Hemel en aarde binnen handbereik bij de Bijzondere Collecties

Op de zesde verdieping van de Universiteitsbibliotheek Uithof ligt de wereld aan de voeten. De kaartenzaal vormt hier met alle oude en moderne wandkaarten een visuele betovering. De vele tentoongestelde globes dragen bij aan al die cartografische pracht en praal. En met de komst van de 17de-eeuwse aardglobe van Joan Blaeu uit het Universiteitsmuseum, in juni 2013, is het plaatje helemaal compleet!

Globevitrine

De aardglobe van Blaeu heeft een mooi plekje gekregen in de globevitrine tegenover de balie van de Bijzondere Collecties. Deze vitrine werd in het voorjaar van 2013 opgeleverd. Het visitekaartje van Bijzondere Collecties mag er zeker zijn. Drie belangrijke globes uit het bezit van de Universiteit Utrecht verwelkomen nu de bezoekers van de leeszalen voor handschriften, oude drukken en kaarten.

Hemel- en aardglobes

Naast de al genoemde aardglobe van de Amsterdamse uitgever Joan Blaeu staat een hemelglobe van zijn vader Willem Jansz. Blaeu opgesteld. De derde en grootste globe betreft een aardglobe, vervaardigd door John Addison in Londen. De historische hemel en aarde zijn nu dus echt binnen handbereik bij de Bijzondere Collecties, maar wel veilig achter het vitrineglas!

Een vernieuwende hemelglobe

Chronologisch gezien is de hemelglobe van Blaeu de oudste globe in de vitrine. Hij is gepubliceerd in 1630 en heeft een diameter van 68 centimeter. De vaste sterren op de globe zijn gebaseerd op de waarnemingen van de sterrenkundige Tycho Brahe. De sterren rond de zuidelijke hemelpool steunen op de observaties van Frederik de Houtman. Wetenschappelijk innovatief waren destijds de benamingen van de sterrenbeelden. Op de globe zijn vele Latijnse varianten van namen van constellaties weergegeven, met enkele toevoegingen van de Griekse naam en soms de Arabische naam. Ook in artistiek opzicht was de hemelglobe vernieuwend. De stijl van de figuren van de sterrenbeelden week sterk af van die op vroegere globes. De hemelglobe is in 1963 aangekocht door het toenmalige Geografisch Instituut.

Geen globepaar

Net als de hemelglobe heeft ook de aardglobe van Blaeu een diameter van 68 centimeter. Beide globes vormen oorspronkelijk echter geen paar, zoals dat destijds gebruikelijk was. De houten constructies of ‘stoelen’, waarin de globes vastzitten, zijn namelijk geheel verschillend.

Aangepast kaartbeeld op de aardglobe

De eerste uitgave van de aardglobe verscheen in 1617 bij Willem Jansz. Blaeu. Zijn zoon Joan publiceerde in 1645/48 een zogeheten vijfde staat, die de vitrine siert. Kenmerkend voor deze staat is het geactualiseerde kaartbeeld naar aanleiding van de exploraties van Tasman. De Indische Archipel is geheel opnieuw gekarteerd. Ook de weergave van Groenland is ten opzichte van voorgaande staten aangepast, evenals het noordoosten van Canada. Het mythische eiland Friesland is vervangen door een klein, naamloos eiland. Door middel van overplakstroken is het gebied ten noordoosten van Japan geactualiseerd en wordt Californië abusievelijk als een eiland voorgesteld.

Bruikleen van het Universiteitsmuseum

De aardglobe van Blaeu is een bruikleen van het Universiteitsmuseum Utrecht. Mogelijk bezat de Universiteit Utrecht deze globe al in 1656, maar niet uitgesloten is dat prof. dr. P. van Musschenbroeck de globe verwierf in 1723. Overigens heeft het Universiteitsmuseum op haar beurt een hemel- en aardglobe uit respectievelijk 1799 en 1815 van de Engelse globemakers John en William Cary in bruikleen van de universiteitsbibliotheek.

Ontdekkingen uit de 19de eeuw

De jongste globe in de vitrine bij de Bijzondere Collecties is die van Addison uit 1849. Deze Londense globemaker toont op de Engelstalige globe de expedities van Cook, Vancouver en La Pérouse. Bij de Noordpool zijn de ontdekkingen van Parry (1820) en bij de Zuidpool die van Ross (1843) weergegeven. Het is niet bekend hoe de globe in het bezit is gekomen van de universiteit. Mogelijk is hij aangeschaft of geschonken kort na de oprichting van het Geografisch Instituut in 1908.