gevonden wordt, ontbreekt het in dit handschrift.

Anticonceptie volgens de paus?

Met enige regelmaat horen we in het nieuws over de strenge afkeuring van de paus voor abortus en anticonceptie. Des te opmerkelijker voor ons, dat een boek over deze onderwerpen wordt toegeschreven aan een medicus die het later tot paus heeft geschopt (Riddle 1994, 138). Deze Petrus Hispanus, een Portugese arts uit de dertiende eeuw, schreef meerdere medische handboeken alvorens tot bisschop en later paus gewijd te worden. De Thesaurus pauperum is expliciet bedoeld voor mensen die geen dure artsen en medicijnen kunnen betalen, en bevat kennelijk ook voor een goed opgeleide geneesheer nog tal van nuttige aanwijzingen. Het derde boek van de Thesaurus pauperum gaat over zaken als het opwekken van de menstruatie en het voorkomen van zwangerschappen. Oorspronkelijk bevat het ook een hoofdstuk over abortus, maar dat lijkt hier te ontbreken.

Van vader op zoon

Wie gebruikte er nu zo’n medisch handschrift als dit? Wel, bijvoorbeeld Meester Ghijsbert Goeyertsz. van Ewijck, overleden ca. 1538 (Gumbert 1988, 209). We vinden zijn ex libris in een mooie cursieve hand op één van de schutbladen. Misschien heeft hij het naslagwerk wel nagelaten aan zijn zonen, van wie er twee later in Italië studeerden; zeker één van hen ook medicijnen (Gouron 1957, 27).

Ghijsbert zelf was een doctor medicinae die rond 1515 studeerde aan de universiteit van Montpellier. Deze stad stond erom bekend dat iedereen daar geneeskunde mocht onderwijzen. Maar haar reputatie was niet overal even vlekkeloos: in de epiloog van De urinis beweert Gilles de Corbeil dat ze er twistziek zijn en hoegenaamd geen verstand van wetenschap hebben (Grant 1974, 750). Wat zou Meester Ghijsbert van deze aanval op zijn alma mater gevonden hebben?

Marginalia

Door het handschrift heen vinden we teksten in meerdere handen, schriften, en kleuren inkt. Ook de opmaak van de teksten varieert. Dit is duidelijk niet een enkel project dat van begin tot eind gepland en uitgevoerd werd, maar een convoluut waarin op verschillende tijdstippen teksten bij werden geschreven. Dit is ook af te leiden uit de verscheidenheid aan watermerken die in het handschrift te vinden zijn. (vgl. Van der Horst 1989, 17). Een codicologische studie waarin wordt uitgeplozen welke hand in welk katern welke tekst heeft geschreven, zou wellicht een nadere datering van de verschillende delen van het handschrift mogelijk kunnen maken.

Dat het handschrift intensief benut is, blijkt genoegzaam uit gebruikssporen. De marginalia variëren van summiere streepjes om bepaalde passages te benadrukken tot uitgebreide notities en commentaren. Wie weet wat voor interessante dingen boven zouden komen drijven als een vlijtige transcribent hier zijn tanden eens in zou zetten.

Verder lezen

  • Gouron, Marcel, Matricule de l'Université de Médecine de Montpellier, 1503-1599. Travaux d’Humanisme et Renaissance 25 (1957).
  • Grant, Edward (ed.), A source book in medieval science (Cambridge, Mass. 1974).
  • Gumbert, J.P., Manuscrits datés conservés dans les Pays-Bas. 2 delen (Leiden etc. 1988).
  • Horst, K. van der, 'The reliability of watermarks'. In: Gazette du livre médiéval 19 (1989), p. 15-19.
  • Huizenga, Erwin, Tussen autoriteit en empirie: de Middelnederlandse chirurgieën in de veertiende en vijftiende eeuw en hun maatschappelijke context (Hilversum 2003).
  • Riddle, John M., Contraception and abortion from the ancient world to the Renaissance (Cambridge, Mass. 1994).
ca. 1457
Manuscript
Irene Meekes - van Toer, maart 2017
fol. 42v coat of arms
fol. 71r., missing initial
fol 50r., date 1457
fol. 40v, marginalia

Galenus / ʿAlī Ibn Riḍwān, Microtegni - Hippocrates, Aphorismi - Gilles of Corbeil (Aegidius Corboliensis), De urinis, cum expositione Gilberti Angelici - Petrus Hispanus (paus Johannes XXI), Thesaurus pauperum - Henri de Mondeville, Chirurgia, Hs. 680 (5 B 6)

  • Noordelijke Nederlanden (omgeving Utrecht?), ca. 1457, zie fol. 50rb27. Genoemde datering geldt voor Hand 1; mogelijk moet een afwijkende datering worden aangenomen voor de rest van het handschrift.
  • Papier, 110 fol., ca. 290 x 215 mm.
  • Ten minste drie handen. Hand 1: fol. 1-68, bij naam genoemde scribent, Hermanus de Renen, zie fol. 50rb26. Hand 2: fol. 69-102. Hand 3: fol. 103-110. De handen lijken wel op elkaar, dus eenzelfde schrijfomgeving lijkt aannemelijk.
  • Gotische cursiva recentior (currens).
  • Gerubriceerde initialen (fol. 1r, 50r, 81-102).
  • Moderne band (vroeg-twintigste-eeuws?) van gemarmerd papier over karton. Op een schutblad bevindt zich nog een gedeelte van een Latijnse oorkonde van koning Henry V van Engeland.
  • In bezit geweest van Meester Ghijsbert Goeyertsz. van Ewijck (overleden ca. 1538), doctor medicinae, in 1515 ingeschreven aan de universiteit in Montpellier. Mogelijk nagelaten aan één van zijn zonen, van wie er minstens één ook geneesheer werd. Opgenomen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht tussen 1670 en 1718 (Eccl. 261a, later 344a).