Verboden voor vrouwen en meisjes?

Hs. 723 van de Universiteitsbibliotheek Utrecht is een opmerkelijk geval. Voor ons 21ste-eeuwers lijkt het een los samenraapsel van ongerelateerde zaken; toch is er, voor wie zich wat dieper in de materie begeeft, wel degelijk een interne samenhang te ontdekken. De belangstellende middeleeuwse lezer van dit handschrift kon zich verdiepen in een brede afspiegeling van de natuurwetenschappelijke kennis van zijn tijd. Zo lang hij tenminste niet van het verkeerde geslacht was; sommige onderdelen waren tamelijk uitdrukkelijk niet voor vrouwen bedoeld…

Convoluut

Wanneer je het handschrift doorbladert, valt het meteen op dat het in drie afzonderlijke delen uiteen lijkt te vallen. Zoals wel vaker bij middeleeuwse arteshandschriften betreft het hier een convoluut, dat wil zeggen dat afzonderlijke ‘boeken’ bij elkaar gebonden zijn in één band. In dit geval zijn de teksten zelfs in verschillende eeuwen opgeschreven. Het is dan ook niet meteen duidelijk wat de bedoeling is geweest van de boekbinder (of zijn opdrachtgever). Waarom zijn juist deze teksten bij elkaar terechtgekomen?

Overzicht handschrift

De eerste 43 folia bevatten een vijftiende-eeuwse verzameling natuurwetenschappelijke teksten over de indeling van de kosmos. Daarna komen 34 bladen met een medisch-astrologisch traktaat dat volgens de tekst zelf in 1353 is geschreven. Dan volgt een kort extract (zes bladen) uit een zoölogisch werk van Aristoteles, De historia animalium, en tenslotte zeventig folia met een zwaar geannoteerde tekst over heilzame diëten, waarschijnlijk uit de vroege veertiende eeuw. Een handvol bladzijden achterin vertoont aantekeningen in verschillende handen, voor het overgrote deel vermoedelijk van latere datum.

1-19                      Johannes de Sacrobosco, De Sphaera

21-33v                  Theorica planetarum

33v-34r                 Gerardus Cremonensis, Theorica

34r-38r                 Tractatus de sphaeris coelestibus et intelligentiis

38v-39r                 Isidorus, Lib. II Ethimologiarum (extracta)

39r-42r                  Johannes Buridanus, extract

46r-77r                 Tractatus astrologicus de generatione

77v-78r                 addendum bij de vorige tekst

78v                      notitie

79r-83av               Aristoteles, De historia animalium (excerpta)

85r-121r               Isaac Israeli ben Solomon, De diaetis universalis

121r-154r             Idem, De diaetis particularibus

134r-154r             Idem, Tercius liber dietarum

154r-156v            medische aantekeningen
 

De kosmos

De hoofdmoot van het natuurkundige gedeelte wordt gevormd door de twee belangrijkste Latijnse astronomische teksten op dit gebied, De Sphaera Mundi van Johannes de Sacrobosco en het anonieme Theorica planetarum. Hieraan toegevoegd zijn extracten van verschillende andere autoriteiten, waaronder Isidorus van Sevilla en Johannes Buridanus. Deze teksten zijn alle in dezelfde hand geschreven en lijken gezamenlijk een aardig compleet beeld te geven van de destijds algemene kennis over het heelal. Wel is de vraag of deze verzameling een afgerond geheel is. Hoewel de eerdere teksten doorgaans eindigen met een explicit (“hier eindigt x”), gevolgd door een incipit voor de nieuwe tekst (“hier begint y”), geldt voor de laatste twee dat ze zonder aankondiging beginnen en eindigen. Bovendien zitten er achterin het laatste katern nog drie lege folia, wel netjes belijnd als de voorgaande bladen maar verder onbeschreven. Dat doet vermoeden dat er wellicht nog meer natuurwetenschappelijke teksten waren gepland, die er om onbekende redenen helaas nooit van zijn gekomen.

Planetenleer     

Nog even over de Theorica planetarum in dit handschrift: in verschillende catalogi wordt zij toegeschreven aan de Oostenrijkse astronoom Georg von Peuerbach. Op grond van tekst en datering lijkt het echter waarschijnlijker dat hier niet deze vernieuwende (en pas na Peuerbach’s dood in 1461 door zijn leerling voltooide) planetenleer, maar een oudere, anonieme en in de middeleeuwen wijdverbreide tekst met dezelfde titel is opgenomen (Grant 1974, 451). Analyse van de tekst moet hierover uitsluitsel kunnen bieden. Opmerkelijk is verder dat in dit exemplaar slechts vier van de oorspronkelijk vijf schematische weergaven van de hemelsferen zijn opgenomen, en dat één ervan op de verkeerde plek staat. Vreemd, aangezien de zaak verder met de grootste zorg lijkt te zijn vervaardigd.

Vrouwengeheimen

Dan het zogenoemde ‘medisch-astrologische traktaat’. In de beschrijving van het handschrift heet deze tekst: Tractatus astrologicus de generatione. Een astrologisch traktaat over de voortplanting dus. Er wordt ook inderdaad uitleg gegeven over de invloed van de hemellichamen op de vorming van de ongeboren foetus. Maar dit traktaat is ook wijdverbreid onder een andere titel bekend: De secretis mulierum, ofwel ‘Over de geheimen van vrouwen’. Een groot deel van de tekst gaat over het feit dat een vrouw eigenlijk niets meer is dan een mislukte man, en dat de tegenvallende prestaties van het vrouwelijk lichaam ervoor zorgen dat zij maandelijks het levensgevaarlijke menstruatiebloed verliest.  Levensgevaarlijk voor haar omgeving welteverstaan: Mannen kunnen er kanker van oplopen, baby’s en kinderen worden vergiftigd of krijgen lepra of epilepsie wanneer een menstruerende vrouw zelfs maar naar hen kijkt (Glas 2009, 212; Lemay 1992, 3-6 en 128-131; Lie 1999, 10-11).

Voor wie?

Het betreft hier niet zozeer praktische informatie over vrouwengeneeskunde, maar eerder een verzameling natuurfilosofische en vrouwvijandige bespiegelingen over de aard van de vrouw en hoe het komt dat zij zo inferieur is aan de man (Green 2008, 205). Er zijn meer dan honderd handgeschreven exemplaren overgeleverd, en bovendien een veelvoud aan drukken en talloze vertalingen (Lie & Kuiper 2011, 43). De Secretis-traditie voorzag kennelijk in een behoefte; maar welke? De tekst was oorspronkelijk geschreven in een kloosteromgeving, en werd (ten onrechte) toegeschreven aan de vermaarde theoloog en filosoof Albertus Magnus (stierf 1280) (Lemay 1992); de monniken hadden deze ‘kennis’ over vrouwen nodig om hen te helpen bij de biecht en hun straf te bepalen voor begane zonden. Bovendien dient de tekst ook als waarschuwing aan de geestelijke om zich niet met deze vreemde minderwaardige wezens in te laten. Deze tekst lijkt dus overduidelijk niet geschreven voor vrouwen, integendeel: in sommige prologen wordt de lezer zelfs gewaarschuwd om hem niet aan vrouwen onder ogen te laten komen! (Lie 1999, 7-8). Desondanks zijn er meerdere vertalingen en bewerkingen van deze tekst bekend die wel degelijk specifiek aan vrouwen zijn gericht (Lie & Kuiper 2011, 48-50).

Glossen: hoeveel informatie past er op één pagina?

De laatste tekst in dit convoluut geeft een bijzonder beeld. In principe is er voor elke bladzijde één kolom gepland, van 8,3 cm breed en 14 à 15 cm hoog, met daarin 44 à 46 regels. Dat is al behoorlijk dichtbeschreven. Toch heeft een gebruiker nog ruimte gevonden om extra woorden tussen die regels in te priegelen. Dit lijken vaak verduidelijkingen of vertalingen van de Latijnse vaktermen in de tekst. Soms zijn het enkel tekentjes die als een asterisk verwijzen naar een noot in de kantlijn. Want ook in de marges rondom is nog ruimte genoeg voor aantekeningen, en daar is dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Hele epistels omringen de hoofdtekst, als waren het glossa ordinaria bij een bijbeltekst. Kennelijk was er over de heilzame diëten van Isaac Israeli ben Solomon aardig wat discussie mogelijk. Al deze glossen en aantekeningen zijn buitengewoon klein geschreven, maar desondanks zeer goed leesbaar. Er staat zoveel tekst op veel van deze pagina’s, dat als je alles zou uittypen (inclusief het oplossen van alle afkortingen), er waarschijnlijk ettelijke A-viertjes per bladzijde voor nodig zouden zijn! Een editie van deze toevoegingen is nog niet voorhanden.

Losse aantekeningen

Als het nog niet duidelijk genoeg was dat dit handschrift intensief gebruikt werd, mogen de laatste drie folia als bewijs hiervoor dienen. In verschillende handen staan hier schema’s en lijstjes gekrabbeld, die eruit zien als geheugensteuntjes. Achterin het boek waren ze natuurlijk gemakkelijk toegankelijk. Waar deze aantekeningen over gaan moet nog worden uitgezocht; in elk geval worden lichaamsdelen genoemd en ziektes, maar ook de verschillende temperamenten uit de humorenleer en wie weet wat nog meer. Een mooie puzzel voor wie belangstelling heeft voor de interesses van de mensen die dit handschrift gebruikt hebben.

Verder lezen

  • Glas, Bineke, ’Gescheiden werelden. Wat mannen moesten weten over vrouwen. De secretis mulierum’. In: M. van Egmond, B. Jaski, H. Mulder (ed.), Bijzonder onderzoek. Een ontdekkingsreis door de bijzondere collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht (Utrecht 2009), p. 210-215.
  • Grant, Edward (ed.), A source book in medieval science (Cambridge, Mass. 1974).
  • Green, Monica H., Making women’s medicine masculine. The rise of male authority in pre-modern gynaecology (New York 2008).
  • Gumbert, J.P., Die Utrechter Kartäuser und ihre Bücher im frühen fünfzehnten Jahrhundert (Leiden 1974).
  • Lemay, H.R., Women’s secrets. a translation of Pseudo-Albertus Magnus’s De secretis mulierum with commentaries (New York 1992).
  • Lie, O.S.H., Vrouwengeheimen: geneeskunst en beeldvorming in de Middelnederlandse artesliteratuur (Amsterdam 1999).
  • Lie, O.S.H. & Willem Kuiper, The secrets of women in Middle Dutch. A bilingual edition of Der vrouwen heimelijcheit in Ghent University Library Ms 444 (Hilversum 2011).

            

1300-1500
Manuscript
Irene Meekes - van Toer, August 2017
Fol 26v - movement of the outer planets
fol 42r. tables
fol 62 r - head
fol 101v - dragon
fol 143v strange signs in the margin
fol 155v  temperaments

Johannes de Sacrobosco, De SphaeraTheorica planetarum – Gerardus Cremonensis, Theorica – Johannes Buridanus, Tractatus de sphaeris coelestibus et intelligentiisExtracta ex Isidoro et BuridanoTractatus astrologicus de generatione – Aristoteles, De historia animalium: excerpta – Isaac Israeli ben Solomon, De diaetis, Hs. 723 (1 M 1)

  • [1300-1500], fols. 1-42 15e eeuw, fols. 46-77 uit 1353 (gebaseerd op colofon), fols. 79-83a en 85-154 vroege 14e eeuw, met latere toevoegingen, fols. 154-156 15e eeuw.
  • Perkament, officieel 156 fol. maar eigenlijk 161 fol.: drie schutbladen aan het begin zijn niet gefolieerd (die aan het einde wel), maar er zijn wel een fol. 35 én 35a, en een fol. 83 én 83a; ca. 190 x 130 mm.
  • Tenminste vier handen.
  • fols. 1-42 Gotische cursiva recentior.
    fols. 46-77 Gotische cursiva antiquior.
    fols. 79-83a Gotische textualis.
    fols. 85-154 Gotische (semi)textualis.
    fols. 154-156 Gotische (semi)textualis.
  • Vier schematische tekeningen van de bewegingen van de planeten (fols. 21v, 24r, 26v en 30r) en twee lege cirkels (fol. 7r).
    fols. 1-42 versierde initialen in blauw en rood, rubricering hoofdletters; fols. 46-77 Rode initialen, rubricering hoofdletters, tussenkopjes veelal vergezeld van gezichtjes; fols. 79-84 versierde initiaal in rood en blauw, rode aantekeningen in de marges; fols. 85-154 versierde initialen in rood en blauw, her en der rubricering in hoofdtekst en aantekeningen.
  • Band gerestaureerd 1962; bestempeld leer over houten platten.
  • Vervaardiger onbekend.
  • In bezit geweest van Kartuizerklooster Nieuwlicht (Bloemendaal) in Utrecht (ex libris schutblad & fol. 155r).